Main content

Frederik Florian heeft jaren achter de rug waarin hij heeft moeten zoeken en ploeteren. Toch bleef hij genieten van de kleine dingen. Hij schreef er deze blog over.

Ouder, wijzer en stabieler worden is voor mij een lange weg geweest nadat ik -naar mijn eigen overtuiging- een moeilijke start heb gehad in mijn leven

En na deze moeilijke start, werd ik in mijn volwassen leven geplaagd door psychische problemen.

“Het is misschien de waarheid als een koe, maar uiteindelijk vond ik niet alleen vreugde, wijsheid en stabiliteit in het doen van dingen waar ik gelukkig van werd, maar vond ik ook de mogelijkheid het geluk te zien”

Ik was twintig toen ik uit huis ging, na een jeugd getekend door ouderlijke druk, spanningen en vreselijke ruzies tussen mijn gescheiden vader en moeder. Mijn eerste nacht op kamers in een studentenhuis in Rotterdam was bizar: buiten op straat hadden een man en een vrouw, die zo te horen in een relatie zaten, elkaar met overslaande stemmen, geschreeuw en gevloek en getier elkaar uitgemaakt voor rotte vis.

Ik lag op bed in mijn nieuwe kamer en het was net alsof ik weer thuis was

Ik was doodsbang. Het was alsof ik eraan werd herinnerd dat ik nu weliswaar op mezelf woonde, maar dat ik nog niet bevrijd was van mijn verleden. Hoezeer ik mijn thuissituatie vroeger ook had gehaat, het was wel een plek die me structuur en een zekere stabiliteit had geboden. En met het op kamers gaan wonen viel ik langzaam uit elkaar. Ik kreeg nachtmerries, werd angstig en had periodes dat ik emotioneel overstuur was en labiel. Ik moest mijn eigen structuur vinden, maar het leven voelde alsof ik een berg grind probeerde op te klimmen, waarbij ik telkens weer naar beneden gleed, de ellende in.

Ik brak mijn conservatoriumstudie af en verhuisde naar België, waar ik ging samenwonen met mijn toenmalige vriendin, Mathilde. Alhoewel ik daar wat stabieler werd, ervoer ik ook steeds grotere problemen omdat ik de druk van werken, een relatie en wonen in het buitenland niet aan kon. Er waren continu spanningen en ruzies met Mathilde.

Toen ze het uitmaakte, ging ik op kamers wonen in Gent. Daar ervoer ik een rare spagaat: ik kende mensen uit de muziekwereld en er waren legio mogelijkheden om als gitaardocent aan het werk te gaan, maar tegelijkertijd zonk ik weg in een steeds grotere depressie, die uiteindelijk ontaardde in meerdere psychotische episoden.

Het was moeilijk om te ervaren dat er kansen voor me waren, maar dat ik die niet kon benutten

Mijn angsten en depressies werden zo erg dat ik uiteindelijk begon te zwerven. Het lukte me niet eens om een bijstandsuitkering voor mezelf te regelen. Als door een godswonder, lukte het wel mijn spullen en mijn talrijke muzikale composities en verhalen op te slaan bij vrienden.

Een half jaar heb ik rond gezworven. Ik werd tweemaal op aandringen van familieleden opgenomen in een psychiatrische kliniek, maar liep na enkele dagen steeds weer weg. Ik zwierf van adres naar adres, of sliep gewoon buiten. Uiteindelijk besloot ik dat ik naar Zwolle wilde. Daar kende ik nog twee mensen uit mijn studietijd, die daar waren gaan wonen. Ik vroeg een crisis gesprek aan bij de RIAGG en werd opgenomen op de PAAZ (psychiatrische afdeling algemeen ziekenhuis) in wat toen nog het Sofia Ziekenhuis heette.

Voorafgaand aan mijn opname had ik een week lang buiten geslapen. Ik was vermoeid, vermagerd en doods- en doodsbang. Deze opname in de kliniek maakte ik wél af. Met de ondersteuning van de verpleegkundigen en de maatschappelijk werkster vond ik een huis en kon ik een uitkering aanvragen. Ik heb vele warme herinneringen aan die tijd. Bij mijn ontslag uit de PAAZ was ik ingesteld op de laagste dosering van het risperdal, om zo mijn psychosen onder controle te houden.

Wat volgden, waren jaren van zoeken en vreselijk hard ploeteren

Ik werd nog steeds regelmatig labiel en angstig. Ik belandde in deze crisis situaties dan bij de huisarts, die me onder andere adviseerde om een agenda te kopen, omdat ik steeds mijn afspraken vergat. Toen ik nog thuis woonde had ik daar geen enkele moeite mee gehad, maar op dat moment was afspraken nakomen het moeilijkste wat er was.

Tijdens deze moeilijke periode, was er één ding dat voor mij boven alles uitstak, dat ik als hoopgevend ervoer, namelijk het kunnen genieten van kleine dingen. Het waren niet de grote dingen die het hem deden, want mijn leven lag in duigen. Ik kon niet werken (zelfs geen vrijwilligerswerk), relaties lukten niet, ik was vaak in de war, maar ik kon zo genieten van de zonnestralen op mijn gezicht, het schrijven van een nieuw muziekstuk, een avondmaaltijd voor de televisie…

Hele tastbare kleine dingen waar ik gelukkig van werd en die ik verwoordde in dit gedicht:

Waar ik van hou

Ik houd van thee, water,
Koffie met een wolkje.
De stilte,
Het ruisen van de wind
Die de bladeren doet ritselen,

Of een meisje die voorbij mijn raam fietst
En tegen haar vriendje zegt:
“Sven, je bent lelijk!”

De fluweel zachte aarde,
Die een beetje vochtig voelt,
Wanneer ik een plant een grotere pot geef,
Want met zulke aarde wou ik dat ik wortels had.

Ik houd van de zon die doorbreekt,
En haar warme stralen op mijn gezicht.
De tintelende herfstlucht,
Die ik diep mijn longen in zuig.

Het bloed,
Dat door mijn aderen stroomt,
En kolkt van mijn vingertoppen,
Tot aan mijn tenen.

Meer dan alles,
Hou ik van het leven.


Frederik Florian (pseudoniem) is een schrijver, gitarist en componist. Hij schreef talloze muziekwerken voor ensembles, film en dans. Zijn invloeden zijn afkomstig uit de jazz, pop, film en klassieke muziek. Hij is momenteel bezig aan zijn tweede boek.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *