Veel gezochte termen

Psychosenet Achtergrond

Auteur

Miriam

De blogs van Miriam vertellen het verhaal over de helende kracht van twee mensen die de moed hebben zich te verbinden na een ontwrichtende ervaring. Een moeder stopt met schilderen na de dood van haar zoon. Haar enig kind. Haar toekomst als beeldend kunstenaar komt hiermee tot stilstand.

Negen jaar na het verlies ontmoet ze bij toeval de psychiater die korte tijd de behandelaar van haar zoon was. Het gedeelde verdriet en onmacht verbindt hen bij hun zoektocht naar de waarheid rond zijn dood. Het groeiproces van hun vriendschap werkt helend voor allebei maar niet zonder ups en downs. Gaat zij weer schilderen en hoe meandert hun relatie door de tijd?

Vastlopen in de ggz — van opnames naar klachten

Sinds 1985 was het leven van Miriam en haar zoon een aaneenschakeling van opnames, onbereikbare psychiaters en onbeantwoorde klachten.
Fotocredits: Pixabay; TanteTati
Hoofdstuk 14

Sinds 1985 was het leven van Miriam en haar zoon een aaneenschakeling van gedwongen opnames, onbereikbare psychiaters en onbeantwoorde klachten. Miriam haar pogingen tot duidelijkheid stuitten telkens op muren van bureaucratie. Haar zoon worstelde met een psychosegevoeligheid, terwijl zij probeerde te overleven en te beschermen. Ondanks alles hield ze vast aan hoop, zelfs wanneer de strijd oneindig leek.

Lees eerdere hoofdstukken van Miriam hier!

Het begon in 1985…

Hij kon de map die bovenop de stapel lag niet missen. Er stond met kleine letters 1985 op. Het jaar waarop haar zoon door zijn eerste opname in de kliniek was beland en na ontslag doorverwezen werd naar de zorg bij hem in de buurt. De formele klacht had ze als moeder ingediend na de allereerste ervaringen met de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV’er); ambulante zorg na de opname. De spv’er was een jonge man die begon met te vertellen dat een echte diagnose pas na verloop van jaren kon worden gesteld, want er kon nog van alles veranderen. Hij vertelde dat lithium de voorlopige oplossing was. Medische controle kwam nooit voor en kwam dus nooit ter sprake, want haar zoon noch zij werden daarover ingelicht.

De psychiater was nooit te bereiken. “Was ook niet nodig,” had de receptie haar gemeld, want de “dokter”, dat was de spv’er. De totale ondoorzichtigheid van het beleid, wie wie was en wie voor wat verantwoordelijk was, bleek niet te achterhalen.

Een vicieuze cirkel

Ze was gaan protesteren toen haar zoon voor de zoveelste keer psychotisch van straat was geplukt door de politie en hij weer gedwongen in de kliniek was opgenomen. Zelf was ze nog steeds herstellende van de beenmergtransplantatie en de onduidelijkheid rond de situatie van haar zoon zorgde voor stress en kostte veel energie. Ze was in een vicieuze cirkel beland. Voelde ze zich beter, kwamen de problemen in de ggz weer om aandacht vragen; het oplossen putte haar uit en dan begon alles weer van voren af aan.

Bouw een band op?

Inmiddels had ze energie gestoken in het contact met de juriste van haar zoon en vond ze een gewillig oor bij de groep moeders die aangesloten waren bij Ypsilon. Alle kinderen waren gediagnosticeerd als schizofreen, dat schiep een band. Er werd gehamerd op een goede band met de psychiater van je kind. De dokter ondersteunen, helpen waar je kon en een diep geloof in het DSM-handboek. Daar werd hevig op vertrouwd. Ze had haar twijfels, maar kreeg al snel de indruk dat haar dat niet in dank werd afgenomen. Hun kinderen waren ziek en daar was niets aan te doen behalve goed naar de psychiater luisteren. Vaak hadden ze hun eigen psychiater om het allemaal aan te kunnen.

Ze probeerde een band op te bouwen met de spv’er, maar hij was zelden te bereiken, laat staan een afspraak mee te maken.

Vitamine C midden in de nacht

Toen ze op een nacht uit bed werd gebeld en haar zoon op de stoep stond met een krat sinaasappelen die hij voor haar had meegenomen omdat ze beter zou worden van de vitamine C; hij met dwingende stem opdracht gaf de sinaasappelen uit te persen; vertelde dat hij geen slaap meer nodig had; thuis zijn vader in een plas bloed had zien staan en er slangen in zijn eten zaten, had ze niemand aan de telefoon kunnen krijgen.

Ze had toen, zonder dat hij het merkte, de buitendeur op slot gedaan, hem zover gekregen dat hij even in haar bed wilde rusten. Hij had haar soep durven eten nadat ze hem verzekerd had dat er bij haar geen slangen in zijn eten zaten en werd toen, godzijdank, wat rustiger en liet zich overhalen wat te gaan slapen. Ze bleef naast hem zitten tot hij sliep en probeerde zelf tot rust te komen op de slaapbank in de huiskamer. Voor de zekerheid stopte ze de sleutel van de buitendeur in de zak van haar ochtendjas.

Niemand kon hun helpen

Een half uur later was hij alweer op en liep te ijsberen. Hij moest en zou naar het politiebureau, zei hij, want er waren nog kleren van hem die ze de vorige keer vergeten waren hem mee te geven. Maar de buitendeur was dicht en ze soebatte of dat echt niet kon wachten tot morgen.

Voor het goed en wel tot haar doordrong en ze in kon grijpen, opende hij de balkondeuren. Hij klom over de balustrade en sprong van één hoog naar beneden. Er ging van alles door haar hoofd, haar hart stond stil. Brak hij zijn benen? Lag hij dood op straat? Ze liep naar de geopende deuren en zag dat hij de straat uitrende. Ze was totaal ontredderd geweest. En er was niemand die ze op dit moment van de nacht kon lastigvallen en om hulp vragen. Ze deed de balkondeuren dicht en ging zitten bidden.

Om negen uur belde ze de receptie; vertelde haar verhaal met moeite. Ze zouden terugbellen, ze wachtte en wachtte, maar werd nooit teruggebeld. Omdat ze zich schaamde durfde ze niet nog eens te bellen uit angst dat ze voor een overbezorgde moeder werd aangezien. Ze had niet geweten wat ze moest doen behalve de spv’er aan de lijn proberen te krijgen. Twee dagen later sprak ze eindelijk iemand bij de receptie die kon mededelen dat de spv’er vader was geworden en dat er geen vervanging was. Ze kon haar zoon niet bereiken en een week later belde zijn advocaat dat hij was opgenomen.

De klacht

Ze waren naar boven gelopen na de koffie met een plakje tulband. Ze hadden nog een tweede kopje koffie genomen en een tweede stukje cake. Hij had rondgekeken en haar huis bewonderd. Zag haar schildersezel in de hoek van de huiskamer staan en had zijn verbazing uitgesproken toen ze vertelde dat ze beeldend kunstenaar was. Na het verlies van haar zoon had ze nooit meer geschilderd. Ze wilde graag zijn portret schilderen, maar alle pogingen waren jammerlijk mislukt. Ze had het opgegeven. Terwijl ze de psychiater de klacht voorlas, kwam die hele helse tijd met alle gevoelens van onmacht weer naar boven.

“Wat is er met de klacht gebeurd?” vroeg hij.

Contact was niet nodig, zei hij…

“Niets is er mee gebeurd. Ik heb de klacht verstuurd. Mijn zoon en ik bleven aandringen op een gesprek met de behandelend psychiater, wat uiteindelijk uitmondde in een afspraak met een man die een volle asbak op zijn bureau had staan en een sigaret opstak. Wij hadden zijn naam nog nooit gehoord. Hij stelde zich niet voor. Hij begon direct te vertellen dat hij voor de medicatie was en het ook niet nodig was dat ik contact met hem had. Ook voor mijn zoon, nee hoor, niet nodig. Hij herhaalde dat de juiste diagnose jaren kon duren voordat die werd gesteld en dat lithium en antipsychotica geen kwaad konden. Verder sprak hij over ziekte-inzicht, waar vele cliënten van verstoken waren, en psycho-educatie om die reden belangrijk was. Vooral voor betrokken ouders, en dat waren meestal de moeders. Verslaving was een aandachtspunt, maar daar moest de cliënt zelf hulp voor willen en hij was daar niet voor. Hij wenste ons succes. Hij moest door, druk, druk.”

“Als dit nu zou gebeuren, zou jullie klacht wel serieus zijn genomen.” Ze trok haar wenkbrauwen op. Er verscheen een rimpel in haar voorhoofd.

Nieuwe behandelaren

Na de vijfde opname had haar zoon een andere behandelaar gewild en werd hij geaccepteerd bij de tweede ggz-instelling in Amsterdam. Zo kwam hij onder de hoede van een jonge, beginnende psychiater. Bij het eerste contact had ze hem direct sympathiek gevonden en die sympathie voelde ze vandaag nog steeds. Op het oude dossier werd een sticker geplakt: “Contra-indicatie”.

“Ik zie ook mijn eigen dossier ertussen zitten,” zei hij, terwijl hij door de papieren bladerde. Hij haalde het er niet tussenuit. Ze herinnerde zich dat het behandelcontact met hem en een nieuwe spv’er kort was geweest. Voor haar gevoel een maand of drie, hooguit.

Nieuw gezichten, dezelfde patronen

“Nee, zeker niet, het was minstens een half jaar of langer,” merkte hij op.

Ze snapte niet hoe het kon dat hun geheugens zo uiteenliepen. Ze wist toch zeker dat er vrij snel na hem een nieuwe psychiater ten tonele was verschenen, die voorstelde het gesprek al wandelend in het Vondelpark te voeren, want dat werkte beter volgens hem.

Bij de psycho-educatie werden zij en andere ouders enthousiast door hem voorgelicht over het ontbreken van het ziekte-inzicht van hun dierbaren. En er volgde voor haar zoon de zoveelste gedwongen opname. Hij was dit keer van straat geplukt door de politie, die hem inmiddels goed kende en prompt de crisisdienst inschakelde als hij in beeld kwam. Na zijn ontslag bleek dat ook de enthousiaste jonge psychiater zijn ontslag had ingediend. En kwam er een nieuw licht aan het firmament.

Het is een boek.

Ze wees hem op de andere dossiers, die verspreid op het bed lagen uitgestald. Hij bladerde door de vellen papier zonder iets te zeggen. Ze snakte naar een reactie.

“Het is een boek,” zei hij.

“En wie gaat dat schrijven?” dacht ze.

Ze ging hem voor naar de kamer ernaast. Op het nachtkastje stond een schilderijtje van een meisjesportret dat haar zoon kort voor zijn dood geschilderd had. Op de kleurenfoto aan de muur waren drie jonge mensen te zien die lachend met hun armen om elkaar heen op een bank zaten.

Een ongelijke strijd

“Wie zijn die twee meisjes die naast je zoon zitten?”

“Dat zijn z’n twee halfzusjes. De foto is genomen toen hij zes weken in Dar es Salaam logeerde bij zijn vader. De meisjes, die toen nog in Amerika studeerden, brachten hun vakantie door in Tanzania.”

“Ik wist niet dat hij zusjes had,” hoorde ze hem zeggen.

Ze stond er allang niet meer van te kijken hoe weinig hij geweten had, maar de pijn voelde ze nog steeds. Zijn woorden waren niet kwaad bedoeld, ze vertrouwde hem volledig, maar toch voelde het alsof ze bezig was met een ongelijke strijd die ze nooit zou winnen.

Ze moest blijven vechten!

Alleen, opgeven zou geen rust brengen. Het zou voelen als een nederlaag en het begin van het einde. Ofschoon ze millimeter voor millimeter terrein veroverde, moest ze blijven vechten om zichzelf en haar kind terug te vinden. Op dit moment kon ze niet de juiste taal vinden, maar ze wist zeker dat ze niet zou opgeven en hem eens over de pijn ging vertellen. Alleen niet nu. Nu was ze er nog niet tegen opgewassen. Nu stond ze te trillen en slikte ze haar woorden in. Hij stelde voor naar beneden te gaan. Hij moest op pad naar zijn vrienden in het vakantiehuisje.

Samen liepen ze de trap af. Hoe ging ze de korte tijd tot zijn vertrek overbruggen? Ze haalde haar schouders op en liet ze langzaam zakken. Een kopje thee, nog een koekje? Ze liep met hem mee naar zijn auto en bleef op de stoep staan om hem uit te zwaaien tot hij bij de hoek uit het zicht verdween.

Uitstel en afwijzing

Bij het afscheid hadden ze elkaar kort omhelsd. Haar intuïtie vertelde haar dat het gesprek met de juriste over de inhoud van het dossier samen met hem nooit zou gaan plaatsvinden. En dat haar wens om nu vervolgens het dossier van haar zoon, dat bij zijn ggz-instelling lag, op te vragen, tot uitstel en afstel zou leiden. Naarmate de tijd zou verstrijken, zou ze het liefdevol vergeten. Ze nam het hem niet eens kwalijk, want begrijpen, daar was ze goed in.

Haar verzoek tot closure en een moreel beraad over de casus van haar zoon werd eveneens door de juriste op de lange baan geschoven en tenslotte kort en krachtig afgewezen met een laatste e-mail. Daarin werd gesteld dat als ze er nog éénmaal over zou beginnen, er vanuit de ggz geen reactie meer zou volgen. Na overleg met het bestuur uiteraard.


Zelfportret van Miriam

Een moeder (Miriam) ontmoet een aantal jaren na de dood van haar zoon de psychiater die een korte periode de behandelaar van haar zoon was. Hun gedeelde verdriet over het verlies verbindt hun bij hun zoektocht naar de waarheid. De vriendschap werkt helend voor beiden. Met ups en downs.

Meer lezen van Miriam?

Meer lezen over Psychosegevoeligheid?

Heb je een vraag?

Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.

Ken je de hoofdstukken van PsychoseNet al?

De professionals van PsychoseNet schreven deze hoofdstukken met betrouwbare, hoopgevende informatie.

 Psychose is de staat waarin iemand de wereld waarneemt door de bril van zijn eigen angstige, spirituele of andere emoties, en daar zó intens in opgaat dat andere mensen het niet meer kunnen volgen. Het is een staat waarin alles om je heen zwanger is van persoonlijke betekenis.
Alles over Psychose
previous arrow
next arrow

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *