Main content

Omgaan met privacy, het beroepsgeheim en naasten blijkt nog vaak erg ingewikkeld. Dat ondervond Anne afgelopen week ook. In deze blog deelt ze vier leestips met handvatten en informatie over hoe je dat nu het beste doet: omgaan met naasten en privacy.

Mensen zijn sociale dieren, ze opereren zelden helemaal alleen. Vaak is er op zijn minst één iemand in meer of mindere mate betrokken bij andermans leven, en dat hoeft lang niet altijd in de functie van ‘familielid’ te zijn. De term ‘naaste’ zou dan ook breed opgevat moeten worden. Vereniging Ypsilon, voor familieleden en naasten van mensen met psychosegevoeligheid, snapt dat. Op hun website schrijven zij: “Met naastbetrokkenen bedoelen we mensen die nauw betrokken zijn bij iemand met (een kwetsbaarheid voor) psychoses. Dat kunnen ouders zijn, maar ook broers, zussen, partners, kinderen, vrienden of buren.”

Naasten zijn niet alleen familieleden dus. Tot zover helder

Ingewikkeld wordt het als je naaste van iemand bent die om een verscheidenheid aan redenen met het leven of zichzelf worstelt, en je iets voor die iemand wilt (of zelfs moet) doen. Om hulp vragen bij de huisarts bijvoorbeeld, of je zorgen uiten bij zijn of haar therapeut, of een behandelaar om informatie vragen over hoe het met iemand gaat. Als je dat probeert, is de kans aanzienlijk dat je niet een deksel maar een hele keukeninventaris op je neus krijgt onder de noemer ‘Privacy’ of ‘Beroepsgeheim’. Zélfs als je een naaste in de categorie ‘familielid’ bent.

Begrijp me niet verkeerd, het is een groot goed, die privacy en dat beroepsgeheim

Onmisbare ingrediënten zelfs, voor een goeie therapeutische relatie en dito vertrouwensband. Want als je er niet op kunt rekenen dat wat jij iemand in vertrouwen vertelt ook vertrouwlijk blijft, hoe moet je dan ooit je ziel op tafel leggen? Hoe ga je voorbij al je schaamte en deel je zaken als suïcidale gedachten, stemmen in je hoofd of een niet te stoppen verslaving als je niet verzekerd bent van het feit dat die informatie tussen jou en de professional met beroepsgeheim blijft?

Belangrijk dus om goed te regelen, hoe we omgaan met elkaars privacy en hoe we die beschermen

In Nederland staat het zelfs in de grondwet, het recht op privacy voor iedere burger. En voor de ‘beschermde beroepsgroepen’ zoals artsen, advocaten en psychologen is er wetgeving rondom het beroepsgeheim. Dat beroepsgeheim schenden is zelfs strafbaar, met tuchtzaken en uit je ambt gezet worden tot mogelijk gevolg. Daar moet je dus niet te licht over denken. En dat gebeurt dan ook meestal niet. Sterker, naar mijn idee en (uiterst frustrerende) ervaring wordt dat hele beroepsgeheim soms nét iets te ver doorgevoerd en nét iets te vaak opgeworpen wanneer naasten in het spel komen of zouden moeten worden betrokken.

‘Sorry mevrouw, dat kunnen we u niet vertellen.’

In de afgelopen week kreeg ik deze opmerking welgeteld drie keer om mijn oren, toen ik als naaste (én eerste contactpersoon) voor een vriendin in grote nood probeerde te zorgen. Eerst van een hulpverlener van de afdeling waarop zij gedwongen opgenomen verbleef. Vervolgens van het ‘Avond-Nacht-Weekend-Hoofd’ naar wie ik werd overgeschakeld om een crisis te bespreken op zondagavond. En als kers op de taart van de klachtenfunctionaris, bij wie ik een aantal dagen later een klacht probeerde neer te leggen over… het voorgaande.

Je begrijpt, ik werd er best wel boos van, dat f*cking beroepsgeheim

Maar veel meer nog: wanhopig, moedeloos, intens verdrietig. Want waar moet je als naaste in vredesnaam nog heen als de meest aangewezen personen om met jou mee te denken, over de zorg van nota bene hún patiënt, niet naar je willen luisteren? Sterker nog, je keihard de deur wijzen? Hoe moet je erop vertrouwen dat mensen die zo met jou omgaan, wél goed voor jouw dierbare zullen zorgen? Kunnen zorgen, überhaupt, want mij zegt de behandeling die ik tot drie keer toe ontving vooral ook veel over iemands menselijkheid. Of juist het gebrek daaraan.

Na stevig vloeken, doorademen en loslaten ging ik bij gebrek aan beter op zoek naar handvatten en informatie

Want ik begrijp echt wel dat het voor een hulpverlener ook ingewikkeld is, hoe je nu met zo’n super bezorgde naaste om moet gaan. Of wanneer jouw patiënt/cliënt/hulpvrager pertinent niet wilt dat je met naasten praat, maar die naasten wél met jou willen praten. Ik begrijp heel goed dat hulpverlener zijn in de GGZ anno 2019 soms heel lastig is, want je caseload, en de ROM, de productie en administratie. En dan ook nog aandacht aan naasten besteden.

Ontzettend ingewikkeld, alle begrip, míts je je verantwoordelijkheid neemt en een goede afweging maakt

Een afweging in het belang van de patiënt (wat niet altijd hetzelfde is als zijn of haar wensen honoreren, trouwens) en met respect voor de betrokken naaste(n). Die zijn namelijk niet zelden van onmisbare waarden in iemands herstelproces. En hoe je dat goed doet, omgaan met privacy en het beroepsgeheim en naasten, daar zijn dus richtlijnen voor en wijze dingen over geschreven. Ik deel er graag een aantal:

Vier leestips over omgaan met privacy en het betrekken van naasten in de GGZ

  1. De brochure ‘Wie zorgt praat mee!’ van Ypsilon, over privacy en autonomie voor familieleden en naasten.
  2. De generieke module ‘Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek’.
  3. Het boek ‘Bondgenoten’ van Henk-Willem Klaassen over hoe familieleden en hulpverleners in de psychiatrie samen kunnen optrekken.
  4. De blog ‘Hoe familieleden en hulpverleners in de psychiatrie bondgenoten kunnen zijn’ van Nanette Waterhout met een reeks goeie tips.

 

Plus nog een gratis tip voor de klachtenfunctionaris die ik sprak: u had me al enorm geholpen door simpelweg naar mij, als naaste, te luisteren en niet direct in de verdediging te schieten. Een gevoelsreflectie in de trant van ‘Goh mevrouw, ik hoor dat het u raakt, wat vervelend’, of ‘Jeetje, wat een rot situatie zeg’ was ook nog fijn geweest.

En mocht het echt zo zijn, dat je mij (of welke naaste dan ook) niks mag of kunt vertellen, luister dan in elk geval.

Want luisteren mag altijd.


Anne Marsman is hoofdredacteur van PsychoseNet en PhD student aan de Universiteit Maastricht.

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. De bescherming van iemands privacy en het beroepsgeheim belemmeren een hulpverlener niet om (gevoelige) informatie van een naaste simpelweg in ontvangst te nemen. Dus niet luisteren door een hulpverlener onder deze noemer komt mij voor als een (slap) excuus.

    Het beroepsgeheim en privacy in het algemeen hebben als gemende deler dat de toestemming van de betrokkene maakt dat de (medische) persoonsgegevens gedeeld mogen worden. In een meer stabiel behandelstadium kan hier iets over afgesproken worden, zoals ook een signalerings- of crisisplan opgesteld kan worden. Maar ik snap dat dit geen soelaas biedt IN de crisis.

    Ik hoop dat de klachtenfunctionaris jouw gratis tip ter harte neemt.

  2. Je zou kunnen overwegen een toestemmingsverklaring op te stellen samen met je vriendin, waarbij zij haar zorgverleners verplicht met jou te praten alsof ze met haarzelf communiceren. Zeker in de GGZ is dat een sterk statement omdat jij wel en je vriendin niet helder van geest is op dat moment. Met andere woorden, ze moeten dan verantwoorden waarom en hoe ze handelen alsof jij haar bent maar dan zonder de belasting van de acute stoornis klachten. Kan geen beroepsgeheim tegenop. En onder de nieuwe wet gedwongen GGZ al helemaal niet. Want mijn ervaring is dat dat ook een handig argument is om geen lastige of kritische vragen te hoeven beantwoorden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *