Main content

De gevolgen van trauma en vroege tegenslag zijn niet goed begrepen (hoewel er heel veel wordt beweerd op het internet) en voor iedereen anders.

Wel zijn er een aantal patronen waar te nemen:

Dissociatie

Wie een ernstig trauma ondergaat kan als het ware in zijn geest vluchten naar een plek waar het trauma niet bewust meegemaakt hoeft te worden. Je koppelt je bewustzijn dan als het ware los van de machteloze situatie zodat de pijn, het geweld en de brute terreur niet meer tot je doordringen. Het is als het ware een soort check out – maar dan uit je bewuste zelf. Wie herhaaldelijk is getraumatiseerd kan later, bij bepaalde triggers die het trauma weer oproepen, weer in een staat van ontkoppeld bewustzijn raken. Dit gebeurt vaak onbewust, dus zonder dat je er bewust controle over hebt. Het wordt dissociatie genoemd en kan worden beschouwd als een manier van omgaan met stress.

Dissociatie is een overlevingsmechanisme als respons op een stressvolle gebeurtenis. Het kan een onaangename sensatie voor de betrokken persoon geven. Mensen beschrijven het als een gevoel van daasheid, alsof de wereld ver weg, onwerkelijk of niet echt is, of dat de eigen persoon vreemd en niet verbonden aanvoelt; dat de omgeving wordt waargenomen als door een mist of beslagen raam; dat men niet bij het eigen gevoel kan – of dat er zelfs helemaal geen gevoel meer is. Met name dit laatste is een zeer kwellende ervaring.

Dissociatie kan enkele minuten duren, maar ook urenlang aanblijven, of zelfs weken- of maandenlang. Mensen die vaak dissociëren kunnen ‘gaten’ in het geheugen ervaren, omdat dingen niet goed worden opgeslagen tijdens een dissociatie. Ook kunnen mensen soms een ‘fugue’ ontwikkelen, bijvoorbeeld tijdens de dissociatie feitelijk op reis gaan zonder zich daar bewust van te zijn. Mensen ‘ontwaken’ dan ergens op een plek zonder te weten hoe ze daar zijn gekomen.

Multipliciteit van de persoonlijkheid

Soms kan, in verband met herhaaldelijke check-outs en veranderingen in de bewustzijnstoestand, bij trauma een beeld ontstaan van ‘multipliciteit’ in de persoonlijkheidsbeleving. Dit thema is enigszins controversieel en een dankbaar onderwerp voor dramatische Hollywoodfilms.

Praktisch gezien echter kan het concept van multipliciteit helpen in de behandeling. Het wordt dan gebruikt als construct om de persoon een evenwicht te helpen vinden bij de verschillende heftige staten van zijn die elkaar bij chronisch trauma kunnen afwisselen en die zich als het ware in de persoonlijkheid kunnen ‘nestelen’.

Dit kan worden voorgesteld als een toestand waarbij iemand afwisselend twee (of meer) van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden kan aannemen. En van deze persoonlijkheden neemt een aantal dan regelmatig het gedrag min of meer over. Een persoon kan gaten in het geheugen ervaren die niet samenhangen met vergeetachtigheid. En de oorspronkelijke persoonlijkheid weet soms weinig van de andere persoonlijkheden.

Het betreft dus verschillende zijnsstaten die samenhangen met (overleving van) trauma. Therapeutisch kan het benoemen van diverse ‘delen’ en/of persoonlijkheden  nut hebben om de persoon te leren deze verschillende zijnsstaten te accepteren en beter te hanteren in het dagelijks leven. Een transpersoonlijke of spirituele werkwijze kan hier goed bij aansluiten.

Freezing up

Vroege trauma’s kunnen aanleiding geven tot latere hyperactieve freeze responsen bij stress in het dagelijkse leven. Als je wordt geconfronteerd met een verschrikkelijke en gevaarlijke tegenstander, die je onmogelijk kunt verslaan en ook niet veilig kunt ontvluchten, kan een dergelijke bevriezing/verlamming optreden. Het wordt vaak geobserveerd in het dierenrijk en is een van de manieren waarop dieren omgaan met de overweldigende stress bij het ten prooi vallen aan een ander.

Tijdens het ‘bevriezen’ kan je hartslag toenemen of afnemen, en kun je je adem inhouden of je ademhaling beperken. Deze verlamming is net zo goed adaptief als vechten tegen de vijand of ervoor vluchten.

De freeze of zelfverlamming is net als de bekendere reactiepatronen van fight en flight, een overlevingsmechanisme van trauma dat zich op latere leeftijd onbewust kan blijven herhalen. De ervaring van ‘bevriezen’ of ‘verdoven’ wordt wel beschreven als een zich fysiek, mentaal en emotioneel verlamd voelen door een bepaalde consternatie. De bevriezing zorgt dat je niet de enormiteit  hoeft te voelen van wat er met je gebeurt. In die zin ligt het dus dicht bij dissociatie.

Fight-flight reacties

Een bekende reactie op trauma is de zgn fight/flight response.  Dit is de reactie van snelle ontwikkeling van stress, scanning, spanning, ontlading en agressie en alles wat meer nodig is om te ontsnappen en te overleven in de strijd.

In de fight-flight reactie maakt je lichaam, adrenaline en cortisol, het stresshormoon, vrij. Deze hormonen komen zeer snel vrij, wat van invloed kan zijn op je:

  • Je hart klopt sneller om zuurstof naar je belangrijkste spieren te brengen.
  • Je ademhaling versnelt om meer zuurstof aan je bloed te leveren.
  • Je perifere zicht neemt toe, zodat je je omgeving kunt opmerken. Je pupillen worden groter en laten meer licht binnen, waardoor je beter kunt zien.
  • Je oren “prikkelen” en je gehoor wordt scherper.
  • Het bloed wordt dikker, waardoor de stollingsfactoren toenemen. Dit bereidt je lichaam voor op blessures.
  • Je huid kan meer zweet produceren of koud worden. je kunt bleek zien of kippenvel krijgen.
  • Handen en voeten. Naarmate de bloedstroom naar je belangrijkste spieren toeneemt, kunnen je handen en voeten koud worden.
  • Pijn perceptie. Fight-flight vermindert tijdelijk je perceptie van pijn.
  • Er ontstaat extreme waakzaamheid en anticipatie op dreiging die kan overgaan in paranoia en stemmen horen

Je specifieke fysiologische reacties hangen af van hoe je gewoonlijk op stress reageert. Je kunt terecht komen in een staat van afwisseling tussen freeze en fight-flight, maar dit is erg moeilijk vol te houden. Gewoonlijk keert je lichaam na 20 tot 30 minuten terug naar zijn natuurlijke staat.

Mensen met vroege trauma’s kunnen in het dagelijks leven heel snel, naar aanleiding van kleine dingen, in een dergelijke staat van spanning, ontlading en agressie terecht komen.

Fawn response (lijmreactie)

De lijmreactie houdt in dat je probeert een persoon te ‘lijmen’ (een plezier doen) om conflicten te voorkomen. Dit is een reactie die vaak voorkomt bij jeugdtrauma, waarbij een ouder of een belangrijke gezagsdrager de misbruiker is. Kinderen kunnen dan een lijmachtige reactie ontwikkelen om te proberen het misbruik, dat verbaal, fysiek of seksueel kan zijn, te vermijden door de ander te ‘pleasen’. Met andere woorden, ze proberen preventief de misbruiker te sussen door akkoord te gaan, te antwoorden wat ze weten dat de ander wil horen, of door hun persoonlijke gevoelens en verlangens te negeren en alles en nog wat te doen om het misbruik te voorkomen. Na verloop van tijd wordt deze lijmreactie een patroon.

Personen gebruiken dit gedragspatroon ook in hun volwassen relaties, inclusief hun professionele en persoonlijke relaties.

Posttraumatische stressstoornis

Als iemand veel last heeft van de combinatie van bovenstaande klachten, kan er sprake zijn van PTSS. PTSS is de situatie waarbij het trauma zich blijft manifesteren in de vorm van herbelevingen (herinneringen, beelden zien, geluiden horen, nachtmerries), een combinatie van freeze-fight-flight-fawn reacties die gepaard gaan met sterke negatieve gedachten en/of afgestompte gevoelens en vermijding van zaken die direct of indirect aan het trauma herinneren. Er wordt wel van complexe PTSS gesproken als er sprake is van bijvoorbeeld chronisch ernstig seksueel misbruik. In zulke situaties is een simpele EMDR-behandeling vaak minder geschikt. Ook is bij complexe PTSS ‘exposure’ (de persoon in beleving laten teruggaan naar het trauma) vaak niet gewenst of mogelijk.

PTSS gaat vaak gepaard met psychose-achtige verschijnselen (bijvoorbeeld stemmen horen, paranoia) en soms is het onderscheid tussen PTSS en psychosegevoeligheid niet goed te maken.  Dat zegt niet zozeer iets over wat er met degene om wie het gaat aan de hand is. Het betekent vooral dat psychisch lijden, zeker psychisch lijden in het kader van trauma, zich niet houdt aan de kunstmatige categorieën van de DSM. Alle DSM-diagnosen blijken voortdurend met elkaar te overlappenen over de tijd in elkaar over te lopen.

Een betere manier om dit soort diagnostische vraagstukken te bekijken is vanuit de gevolgen van trauma zelf. Trauma kan lichaam en geest zodanig disreguleren dat symptomen en beelden uit letterlijk de hele DSM het gevolg kunnen zijn. Niets hoeft dus te verbazen. Het beste is om telkens opnieuw met verse verwondering te kijken naar ieder mens, zonder al te veel ideeën in het achterhoofd over hoe de wereld in elkaar zou moeten steken.


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van Os, Voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij staat sinds 2014 op de Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.).

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedIn, Facebook, Twitter en YouTube!

Meer informatie over trauma:

  • Deel deze pagina: