Antwoord
Beste H.,
Dank voor je vraag. Vanuit de psychologie zou ik hoogbegaafdheid niet onderbrengen in de categorie ‘ware identiteit’ óf ‘ego-identiteit’. Hoogbegaafdheid beïnvloedt bijvoorbeeld hoe iemand informatie verwerkt, verbanden legt, complexiteit doorziet en betekenis geeft aan ervaringen. Daarmee kan hoogbegaafdheid wel degelijk onderdeel worden van iemands zelfbeeld en identiteit, maar het valt daar niet mee samen. Psychologische identiteit omvat veel meer: eigenschappen, waarden, ervaringen, relaties, rollen en het gevoel door de tijd heen dezelfde persoon te zijn.
Als je met ‘ware identiteit’ doelt op liefde, licht of deugden, dan versta ik dit als een levensbeschouwelijke of spirituele opvatting van identiteit. Vanuit zo’n mensbeeld kan je mensen in hun diepste wezen als gelijkwaardig beschouwen, terwijl zij tegelijk psychologisch en cognitief van elkaar verschillen. Verschillen in cognitieve mogelijkheden, temperament, gevoeligheid en persoonlijkheid blijven reële verschillen. Hoogbegaafdheid hoort dan bij die individuele verschillen en hoeft niet samen te vallen met iemands diepste identiteit.
Hoogbegaafdheid is op zichzelf geen ego. Iemand kan er wél een ego-identiteit van maken, bijvoorbeeld wanneer de gedachte ‘ik ben hoogbegaafd, dus ik ben meer waard dan anderen’ bepalend wordt voor de eigenwaarde of de persoon er superioriteit aan ontleent.
Bij hoogbegaafdheid spreek ik liever over sterk ontwikkelde cognitieve vermogens dan over een ‘sterk ontwikkelde geest’, omdat dat laatste ook spiritueel kan worden opgevat. Een hoge intelligentie zegt bovendien niet automatisch iets over wijsheid, zelfkennis, morele ontwikkeling of psychologische volwassenheid.
Kort gezegd: hoogbegaafdheid zegt iets belangrijks over hoe je functioneert, maar niet alles over wie je bent en helemaal niets over je waarde als mens.
Ik hoop dat dit verheldert.
Hartelijke groet,
Larinda Bok
Beantwoord door: Larinda Bok op 23 augustus 2026