Main content

Het was een gesprek om nooit te vergeten. Derde etage in een sfeerloos kantoor. Samen met mijn collega had ik het gesprek vooraf besproken. Een slecht nieuwsgesprek met iemand voeren die onder hoge spanning staat vraagt om zorgvuldigheid en daar waren we vooraf heel druk mee.

Hoe ondersteun je iemand die je vanwege andermans veiligheid moet vertellen dat hij niet meer welkom is in zijn eigen huis? Sterker nog; dat hij een straatverbod heeft en dat hij definitief niet meer terug kan komen? Kortom, hoe zeg je iemand met de juiste woorden dat hij na dit gesprek dakloos is?

Dit gesprek voerde ik zo’n vier jaar geleden. Het was zo spannend dat ik me van elke actie bewust was, gericht op mijn eigen veiligheid en die van mijn collega. Ik herinner me zelfs de afweging of het lepeltje in de koffie die ik meneer aanbood aan het begin van het gesprek, wel veilig en verantwoord was (beslissing: ja).

Het gesprek werd pittig zoals verwacht en tegelijkertijd was onze boodschap helder én ondersteunend

Ook al was hij op dat moment ‘dader’ (ontstaan vanuit slachtofferschap in zijn verleden), wij waren er om hem verder te helpen in de stappen die hij zou moeten zetten. Onderdak, schone kleren, een bankpas…

Dat ging niet zonder slag of stoot. Gelukkig bleef het bij woorden. Maar woorden komen ook aan. In een moment keken twee gitzwarte ogen me aan en zei hij: “Als ik je tegenkom op straat, dan zweer ik op het graf van mijn vader, dat ik je vermoord.”
En ik zag hem. Zijn wanhoop, zijn boosheid en zijn onmacht. “Dat mag je vinden” antwoordde ik terug.
Er viel een korte stilte. Op dat moment besefte ik dat hij niet tegen mij praatte, maar tegen mijn rol die ik op dat moment innam. En ik besef me nu dat mijn antwoord niet uit een script kwam (behorende bij een rol) maar uit het diepste van mijzelf. En daarmee ontstond er een verbinding tussen ons. Hoe gek dat ook mag klinken.

Het werd nog gekker, want een half uur later was het gesprek afgerond, liepen we met hem mee naar beneden (ook vanwege de veiligheid van de receptioniste) en stonden we ineens allebei buiten. Hij bood me een sigaret aan en samen rookten we de spanning van ons af.

Afgelopen woensdag kwam ik hem tegen op straat. We kletsten bij, hij vertelde trots hoe hij stappen had gezet in zijn herstel

Dat hij weer toekomstplannen had. Dat hij vanaf november dit jaar weer op zichzelf mag gaan wonen. Vol trots toonde hij een trouwring aan zijn linkerhand en noemde iets over Amerika. “Laat niemand ooit je dromen afpakken“, gaf ik hem nog mee. En zo gingen onze wegen weer uit elkaar.

De twee vragen aan het begin van dit artikel blijven onbeantwoord. In de ontmoeting van gisteren, daarin zaten geen antwoorden, maar een mooiere bevestiging kan ik me niet wensen.

Bij deze nogmaals: ik wens hem veel geluk. Waar een wil is, is een weg.


Jeroen Zwaal is ervaringsdeskundige, coach en creatieveling en blogt om de vrijdag in Jer & Jer op vrijdag

photo credit: pexels.com

 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *