Main content

Jort heeft een lange zoektocht achter de rug. Momenteel wordt hij gecoacht in het omgaan met zijn traumatische ervaringen, wat volgens Jort zinniger is dan menig diagnose zal zijn. “Ik ben kritisch op mezelf, maar ik hoef niet kritischer te zijn op mij dan jij bent op jou”.

…Ik sta met mijn rug naar de afgrond en jij staat voor me. Je lacht naar de anderen en duwt. Elke keer weer…

Als drie jarige had ik last van absenties. De neuroloog kon niet ontdekken waar het aan lag. Later had ik koortsdromen. Soms raakte ik mezelf kwijt, geluiden kwamen als een mokerslag bij me binnen. Ik zette de radio aan om de werkelijkheid terug te vinden. Ik vertelde het mijn ouders, maar die wuifden het weg ‘niks aan de hand’.
Op school kon ik goed leren maar thuis niet. Dit duurde zo lang ik naar school ging, niemand pakte het op. Zonder te weten waarom escaleerde het uiteindelijk tussen mij en mijn vader en ik stond ineens op straat.

Op dit moment dat ik volwassen moest zijn kon ik nog niks

Ik kon me niet redden en kwam in een huis terecht waar geen studenten woonden, maar allemaal mensen die het ook lastig hadden, met een hele andere achtergrond dan ik. Men gebruikte hier veel alcohol en drugs; ik was overgeleverd aan de demonen. Uiteindelijk werd ik dankzij de spanning van thuis, de drugs en de uitzichtloze situatie psychotisch. Veel later werd duidelijk dat dat de verkeerde uitleg was. Het begin van een nog ellendiger einde.

Een jaar met vier opnames op drie verschillende plekken volgden

De doctoren waren het er niet over eens of ik leed aan verslaving of ‘iets psychisch’ en waren onduidelijk in hun advies. Omdat de psychose plaatsvond vlak voor het einde van de opnameperiode werd ik -zonder goed bij te kunnen komen- al een paar dagen later richting huis gestuurd, met een verwijzing voor de verslavingszorg. Twee maanden later kwam ik daar aan terwijl ik al lang geen drugs meer gebruikte. Ik mocht er de medicijnen tegen de psychose en slapeloosheid niet meer gebruiken. Toen werd ik nog zieker en zelfs suïcidaal.

Een paar maanden later, in een ander ziekenhuis, keek ik om me heen en zag de uitzichtloosheid alom vertegenwoordigd. De dokter was het er niet mee eens, maar ik dacht: wegwezen! Ik was welkom om te wonen op een plek met nog meer drugs, ik gebruikte zelf niet meer, en slaagde er in om me enigszins te handhaven met mijn interesse voor de mensen om mij heen.

Met hulp van een coach van het arbeidsbureau koos ik uiteindelijk voor de kunstacademie in plaats van een filosofie studie

Ik verhuisde naar een andere stad. Daar werd ik, zonder onderzoek, gecategoriseerd met, zoals ik achteraf teruglees, ‘een vermoeden van schizofrenie’. Ik begon aan de deeltijd opleiding ‘autonome kunst’ en ging na een tijd daarnaast op een zorgboerderij werken. Ik herinner me dat de relatie met de psychiatrisch verpleegkundige jarenlang stroef liep. Ik gaf aan liever met de dokter te praten, want die gaf antwoorden op mijn vragen waar ik wat aan had. Vaker de dokter zien was niet mogelijk.

Als ik mijn dossier teruglees lees ik vooral negatieve beoordelingen van de verpleegkundige

De volgende dokter gaf aan dat ik ‘een reputatie’ had. Ik had geen flauw benul waar die man het over had en vroeg er naar. Hij nam zijn woorden terug en heeft het niet uitgelegd. Achteraf snap ik het denk ik wel, ik denk dat iedereen wiens leven in puin licht zich niet optimaal gedraagt. Ik ben niet gediagnosticeerd of behandeld voor waar hij het over had.

Het was ook deze dokter die, toen ik hem een kunstwerk liet zien waar ik aan werkte – een brief aan mijn omgeving met vragen over de wereld– in mijn dossier schreef dat ik weliswaar talent had, maar nooit iets zou bereiken dankzij mijn kwetsbaarheid. Wat hij niet herkende is dat de brief het product was van constructief denken. De vragen waar ik bij de dokter niet mee terecht kon!

Ik was productief mét mijn kwetsbaarheid!

En dat is met mijn boerenverstand dus niet schizofreen (niet constructief denken). Deze brief geldt nog steeds als het begin van mijn professionele kunstenaarschap. Interessant is dat aan de kunstacademie mijn docenten er niet aan twijfelden of ik iets zou kunnen. Mijn kritische houding werd er juist verwelkomd! Zonder die ervaring had ik de psychiatrie mogelijk niet overleefd.

Zeven jaren later, na mijn afstuderen en inmiddels verwikkeld in een complexe liefdesrelatie, kwam ik in een crisis en werd opnieuw opgenomen. Maar ik wilde leven en begon niet lang daarna met mijn vriendin en een collega een kunstenaarsgroep ‘De Nieuwe Dag’. We exposeerden in leegstaande etalages en bij kleine initiatieven. Een jaar later werd ik toegelaten voor de opleiding  ‘beroepskunstenaars in de klas’, waar ik leerde workshops te ontwikkelen en uitvoeren voor de basisschool.

Met dit certificaat werd ik ook zelfstandige en met hulp van het UWV volgde ik een training voor het maken van korte film. Ik had geen therapie voor de ingewikkelde situaties in mijn relatie maar ik gebruikte mijn ‘telefoon op recept’ regeling, waarbij ik zo nodig kon bellen met de opnameafdeling. Door op mijn eigen initiatief daar te bespreken wat er gebeurde kreeg ik inzicht in mijn handelen in deze emotioneel complexe situaties. Ik heb zo eigenlijk mijn eigen therapie georganiseerd.

Mijn vriendin raakte uiteindelijk zwanger en we werden trotse ouders van onze schat van een zoon!

Helaas duurde ons gezamenlijke geluk helaas maar een jaar of drie, wat niet vreemd is gezien de complexe voorgeschiedenis, en er volgde weer een ingewikkelde scheiding.

Langzaamaan werd mij duidelijk dat mijn diagnose mij meer schade toebracht dan hetgeen er nog mis met mijzelf zou zijn. Voorheen was ik hier als kunstenaar niet zo mee bezig en deed ik gelukkig gewoon mijn ding. Maar in een vechtscheiding ‘met problematiek’ worden er ongemerkt en vaak onbedoeld door hulpverleners allerhande conclusies getrokken op basis van dossiers zonder iemand echt te leren kennen.

Dit terwijl men zou moeten kijken naar wat er praktisch rondom het kind wel en niet goed gebeurt. Tegenwoordig leest men vaak om deze redenen het dossier niet meer van tevoren, maar ik heb gemerkt dat de vooroordelen helaas nog niet uit de lucht zijn. Wie heeft er belang bij zulke oordelen?

Ik merkte dat iemand met een diagnose zich soms wel driedubbel moet verantwoorden, terwijl hij of zij wel degelijk veel verantwoordelijkheid neemt

Terwijl je al kwetsbaar bent (want er speelt zich een spannende situatie af) moet jij je juist extra verantwoorden en daar wordt de situatie dus niet beter van. Mensen zonder diagnose hoeven ten onrechte hun gedrag vaak niet te verantwoorden. Net zo goed als dat iedereen er zich van bewust is dat je als omstanders niet partij moet trekken in een scheiding, is dat met betrekking tot psychische kwetsbaarheid net zo.

Wat er achter de buitendeur afspeelt wordt vaak zorgvuldig afgedekt en degene met de diagnose is daar een uitstekend middel voor. Vaak heeft men de diagnose juist vanwege eerdere situaties van ongelijkwaardigheid.

Op een bepaald moment was ik zo ver met het opbouwen van mijn leven dat ik mijn hulpverleners, inmiddels hadden we een betere klik, vroeg of ik niet iets voor anderen kon betekenen. Ze vertelde over ervaringsdeskundigheid, daar had ik nog nooit van gehoord. Ik ging met de projectleidster in gesprek, een tijd later volgde ik een opleiding en uiteindelijk trad ik in dienst van de instelling.

Op dat moment kwam er een hele doortastende psychiater en die gaf aan dat er iets niet klopte met mijn diagnose

Na de tweede crisis was die vastgesteld. Er volgde een traject van psychologische onderzoeken en haar conclusie was: ‘Jort heeft geen schizofrenie, en heeft dat ook nooit gehad. Hij leidt aan terugkerende depressieve klachten die als ze erger worden leiden tot psychose’. Ze gaf mij antidepressieve medicijnen en binnen een paar weken ging het licht aan.

Mijn motor draaide ineens zoals die hoorde te draaien. Dat was heerlijk!

Maar ik was ook geschokt en dacht na over wat er gebeurd was. Twaalf jaar eerder had ik heel duidelijk aan de psychiater aangegeven dat ik depressief was en daarvoor medicatie nodig had. Deze werd mij toen met een lach geweigerd. En nu bleek ik dus toch gelijk te hebben? Hoe moest ik dit plaatsen?

Inmiddels ging ik vanwege mijn werk naar een andere psychiater en deze verwierp vervolgens de nieuwe diagnose weer en wel al binnen tien minuten na binnenkomst. Hij stelde resoluut: deze man heeft geen persoonlijkheidsproblematiek. Hij moet getest worden op autisme. Nu had ik nog meer vraagtekens. Ik ging me afvragen of men het er om deed. Na een uitgebreid onderzoek door een autoriteit op dat vlak werd ook deze stelling weer verworpen. Ik had er wel wat trekken van, maar de diagnose was niet vast te stellen. Ik scoorde niet voldoende autisme punten.

Ik vroeg aan de psychiater: “Waar word ik nu dan voor behandeld?”

Daar kreeg ik geen antwoord op. Wel kon ik in gesprek met een therapeut in opleiding, maar alleen met een camera erbij in het kader van die opleiding. Ik vond zelf dat ik gewoon een goede therapeut nodig had, er was te veel gebeurd. Die kreeg ik niet. Daarom ging ik opnieuw naar een andere instelling.

Ik sprak een man met veel ervaring die dacht dat ik misschien toch autistisch moest zijn. Hij ging uitgebreid met me in gesprek en hij was het die voor het eerst de vraag stelde: “Wat gebeurde er toen je psychotisch werd op je 23e. En hoe was het daarvoor als kind?”

Binnen een half uur hadden we gevonden dat ik sinds mijn jeugd een concentratieprobleem heb

Helaas werd deze man ziek en ging ik naar een volgende hulpverlener en nog één en nog één. Ik gaf aan dat ik een trauma had van de GGZ. Men zei dat men mij daarbij niet kon helpen en daar hebben we vervolgens een jaar over gediscussieerd. Ik werd in de steek gelaten.

Radeloos kwam ik ’s avonds op de huisartsenpost. De huisarts gaf aan dat ze een vrijgevestigde psycholoog kende die mij wel zou helpen. Zij kon het verhaal ook niet bevatten, maar dat ze luisterde deed me al veel goed. Ondertussen ging ik mij in mijn werk steeds meer zorgen maken (ik was boos) en dat is heel ongezond in een werksituatie.

Ik ontwikkelde desondanks veel: ik werkte op twee afdelingen, was voorzitter en gespreksleider van de werkgroep thema-avonden (waar we ons richtten op lotgenotensteun en verbinding met de maatschappij). Ook ontwikkelde ik mijn kunstworkshops verder voor de psychisch kwetsbare mensen.

En ik ging mij natuurlijk zorgen maken over de patiënten in vergelijkbare situaties

Werd er wel gekeken naar hun achtergrond? Wat helpt hen wel in de huidige situatie? Zijn ze inmiddels afgeschreven door de GGZ en daarmee ook door de maatschappij en wellicht ook nog door hun families?

Ik denk dat hier vaak nog wat aan te redden is door ons ervaringswerkers, door bruggen te bouwen, door uit te leggen en contact te maken. Door te horen waar men zelf behoefte aan heeft. Soms zal het even duren voordat ze dat weer kunnen vertellen.

Al met al zat het me in de weg. Ik werd woedend en zat plots ziek thuis. Anderhalf jaar later nam ik ontslag om eindelijk vrij te kunnen zijn van de psychiatrie.

Zal ik ooit vrij zijn van de psychiatrie?

Kan ik nog wel met iets anders aan de slag dan dit verhaal? Ik ben gelukkig goed geholpen met het verwerken van mijn woede. En nu,  alweer een jaar later, word ik gecoacht in mijn traumatische ervaringen, wat misschien wel zinniger is dan menig diagnose zal zijn. Ik ben kritisch op mezelf maar ik hoef niet kritischer te zijn op mij dan jij bent op jou.

Alle psychische klachten hebben met traumatische ervaringen te maken die hun weerslag hebben op het contact en relaties. Met die blik en gezonde interesse hebben we misschien geen DSM meer nodig, waarmee ik de specialistische kennis overigens niet wil uitvlakken!

Ik heb veel geleerd over mijn eigen rol in situaties, vooral door schade en schande, en vaak bij gebrek aan adequate behandeling

Hoe zou mijn leven gelopen zijn als er eerder erkend was dat ik leed aan depressie, het leven niet goed begreep, en daarvoor behandeld was geweest?

Ik schrijf dit alles op omdat ik mij zorgen maak over mijn lotgenoten en omdat het voor mij persoonlijk heel heilzaam is iets voor hen te kunnen betekenen. Zal ik de volgende keer wat meer vertellen over die mensen die ik ontmoette die nog veel meer verloren zijn aan het leven dan ik?


Jort is kunstenaar en ervaringswerker. Hij brengt graag het gesprek over psychiatrie op gang met inzet van zijn eigen verhaal en werkt het liefst met lotgenoten door middel van zijn kunstprojecten.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina: