Main content

Daan vertelt hoe hij, terwijl hij in de GGZ  behandeld wordt, zich weer mens voelt worden door een verliefdheid. “De woorden die zij sprak zorgden ervoor dat ik kon dromen over iets wat niet zou gaan gebeuren. Die ene kus waar ik op hoopte.”.

Ik kon verdrinken in haar ogen. Die zachte, fluwelen stem, mooi gearticuleerde woorden en die Wijk aan Zee gebruinde huid. Was het wel zongebruind, vroeg ik mij die avond in bed af? Of had ze ergens een zelfbruiningscreme vandaan gehaald? Als dat zo zou zijn kan het niet anders dan dat het geen standaardmodel, was maar één op maat gemaakt. Zo natuurlijk. Zo mooi.

Ergens kon ik er niet over uit dat ik haar nu tweeënhalfjaar kende

Wat had ik gemist de jaren hiervoor? Bij die vraag had ik wel een antwoord. Mijn pillen, de medicatie. Clozapine vlakt blijkbaar alles af. Een in een laboratorium bedacht middel wat ook je puurste liefde voor vrouwen wist te onderdrukken. Ik had het aan den lijve ondervonden.

De situatie was nu duidelijk. Ik kon haar onmogelijk een kus geven zonder een weggedraaid gezicht te krijgen of een klacht van de zorginstelling. Dat was de harde realiteit. Maar het weerhield mij er niet van om mij gelukkig bij haar te voelen. Om mij tijdens een gesprek te laten afleiden door de contouren van haar mond, erover te fantaseren en daarna de indruk te wekken dat ik wel degelijk geluisterd had.

Ik luisterde

Ik luisterde ook naar haar. De combinatie van woorden die zij sprak met haar kwetsbare uitstraling, haar krachtige ogen zorgden ervoor dat ik, met mijn 29 jaar en het leven vol ambities, alleen kon dromen over iets wat niet zou gaan gebeuren. Die ene kus waar ik op hoopte. Mijn lippen die de hare zouden raken. Haar lippen die de mijne zouden raken. En dan de tinteling. De tinteling die ik zou voelen in mijn lichaam. Mijn linkerhand die ik op haar arm zou leggen en mijn lippen die met haar Edamse tong kennis zou maken. Voorzichtig. Extreem voorzichtig. Maar eerlijk en verkennend tegelijkertijd, terwijl ik langzaam met mijn hoofd bewoog. Alsof het bijna niet zou mogen. Maar zo intens dat ik het haventje van het stadje zou kunnen proeven.

Na die kus zou ik even in haar ogen willen kijken

Een mooi, puur, Noord-Hollands meisje die zoveel schoonheid droeg dat het niet te omschrijven was. Liefde. Zoals het bedoeld moet zijn. En karakter. Veel karakter. Sterke karaktereigenschappen zoals je dat alleen maar las in boeken van grote schrijvers die daar ongezond lang over na hadden gedacht. Nu stond ze voor mij. Het was echt. Hier was niet over nagedacht, laat staan door een ander. Dit was Emma. Een vrouw die jou soms beter kende dan jij jezelf. En ook meer schoonheid van jou zag dan jij bij jezelf bespeurde. Ze gaf wel eens complimenten over karaktertrekken waar ik mij zelf toen niet bewust van was. Waarschijnlijk omdat ik mij door haar subtiele lippen af had laten leiden.

Naarmate de laatste maanden waren verstreken begreep ik steeds beter dat ik ergens mee rond liep waar ik niet onderuit kwam. Lastig. Want de enige signalen die ik van haar kreeg gingen over betrokkenheid. Dat dacht ik, tenminste. Of misschien dan toch. Iets? Tussen de regels door? Tja. Waar ging dat nu over?

Wat gebeurde er als het niet over zaken ging als herstel of medicatie?

Hadden we het gezellig of waren we gewoon, heel even, mens? Emma. Daan. Emma en Daan. Daan en Emma. Zoiets. Had ik teveel over haar gedroomd? Te vaak gebeld? Te vaak gezocht naar redenen om contact te maken? Ja, natuurlijk. Verdomme! Dat was het. Ik wou haar stem horen, haar handen een koffieglas naar haar gezicht zien brengen of haar pure ogen een blik naar buiten zien werpen. Ik kreeg het. Ze kwam. We spraken over van alles, dronken koffie samen, waar ik trouwens bewust nooit iets lekkers bij haalde. Bang dat ik zou knoeien. In welk opzicht dan ook. Dan verdween ze weer. Was ze weg. Dan typte ik een berichtje in wat ik naar haar verzond over een afspraak. Ik gaf nooit een reden waarom ik met haar wilde afspreken. Ik liet het voorkomen dat het puur zou zijn om wat zaken te evalueren. Dat kon ook wel mijn voornemen zijn. Maar zodra de bel ging, zij op mij afstapte en de drempel over ging: dan lag alles anders. Dan kon ik haar alleen maar in mij opnemen, haar zien bewegen en voelen dat ik zelf ook iemand was.

Mens.


Daan van den Wijngaard

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *