Fotocredits: Pixabay; mailanmaik
Toen Albert vanwege een straatroof in de gevangenis belandde, ging het door zijn drugsgebruik snel bergafwaarts. Samen met een collega ging psycholoog Theo Roncken daarom op zoek naar een andere plek voor hem. Zo kwamen ze terecht bij Centro Vida in Bolivia, waar verslavingszorg vanuit een heel andere benadering wordt vormgegeven.
Door: Theo Roncken, werkzaam als sociotherapeut bij Fivoor
Triggerwarning: de volgende blog bevat voor sommige lezers heftige onderwerpen, waaronder verslaving.
Het psychiatrisch ziekenhuis
Tot voor kort woonde ik vele jaren aan de voet van een berg bij de stad Cochabamba. Dat ligt midden in Bolivia, op zo’n 400 kilometer ten oosten van de bestuurlijke hoofdstad La Paz. Als ik met de nachtbus vanuit La Paz in Cochabamba aankwam, stapte ik vaak uit in de buurt van het psychiatrisch ziekenhuis San Juan de Dios. Op een bankje voor het hek lag dan soms iemand die daar niet was binnengelaten. In de vroege ochtend opgepakt door ijverige agenten, en wellicht nog steeds onder invloed. Het werd door de agenten nog wel eens waardig bevonden voor hechtenis.
In Bolivia is drugsgebruik nog steeds strafbaar. Of iemand daadwerkelijk werd opgepakt hing in die tijd vooral af van willekeur. Als de dienstdoende agenten geen zin hadden in administratief overwerk en de eventueel veroorzaakte ‘overlast’ voorbij was, dan dropten zij hun vracht op de voor hen “vanzelfsprekende” plek, het San Juan de Dios. Waar vervolgens niet werd opengedaan.
Drugs- en drankgebruik in Bolivia
Het viel in Bolivia in al die jaren erg mee met dat gebruik en de overlast die dat met zich meebracht. Op straat bewoog zich een vaste groep van vooral jonge mensen die regelmatig lijm snoven. Voor slaapplekken veroverden zij hun “eigen” stukjes stad, vanwaar ze om de zoveel tijd weer verdreven werden.
Evenzo woonden kleinere groepjes gebruikers van cocaïnebase (te vergelijken met crack) met hun honden onder een van de bruggen over de rivier, waar ze ook dealden. Een enkeling ging over tot kleine express-overvallen of inbraken om nieuw spul te kunnen kopen. De beter gestelde gebruikers kwamen voor hun waar met de auto naar de rand van de rivier. Die konden, zo nodig, later ook betalen voor hun mentale zorg. In Bolivia werd marihuana veel gerookt, maar zorgde zelden voor problemen. Overig drugsgebruik was er wel, maar bleef voor de meeste mensen onder de radar.
Problematisch drinken daarentegen brengt in Bolivia sinds jaar en dag grote sociale uitdagingen met zich mee. Ook uitingen van geweld spelen daarbij vaak een rol. In de tweede helft van de 20e eeuw gingen evangelische voorgangers daar struis mee aan de slag. Naast AA-groepen schoten de op religie gestoelde gedwongen afkickcentra als paddenstoelen uit de grond. De controle over behandelprocessen, in- en uitstroom lag volledig bij bestuurders en therapeuten (als die er waren). Machtsmisbruik en willekeur kwamen veelvuldig voor, en op meerdere plekken die ik in de loop der jaren tegen ben gekomen was dat nog steeds zo.
Centro Vida
Vanuit de wrange ervaringen met dat soort opvang is begin jaren 90 het Centro Boliviano de Solidaridad Vida opgezet (kort: Centro Vida). Samen met een collega liep ik hen tegen het lijf toen we op zoek waren naar een geschikte behandelplek voor Albert, een 29-jarige poli-gebruiker (gebruiker van meerdere soorten drugs) die vanwege een straatroof-met-speelgoedpistool in de gevangenis was beland.
Daar was het met hem snel bergafwaarts gegaan. In de gevangenissen waren drugs van slechte kwaliteit spotgoedkoop en ruim voorhanden, terwijl problematisch gebruik onder gedetineerden zelfs nog meer “not done” is dan in de vrije buitenwereld. Albert en zijn lotgenoten werden met de nek aangekeken. Verbannen naar een smerig achterafhoekje in de open lucht met de beeldende naam “vliegveld”, vervielen ze met de dag in zwaarder gebruik.
Van gevangenis naar behandelcentrum
We vonden een forensisch psychiater die bereid was om een inschatting te maken van Albert. Met zijn verslag op zak startte mijn collega, die strafadvocate is, een rechtszaak voor overplaatsing vanuit de gevangenis naar een behandelcentrum. De wet die dit mogelijk maakte bestond al enige tijd, maar het zou de eerste keer worden dat die daadwerkelijk werd toegepast.
Onder persoonlijke, schriftelijke garantie van de strafadvocate en mijzelf werd Albert voorwaardelijk uit de gevangenis ontslagen. Ondertussen waren wij erachter gekomen dat San Juan de Dios geen gebruikers van verboden middelen wilde ontvangen. Zo kwamen we uit bij het Centro Vida. Een gelukstreffer.
Een behandeling bij Centro Vida
De opname door Centro Vida start in Pucarani, een dorpje op de frisse hoogvlakte op anderhalf uur rijden van La Paz. In koepelvormige huisjes is plek voor 20 bewoners die voor 15 US dollars per dag toegang krijgen tot een behandeltraject, onderdak en maaltijden. Alleen volwassenen worden toegelaten, pakweg een kwart van hen is vrouw.
Een behandeling duurt gemiddeld 8-12 maanden. De eerste maand is bedoeld voor kennismaking en diagnostiek. Binnen het aanbod van Centro Vida wordt ook gewerkt met middelen zoals ibogaïne. Deze stof wordt gewonnen uit de ibogawortel en behoort tot een groep stoffen die binnen het centrum wordt beschreven als ‘entheogenen’ of ‘moederplanten’.
Over ibogaïne is nog relatief weinig onderzoek beschikbaar. Er zijn aanwijzingen dat het middel invloed kan hebben op ontwenningsverschijnselen en het verlangen naar middelen, maar volgens Jellinek is meer onderzoek nodig naar de werkzaamheid en veiligheid. Ibogaïne kan ernstige hartritmestoornissen veroorzaken en in sommige gevallen levensbedreigend zijn. In Nederland is ibogaïne een niet-geregistreerd geneesmiddel.
Bij deze behandeling wordt samengewerkt met traditionele genezers, die lokaal ook wel amauta, yatiri of kallawalla worden genoemd. Zij werken onder meer met traditionele middelen en planten, waaronder ayahuasca en mescaline uit de San Pedro-cactus.
Vier stappen in het behandeltraject
Voor Centro Vida is de open setting essentieel. Met de nodige ondersteuning bepalen bewoners zoveel mogelijk zelf hoe samenleven voor hen verloopt. In een tweede etappe van twee à drie maanden wordt al voorzichtig gewerkt met de familie en direct betrokkenen die voor zowel de vroegere en huidige als de toekomstige levensloop van belang zijn. Ook daardoor komt de klemtoon niet zozeer bij het gebruik of de afhankelijkheid daarvan te liggen, maar eerder bij hoe in het sociale leven met problemen omgegaan wordt en kan worden.
Dit wordt voortgezet in een derde etappe die zich (in grote lijnen) richt op het opstellen van een “levensplan”, met aandacht voor de processen die bij terugval een rol spelen.
Voor een vierde en laatste etappe van “consolidatie” verhuist de bewoner meestal naar de “Kenko”, een halfway home in een buitenwijk van La Paz, waar meer direct wordt meegedacht over een hernieuwde integratie in de samenleving.
De plannen van Centro Vida
Met mijn gezin verhuisde ik tijdelijk terug naar Nederland voordat Albert al deze etappes kon doorlopen. Ons directe contact werd ernstig belemmerd omdat hij vooral op Facebook zat en ik zelf liever niets met dat platform te maken heb. Ik hoorde dat hij een jaar lang goed op weg was, daarna in een terugval toch weer gepakt werd met een gestolen autospiegel, en toch weer in de gevangenis belandde. Dat neemt niet weg dat Albert bepaalde onderdelen van het aanbod van Centro Vida als helpend heeft ervaren.
Het behandelcentrum is aangesloten bij meerdere platforms van therapeutische gemeenschappen. Centro Vida werkt ook samen met overheden en een aantal universiteiten. Binnen de zorg wordt wel aandacht besteed aan praktische zaken zoals medische zorg en bloedonderzoek. Daarnaast is er behoefte aan uitgebreider en systematischer onderzoek naar de behandeling met moederplanten. De veiligheid en werkzaamheid van deze behandelingen zijn nog niet voldoende wetenschappelijk onderzocht. Er is vooral meer afstemming met onderzoekscentra nodig. Dat staat al enige tijd op het verlanglijstje.
Ruimte voor een andere aanpak
Na mijn terugkeer in Nederland werk ik inmiddels vijf jaar binnen de forensische psychiatrie. Daarbij lijkt mij de gesloten setting soms noodzakelijk, maar het kan soms ook problematisch zijn. Al zou ik graag meedenken over andere manieren van aanpak, in de waan van de dag komt dat er vaak niet van. Vanwege de speciale regels ten behoeve van veiligheid is de forensische zorg daarbij natuurlijk extra uitdagend. Voor de reguliere ggz kan de therapeutische gemeenschap in de Boliviaanse context mogelijk interessante aanknopingspunten bieden om te onderzoeken wat van deze aanpak bruikbaar is.
Theo Roncken woonde en werkte 32 jaar als psycholoog in Latijns Amerika (Nicaragua, Bolivia). De laatste vijf jaar is hij werkzaam als begeleider bij een kliniek.
Meer lezen over verslavingszorg?
- Dealen met zucht – over verslaving | Walter van Gelderen
- Drugsgebruik en psychose – kan je een psychose krijgen? – Info van PsychoseNet
- Is het veilig om drugs te blijven gebruiken na een psychose?
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Ken je de hoofdstukken van PsychoseNet al?
De professionals van PsychoseNet schreven deze hoofdstukken met betrouwbare, hoopgevende informatie.














Geef een reactie