Manie en depressie

Psychosegevoeligheid kan hand in hand gaan met manie en depressie. Bij een manie ben je uitgelaten, hyperactief, niet te stuiten. Bij een depressie juist somber, heb je nergens interesse meer in. Als je last hebt van manische depressie schommelt je stemming tussen die uitersten.

Wat is manisch-depressief?

Manisch-depressiviteit wordt ook wel bipolaire stoornis genoemd en wordt gekenmerkt door het afwisselend optreden van manische en depressieve periodes. Niet alleen je stemming maar ook je energie schommelt tussen twee uitersten. In een manische episode heb je boordevol energie en ben je vaak hyperactief. In een depressieve episode het tegenovergestelde: je voelt je futloos, energieloos en hebt nergens meer zin in.

Tussen een manische en depressieve episode in kun je een tijdlang stabiel zijn en geen of nauwelijks stemmingsklachten ervaren. Soms liggen er jaren tussen een stemmingsepisode in, maar ze kunnen elkaar ook zo snel opvolgen dat er nauwelijks nog een stabiele periode tussen zit. In dat geval wordt ook wel gesproken van rapid cycling.

Manisch-depressiviteit kan, net als psychose, enorm variëren. Zowel de ernst als de duur van stemmingsepisoden is voor iedereen anders. Je kunt bijvoorbeeld last hebben van lichte manische klachten (dit wordt ook wel hypomaan genoemd), maar ze kunnen ook zo ernstig zijn dat ze gepaard gaan met psychotische verschijnselen.
In de praktijk is de diagnose ‘manisch-depressiviteit’ of bipolaire stoornis soms heel moeilijk te stellen, stemmingswisselingen komen tenslotte bij iedereen voor. Wij praten dan ook over een manisch-depressieve gevoeligheid. Een gevoeligheid die net als psychosegevoeligheid menselijk is en verschilt van persoon tot persoon.

Er wordt ook wel gesproken van het ‘bipolaire spectrum’ om aan te geven dat er gradaties zijn en er geen duidelijke afgrenzing is tussen wat we ‘normaal’ en ‘abnormaal’ noemen. Stemming ligt net als bijvoorbeeld psychose en intelligentie op een spectrum dat ligt tussen twee uitersten. Waar iemand zit op dat spectrum verschilt van persoon tot persoon en kan onder invloed van bepaalde persoonlijke- en omgevingsfactoren ook nog binnen één persoon en gedurende het leven variëren.

Wat hebben manie, depressie en psychose met elkaar te maken?

Bij depressie is er eigenlijk van alles te weinig: je hebt nergens zin in, je ziet het niet meer zitten, je hebt geen energie. Bij manie is er van alles te veel. Je doet veel, je voelt je fantastisch, je bent niet af te remmen. En dat je niet meer te corrigeren bent, dát noemen we eigenlijk een psychose.

Een diepe depressie is óók een psychose, zegt psychiater Ralph Kupka.

Bekijk of lees het interview.

Praten over zelfmoordgedachten

Gevoelens van hopeloosheid, uitzichtloosheid en wanhoop komen veel voor tijdens een depressieve periode. Gedachten aan de dood, aan er niet meer willen zijn en zelfmoord zijn dan ook geen uitzondering.
Praten en kunnen praten over zelfmoordgedachten is ontzettend belangrijk. Bij naasten bestaat vaak de angst dat praten over zelfdoding iemand juist aanzet tot handelen en daarom vermijden ze het onderwerp liever. Dat is heel begrijpelijk, maar in veruit de meeste gevallen niet waar. Van mensen met ervaring weten we dat er vaak juist wel behoefte is om over zelfmoordgedachten te praten. En dat, wanneer dit niet mogelijk was of zelfs verboden werd, het gevoelens van eenzaamheid en depressie versterkten.

Wil je er wel over praten maar weet je niet met wie? Zoek contact met 113Online, een onafhankelijke ggz-instelling gericht op online zelfmoordpreventie. In België kun je terecht bij Centrum ter Preventie van Zelfdoding en Zelfmoordlijn1813.
Bij zowel 113Online als CPZ kun je anoniem en 24/7 met iemand praten of chatten over zelfmoord, zelfdoding, suïcide, of hoe je het ook wilt noemen. Er zitten deskundige mensen klaar om naar je te luisteren, onbevooroordeeld en geheel vrijblijvend.
Ook naasten kunnen hier terecht.

Bekijk of lees ook het interview met psychiater Ralph Kupka over praten over zelfmoordgedachten.

Behandeling van manisch-depressiviteit

De behandeling van een bipolaire stoornis bestaat over het algemeen uit een combinatie van psycho-educatie, begeleiding, medicatie en eventueel aanvullende psychotherapie. Het is heel belangrijk dat ook de directe omgeving van iemand met manisch-depressieve klachten goede voorlichting en begeleiding krijgt. Zij kunnen een belangrijke rol spelen in het signaleren van klachten die op een manische of depressieve episode wijzen.

Acute behandeling

De behandeling kent twee fasen: de acute behandeling van een depressie of manie, en de onderhoudsbehandeling. In het geval van een heftige manische episode worden vaak antipsychotica en kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen) voorgeschreven. Hier wordt vaak in een vroeg stadium een stemmingsstabilisator zoals lithium aan toegevoegd.
In het geval van een ernstige depressieve episode wordt een antidepressivum voorgeschreven. In de Nederlandse richtlijn wordt aanbevolen om het antidepressivum na enkele maanden af te bouwen en de medicamenteuze behandeling voor te zetten met een stemmingsstabilisator. De combinatie van een stemmingsstabilisator met een antidepressivum kan tot een manische episode leiden en hiermee moet dan ook worden opgepast.

Onderhoudsbehandeling

Om te voorkomen dat je terugvalt en manische of depressieve klachten weer terugkomen wordt behandeling met medicatie nog een aantal maanden voortgezet. Afhankelijk van je voorgeschiedenis en persoonlijke situatie krijg je daarna een onderhoudsbehandeling voorgeschreven. Dit is vaak het geval wanneer je al meerdere (ernstige) episoden hebt gehad en/of er in je familie andere mensen zijn met een manisch-depressieve gevoeligheid.

Een onderhoudsbehandeling bestaat meestal uit een stemmingsstabilisator. Dit is geen geneesmiddel in de zin dat het de gevoeligheid geneest, maar het kan helpen de stemmingswisselingen beter onder controle te houden. Lithium is het middel van eerste keuze, maar is lang niet voor iedereen effectief. Welke medicijn het best bij iemand past is heel persoonlijk en moet dan ook per persoon bekeken worden.

Goede behandeling en preventie van stemmingsepisoden is heel belangrijk, net als het leren omgaan met je gevoeligheid. Voldoende slaap en een gezond dag- en nachtritme met activiteiten en sociale contacten is voor iedereen behulpzaam, dus ook voor jou.

Contra-gedrag bij manisch-depressieve gevoeligheid

Contra-gedrag is een strategie die je kunt gebruiken als je merkt dat je vroege symptomen hebt van een manische depressie, die kunnen uitmonden in een volle manie of depressie. Contra-gedrag betekent dat je je tegengesteld aan je stemming gaat gedragen, om weer terug te keren naar een stabiele stemming.

Dus als je somber bent, en je wilt het liefst wegkruipen op de bank of in bed: ga toch sporten of vrienden opzoeken. Of als je hypomaan (licht manisch) bent: zeg juist afspraken af, doe ontspanningsoefeningen en ga vroeg naar bed.

Dat vereist de nodige zelfkennis en discipline, maar als je er vroeg bij bent kan contra-gedrag goed helpen om weer stabiel te worden. Bespreek het samen met je hulpverlener, je kunt het vaak al in twee sessies aanleren.

Sociaal Ritme Therapie

Met sociaal ritme bedoelen we het patroon van dagelijkse activiteiten, sociale contacten, ontspanning, inspanning, slaap, enzovoort.

Sociaal Ritme Therapie (SRT) gaat er vanuit dat het dagelijks ritme, de mate van omgang met anderen en voldoende balans in activiteiten en ontspanning van invloed zijn op je stemming. In de therapie werk je aan het vinden van een goede balans en bij jou een passend ritme. De therapie bestaat meestal uit 8 bijeenkomsten.

Sociaal Ritme Therapie is vooral geschikt als je net een diagnose van manisch-depressieve gevoeligheid (of bipolaire stoornis) hebt gekregen, of als je stemming regelmatig instabiel is. Ook als je moeite hebt met het accepteren van de diagnose kan het fijn zijn hier met SRT aandacht aan te besteden.


RedactieManisch-depressief