Main content

Ik ben een vrouw van veertig met een sigaret
Ik heb een buitenaardse stof in mijn bloed
Ik werd verleden jaar ontvoerd door een ruimteschip
En sindsdien gaat het met mij niet zo goed

Smalfilm van Spinvis: ik vind het nog steeds een geweldig nummer. Het enige wat niet klopt is dat ik geen veertig meer ben en al twaalf jaar niet meer rook. Het is alleen zo dat je moet oppassen met het melden van dit soort feiten binnen de GGZ.

De kennis van psychiaters over buitenaards leven stelt diep teleur

Dit soort ideeën wordt al gauw afgedaan als een waan, of iets als “(pre)psychotische waanachtige overtuigingen”. En dat komt je prognose niet ten goede.

Maar ik verkeer helemaal niet in de waan dat ik ontvoerd ben geweest door buitenaardse wezens. Aliens heb ik niet nodig, want ik ben zelf in het bezit van een ruimteschip. Hoe zit dat dan?

Tijdens de psychodynamische groepspsychotherapie, die ik enige tijd volgde, kwam een bijzonder verschijnsel aan het licht. Als ik mij aan iemand erger, of andere gevoelens heb die tot enig ongemak leiden, heb ik de neiging om “uit te checken”.

Ik krijg een wazige blik in mijn ogen en ben onbereikbaar voor mijn omgeving

Dat is niet nieuw. Mijn lerares Frans noemde mij op de middelbare school al “tête en l’air” (hoofd in de wolken). Nu heb ik dat altijd gezien als een talent: voor negentig procent dagdromen en voor tien procent bij de les blijven, net genoeg om indien nodig een enigszins toepasselijk antwoord te kunnen geven. Dagdromen is sowieso een van mijn sterkste kanten. Ik hoef niet op reis te gaan, want ik heb een luikje in mijn hoofd waarachter ik gratis en de voor niets nieuwe werelden kan verkennen.

Hoewel dit onmiskenbaar voordelen biedt, zoals een voldoende voor Frans en creatieve ideeën, blijkt dit nu – veertig jaar later – toch niet zo handig te zijn. Tijdens de therapie hoorde ik met enige regelmaat: “Hallo, ben je er nog?” en dan moest ik bekennen dat ik alleen nog fysiek aanwezig was. Dat komt op zijn zachtst gezegd de communicatie niet ten goede.

In de therapie omschreef ik dit als: “Ik stap in mijn ruimteschip en vertrek.”

Na de nodige tekst en uitleg werd dit geaccepteerd zonder de vermelding “psychotisch” aan mijn dossier toe te voegen. Tijdens de therapie heb ik hard gewerkt aan het bereikbaar blijven, niet uitchecken, me bewust worden van datgene wat me ertoe brengt om te vertrekken, en het melden als ik de sleutel in het slotcontact van mijn ruimteschip steek en me klaarmaak voor vertrek. En dat is me – zij het met veel moeite – aardig gelukt.

Wat ik daar vooral van geleerd heb, is dat het doel van de therapie niet het bestrijden van mijn gekte moet zijn

Niemand mag mijn ruimteschip afpakken. Ik moet alleen leren om zelf aan het stuur te staan en zelf te beslissen of ik wil vertrekken of niet.

Nu hoor je dat wel vaker: het gaat niet om “genezen”, maar om het leren omgaan met je “ziekte”. Het probleem is dat wat gezien wordt als mijn “ziekte” zich beperkt tot het rijtje symptomen dat volgens de DSM-5 bij mijn “psychische beperking” hoort. Geen woord over ruimteschepen en dat is volgens mij een gemiste kans. De veelgebruikte term “evidence based” betekent nog altijd meer dan het toepassen van een wetenschappelijk bewezen trucje.

“De praktijk van evidence-based practice impliceert het integreren van individuele klinische expertise met het beste externe bewijsmateriaal dat vanuit systematisch onderzoek beschikbaar is, in combinatie met de voorkeuren, wensen en verwachtingen van de patiënt” 1

Bij de voorkeuren, wensen en verwachtingen van de patiënt hoort in mijn geval het reizen per ruimteschip

Dat wil zeggen dat ook de klinische expertise aanwezig moet zijn om vlieglessen voor ruimteschepen aan te bieden. Ik hou me van harte aanbevolen.

Naschrift: door logistieke problemen heeft de psychodynamische groepspsychotherapie niet langer dan drie maanden (in plaats van zes) mogen duren. Ik ben klaar voor het volgende ggz-experiment, maar ik heb veiligheidshalve nog niet gemeld dat ik per ruimteschip kom.


Chantal Caes is tekstschrijver en vertaler. Op PsychoseNet blogt zij over haar eigen ervaringen. 

1 Verpleegkundige Advies Raden: Wat is Evidence Based Practice?

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Ik houd van deze metafoor, zo creatief, echt een gave. Prachtige blog! Zo mooi beschreven. En kan zo met je linken… Ik heb in groepstherapie ook vaak dat ik uitcheck (merk ik soms pas veel later, ben er dan zo half ofzo). Herkenbaar. Ik ben dankbaar voor goede faciliteerders buiten de GGZ die snappen hoe het zenuwstelsel werkt en je bewust helpen om ervaringen te creeren om je veiliger te voelen met heel veel goede technieken. Heeft mij enorm geholpen. Dan wordt tenminste niet alles zo gelabeld als slecht en ziek, maar als overlevingsmechanismen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *