Antwoord
Beste vader,
Ja, dit zie je vaker: een kind dat op taal en lezen extreem hoog scoort, terwijl andere indexen “gewoon” (boven)gemiddeld uitvallen. Een intelligentietest is altijd een momentopname en meet een set taken onder specifieke omstandigheden. Daarom zegt de uitslag veel, maar nooit alles.
Allereerst is de uitslag afhankelijk van wie de test afneemt. Heeft deze persoon kennis van hoogbegaafdheid? Dit is van essentieel belang voor de interpretatie.
Kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid ontwikkelen vaak disharmonisch: taal en abstractie lopen voor, terwijl executieve functies, motoriek of tempo minder snel mee-ontwikkelen.
De ontwikkeling van de executieve functies werkgeheugen en verwerkingssnelheid, heeft ook invloed op de uitslag. Dit komt regelmatig voor. Een relatief lagere verwerkingssnelheid of een kwetsbaarheid in werkgeheugen kan het uitvoeren van taken beïnvloeden, terwijl het denkpotentieel hoog is. Ook het werken onder tijdsdruk gaat niet iedereen goed af.
Er kan ook sprake zijn van twice-exceptionality; dit houdt in dat een uitblinker in taal óók een onderliggende uitdaging kan hebben, zoals aandachtsscherpte, fijne motoriek, rekenangst of taal-/cultuurinvloeden bij meertaligheid. Dat levert een disharmonisch profiel op zonder dat er “iets mis” is met het kind.
Je ziet dus geen “vreemde” uitslag, maar een profiel dat vraagt om gericht kijken én handelen. Het doel is niet het mooiste getal, maar onderwijs (en omgeving) dat aansluit bij wie het kind is en wat het nodig heeft om tot bloei te komen.
Ik hoop dat dit verheldering geeft.
Groeten,
Larinda Bok
Beantwoord door: Larinda Bok op 30 augustus 2025