Main content

In dit blog van Alie beschrijft ze het acceptatieproces en de noodzaak van het nemen van pillen voor haar wisselende stemmingen.

Soms lonkt het licht van de manie bij mij. En ik weet dat sommige lotgenoten dit ook hebben. Bij mij komt dat voor wanneer ik net op het randje van de hypomanie zit. Wat wil ik dan graag verder.

Dan prikkelt het en dan word ik bevangen door de zucht naar avontuur, spanning, de creativiteit en die tomeloze energie

Toen mij voor het eerst pillen werden aangeboden in de vorm van een stemmingsstabilisator, bedankte ik hartelijk. En op de stelling dat ik toch wel stabiel wilde zijn, antwoordde ik met: “Nee, veel te saai.”

Zo mocht ik onlangs in overleg met mijn psychiater een halve tablet Lithium afbouwen. Ik had last van trillende handen en voelde me afgevlakt.

Dankzij minder pillen voelde ik me al snel weer levendiger

Mijn handen trilden nog wel, maar dat vond ik ineens niet erg meer. Ik voelde me goed. Doel bereikt.

De tweede dag kwamen de onrust en irritatie. Niet op een vervelende manier, want ik had weer zin om van alles te ondernemen. Ineens waren er weer plannen, weer kleur en dat heerlijke enthousiasme dat ik zo miste.

Een handeltje beginnen. Yesss, goed idee. Maar ik merkte dat mijn hartslag omhoog ging. Oei. Ineens kreeg ik de beelden van alle paniek twee jaar geleden. Steeds naar de huisarts met veel te hoge hartslag en bloeddruk, pijn op de borst, benauwdheid. Eenmaal met vliegende vaart in de ambulance naar het ziekenhuis.

Er was niets aan de hand, stressreactie nadat ik had mogen stoppen met de antipsychotica. Tja, op de hartbewaking zijn ze niet opgeleid om een manie te herkennen. En de diagnose bipolair zou pas een half jaar later worden gesteld door mijn nieuwe psychiater.

Dat circus wilde ik niet opnieuw, dus mailde ik mijn psychiater. Ik denk dat ik het wat luchtig heb beschreven, want de dag erop kreeg ik een mailtje terug dat ze het een lastige vond:"Misschien kon ik het nog even aanzien en anders de Lithium weer verhogen?"

’s Avonds laat besloot ik nog achter mijn naaimachine te gaan zitten. Daar schoot mij iets aardigs te binnen en zat ik de rest van de tijd hardop te schateren in mijn naaikamertje. Hè, bedacht ik.

Wat is dit toch een leuke aandoening. Je kunt zo ontzettend veel lol hebben

En ik besloot de Lithium niet weer te verhogen. Het was goed zo. Ik voelde me toch goed? Niks aan het handje. Ik moest maar flink bezig blijven, dan verdween de onrust ook wel.

De volgende ochtend in de lotgenotengroep vond men mij wel erg druk en opgewonden en ook het schateren achter de naaimachine vonden mijn bipolaire collega’s niet normaal.

Nee, ik ben ook niet gewoon. Wat is er mis met lachen? Al die idiote bezorgdheid ook. Maar ik beloofde braaf de Lithium weer te verhogen of mijn psychiater te bellen.

Maar thuisgekomen waren de prikkels weg en vond ik mezelf helemaal niet druk. En daarmee vervloog mijn voornemen om dat halve pilletje erbij te nemen.

Wat is nou een half pilletje? Ik voel me toch goed?

Klop-klop-klop. Daarbinnen in mijn schedel probeert iemand iets te zeggen:

"Je zit met je voet te wippen.”

“Rot op”

Klop-klop: “Je bent druk in je hoofd.”

“So what?”

Klop-klop: “Maandag eerste vergadering vrijwilligerswerk.”

“Zucht.”

“Kijk maar eens op de grafieken van de Psymate.”

“Huh?”

“Ja, neem die halve pil nou maar, je wilt toch weer goed slapen?”

Hiervoor houd ik dus de Psymate bij wat betreft de medicatieverandering. Een korte blik op de grafieken. Zucht. Nou, vooruit dan maar met die pil.

Ik ben weer ‘normaal’. De rust in mijn hoofd is weergekeerd, mijn voet wipt niet meer en de slappe lach is ook verdwenen.

De gedachte komt bij me op dat ik toch blij moet zijn met de medicatie die ik zo verfoei. Halverwege de vorige eeuw zou ik meer ín het gesticht hebben gezeten dan erbuiten.

Als ik er al ooit uit was gekomen, want de manie staat bij mij op de voorgrond. Inclusief psychose. Mijn kleinkinderen zouden niet bij me kunnen logeren.

Ik zou geen vrijwilligerswerk kunnen doen of al die andere dingen die ik zo graag doe

Nee, laat mij mijn pillen maar nemen en fijn stabiel blijven. Dan maar vervelende bijwerkingen. Ook dan kan het leven nog leuk zijn.


Alie Ongena heeft een eigen website over manisch depressiviteit. Al vanaf haar jeugd heeft ze te maken met psychische problemen. Ze heeft een gezin gesticht en een carrière opgebouwd als secretaresse. Na haar arbeidsongeschiktheid in 2008, is ze zich meer gaan richten op vrijwilligerswerk en schrijft freelance webteksten. In 2014 publiceerde ze haar boek “Fluister het maar in mijn oor.” 

Meer informatie:

 

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

  1. Ha Alie,
    Wat beschrijf je dat mooi. Voor mij is het ook een heel gevecht met die medicijnen. Ik heb ook enorme last van de bijwerkingen. Gewichtstoename, moeite met wakker worden, minder energie etc. Toch neem ik ze nu een tijd. Maar het verlangen om weer gezond te zijn, zonder pillen, blijft leven. Wie weet ooit…… En inderdaad, net zoals jij koester ik het feit dat het nu al een tijd goed met me gaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *