Main content

Vraag

Geachte Jim van Os,

In 2002 heeft onze zoon de eerste en enige psychose gehad. Hij woont zelfstandig, sinds 1994, in hetzelfde appartement. Zijn sociale netwerk bestaat uit zijn vader, moeder en broer.

De psychiater dacht aan schizofrenie, maar na onderzoek bij een universitair medisch centrum was de conclusie PDD-NOS, drie van de vijf aspecten zijn licht aanwezig.

Hij heeft een hoog IQ, maar zo nu en dan laat zijn gezonde verstand hem in de steek. Dan is er bijna niet met hem te praten. Nu lopen er muizen of ratten over het plafond, maar dat is al een tijdje zo. Hij las een artikel in een huis-aan-huisblad over ratten in huis. Ik denk ook dat die beesten er werkelijk lopen, hij heeft nooit ‘stemmen’ gehoord. Hij belt mij over dit probleem en schetst nogal extreme situaties die op heel extreme toestanden kunnen uitlopen. Na wat tegenwerpingen laat ik hem zijn verhaal doen en vraag ik bedenktijd en beloof dat er een oplossing komt. Hij is er tevreden mee.

Is deze gevoeligheid en kwetsbaarheid een gevolg van de psychose of van het alleen wonen? Misschien van allebei?

Met vriendelijke groet en hartelijk dank voor uw antwoord.

Antwoord

Beste B.,

Dank voor je vraag!

Er zijn in de psychiatrie niet duidelijk te onderscheiden ziektebeelden: alles loopt door elkaar heen en komt met elkaar voor.

Iedereen heeft zijn eigen psychische kwetsbaarheid en hoe/wanneer/hoeveel die tot uiting komt bij mensen verschilt van persoon tot persoon.

De mate waarin mensen psychisch kwetsbaar zijn verschilt natuurlijk: de een meer dan de ander.

Het is belangrijk dit te beseffen want het helpt je om de zaak bij je zoon te begrijpen: zijn kwetsbaarheid is blijkbaar gelaagd en komt tot uiting in een mix van autisme spectrum en psychosegevoeligheid - een combinatie die trouwens vaak optreedt.

Hoog IQ is een beschermende factor die kan maken dat mensen het ondanks behoorlijke psychische kwetsbaarheid toch nog behoorlijk bij elkaar weten te houden. Dit lijkt bij je zoon ook het geval te zijn.

Je kunt het het beste praktisch bekijken, als volgt:

1. Wat is zijn kwaliteit van leven op het moment?
2. Hoe ziet hij dat zelf?
3. Heeft hij het gevoel dat er iets ontbreekt c.q. iets zou moeten veranderen?
4. Hoe belangrijk is het thema van de ratten en de muizen voor hem? Is hij er voortdurend mee bezig of kan hij het met een beetje geruststelling weer op de achtergrond houden?

Met andere woorden: als hij met wat aanhoren van c.q. geruststelling van weer verder kan, lijken me de ratten/muizen niet zo'n probleem.

Dat gezegd hebbende: sociale interactie is een goede manier om psychosegevoeligheid te dempen. Het heeft de neiging om gedachten te normaliseren. Alleen de vraag is wel: heeft hij daar behoefte aan? Heeft hij het nodig, is hij eenzaam? Wil hij iets doen om mensen te ontmoeten?

Hope this helps,

Jim

Deze vraag is gesteld door een man in de leeftijdscategorie 65+
Beantwoord door: Jim van Os op 13 mei 2020
  • Deel deze pagina: