Main content

Vraag

Geachte heer Kupka,

Sinds 2018 ben ik bekend met een bipolaire stoornis type II. Ik heb lange perioden gekend waarin ik zonder medicatie klachtenvrij was.

Vanaf 2017 – 2020 heb ik meerdere episoden meegemaakt bij gebruik van antidepressiva in combinatie met antipsychotica. Afgelopen oktober was mijn stemming aan de lage kant en is het lithium voor het laatst iets opgehoogd tot 950 mg met een constante spiegel van 0.96. Ik knapte daarvan op en ben nu al even stabiel.

Nu heb ik het idee dat ik meer geheugenproblemen heb. Is het altijd nodig om voor een onderhoudsdosering het lithium af te bouwen naar een lagere spiegel van 0.6-0.8? Bij een spiegel van 0.6-0.7 was ik voorheen niet helemaal stabiel.

Ik hoor graag wat de afbouwcriteria zijn. Ik ben momenteel klachtenvrij.

Vriendelijke groeten,

M.

 

Antwoord

Beste M.,

Dat zijn goede vragen waarop ik een algemeen antwoord zal geven, omdat ik jouw persoonlijke situatie verder natuurlijk niet ken.

Tijdens de acute fasen van de bipolaire stemmingsstoornis (manie of depressie) gebruiken we vaak wat hogere doseringen van de medicatie (en ook vaak een wat andere combinatie van medicijnen) dan in de stabiele onderhoudsfase.

Lithium wordt bij de meeste mensen in de onderhoudsbehandeling zo gedoseerd, dat de bloedspiegel, bepaald ongeveer 12 uur na de laatste inname van het lithium, tussen 0.6 en 0.8 mmol/l bedraagt. Sommige mensen kunnen met minder toe (0.4-0.6), anderen hebben juist meer nodig (0.8 - 1.0). Dat moet worden onderzocht door vanaf een wat hogere spiegel de dosis wat te laten zakken (bijvoorbeeld 200 mg lithium minder), en dan na enige tijd te kijken hoe dan de balans tussen gewenst effect en eventuele bijwerkingen is. Dat ook goed vastleggen in je eigen aantekeningen en in het dossier van de psychiater. En natuurlijk: hoe hoger de dosis, hoe meer kans op bijwerkingen, en hoe lager de dosis, hoe groter het risico van terugval.

Iemand die eerder bij een spiegel van 0.6-0.7 niet helemaal stabiel was, zou ik aanraden om een spiegel van 0.8-0.9 na te streven. Ongeveer een week nadat de dosis is aangepast, kun je de nieuwe bloedspiegel meten. Daarbij moet je ook bedenken dat er natuurlijk meer factoren zijn die de stabiliteit van je stemming bepalen.

Als je meer details wilt weten, kun je eens kijken in de Multidisciplinaire Richtlijn of de Zorgstandaard Bipolaire Stoornissen, beide te raadplegen via www.ggzstandaarden.nl. Ook op thuisarts.nl vind je informatie. Bespreek het nog eens met je psychiater.

Vriendelijke groet,

Ralph Kupka

Deze vraag is gesteld door een vrouw in de leeftijdscategorie 35-50
Beantwoord door: Ralph Kupka op 12 januari 2021
Expert Avatar

Prof. dr. Ralph Kupka is hoogleraar Bipolaire Stoornissen, verbonden aan het VU Medisch Centrum (Amsterdam UMC), en psychiater bij GGZinGeest (Amsterdam) en Altrecht (Utrecht). Hij is voorzitter van het landelijk Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen (KenBiS) en  Vice-President of Education van de International Society for Bipolar Disorders (ISBD).

Ralph Kupka werkt sinds 25 jaar in nationale en internationale onderzoeksconsortia op het gebied van bipolaire stemmingsstoornissen, en is eindredacteur van het eerste Handboek Bipolaire Stoornissen. Hij was voorzitter van de richtlijncommissie bipolaire stoornissen en bestuurslid van AKWA, het kwaliteitsinstituut voor de GGZ.

Heb je zelf een vraag?

Er zijn diverse experts beschikbaar in het eSpreekuur, van ervaringsdeskundigen tot psychiaters, die je vraag graag beantwoorden.

Meer weten?

  • Via deze link vind je een overzicht van alle antwoorden in de PsychoseNet kennisbank.
  • Via deze link vind je een overzicht van Ralph Kupka zijn antwoorden.

Meer lezen over bipolariteit?

  • Deel deze pagina: