Main content

Onderstaand achtergrondartikel is een weergave van een blog van Myrthe van der Meer, als reactie op een nieuwsbericht van Menzis, over het vergoeden van behandelingen tegen depressie.

Toen ik in 2009 voor het eerst met de psychiatrie in aanraking kwam, was dat niet omdat ik hulp zocht. Het was meer omdat de hulp besloot dat ik niet meer zonder kon. Ik was niet overtuigd. Ja, ik was bijzonder somber en ongelukkig, maar ik had het altijd in mijn eentje gered dus echte depressies konden het niet zijn geweest, en nu had ik bovendien een definitieve oplossing gevonden.

De huisarts, crisisdienst en psychiater van de Psychiatrische Afdeling van het Algemeen Ziekenhuis waren het op die dag echter unaniem met mijn oplossing oneens, en zo begon PAAZ, het boek over mijn eerste opname in de wereld van de psychiatrie.

So far, so good. En dan lees je ineens in de Volkskrant, PS, Het Parool en NRC: “Zorgverzekeraar Menzis gaat de kosten voor de behandeling van depressies en angsten vergoeden op basis van de behaalde resultaten, en niet langer op grond van het aantal behandelingen. Het gaat om behandelingen van korter dan één jaar voor niet-chronisch depressieve cliënten.” – De Volkskrant

Aan de ene kant, ja.

Ik vond het een verleidelijk voorstel. In de negen jaar dat ik nu gecertificeerd psychiatrisch begaafd ben, heb ik een ruim assortiment aan behandelingen en behandelaren ondergaan, en bij een deel vroeg ik me af of ze niet nog bijzonderder waren dan ik. Moet alles maar vergoed worden? Iedereen is het erover eens dat een behandeling in de psychiatrie staat of valt met het contact tussen patiënt en behandelaar. Ik weet niet of ik bepaalde mensen aantrek, maar ik heb meerdere keren over mijn behandelaren uit de mond van hun collega’s gehoord: ‘Dat is wel een aparte, maar als het klikt, dan heb je echt de allerbeste.’

Gelukkig: het klikte. Maar wat als het niet had geklikt? Hoe was de behandeling dan gelopen? En hoe lang had die dan wel niet geduurd?

Depressieve mensen staan niet echt bekend om hun talent om hun grenzen te bewaken en voor zichzelf op te komen. Als ik tijdens een depressie een therapeut kreeg waar ik me onveilig bij voelde, dan lag het in mijn ogen duidelijk aan mij, want zo iemand zou hier niet werken als mensen zich er onveilig bij voelden. Conclusie: ik moest me eerst veilig leren voelen in deze veilige situatie voor we verder konden met mijn algemene gevoelens van onveiligheid. Achteraf gezien klinkt dat vrij absurd, maar dat is de psychiatrie ook. Als de arts die jouw blindedarm verwijdert een eikel is, dan is je afscheid ‘Bedankt voor de operatie en verder bent u een lul’. In de psychiatrie focust de behandeling zich echter niet alleen op de aandoening, maar ook op de manier waarop je met die aandoening omgaat, en zelfs op de manier waarop je met je behandelaar omgaat, want uiteindelijk staat alles altijd wel ergens symbool voor. Dus vind je je psycholoog een eikel omdat hij nou eenmaal een eikel is, of projecteer je de woede die je voor je ouders voelde nu op je behandelaar omdat hij je nieuwe authority figure is? Zo ja/nee, plak dan in het slechtste geval nog maar een half jaar aan je behandeling vast waarin het nu niet meer over je depressie gaat, maar over wat jij voelt als je bij je psych bent, en waarom dat aan jouw verleden ligt en niet aan je psych zelf. Als je behandeling zélf het onderwerp van de behandeling wordt, dan kan een behandeling erg lang duren.

Los daarvan: is de psychiatrie wel altijd het antwoord? Zowel traditionele psychotherapie (‘praten’) als medicatie (‘pillen’) zijn geaccepteerde oplossingen bij depressies. Maar wat als die depressie stomweg wordt veroorzaakt doordat iemand chronisch geterroriseerd wordt door een ex? Of als stemmingswisselingen helemaal niet veroorzaakt worden door een stofje in de hersenen, maar door een overgevoeligheidsreactie op een stofje in je anticonceptiepil? Dat de psychiatrie een oplossing kan bieden voor psychische problemen betekent niet dat ze ook altijd de oorzaken van die problemen weg zal nemen.

De ROM test

Er zijn ’tig redenen te bedenken waarom mensen onnodig lang vast blijven zitten in de psychiatrie, daar heeft Menzis gelijk in. De vraag is alleen hoe zinvol hun oplossing is. Hoe efficienter (=korter) de behandeling van een niet-chronische depressie, hoe meer geld de behandelaar krijgt. De vraag is alleen; is die behandelaar dan beter in behandelen, of is hij handiger in het selecteren van veelbelovende patienten? En hoe meet je eigenlijk de vooruitgang (of genees-potentie?) van een patient? Het antwoord van Menzis: de Random Outcome Monitoring vragenlijst.

Ik heb de ROM-lijst inmiddels eindeloos vaak in moeten vullen. Het komt erop neer dat je een vragenlijst krijgt die grofweg neerkomt op de vraag ‘Hoe vaak voelde jij je de afgelopen week boos/bang/depressief/vrolijk’ enz. Als je een patiënt jaarlijks zo’n lijst voorschotelt, dan zorgt dat door de jaren heen een mooi beeld van hoe een depressie verbetert of verslechtert. Tenminste, dat is de theorie. In praktijk zegt een ROM-vragenlijst net zoveel over het genezingsproces van een depressie als over de genezing van een gebroken been.

Een gebroken been doet pijn, en pijn maakt somber, dus als iemand met een gebroken been zou invullen dat hij de afgelopen week best vrolijk is geweest, dan weet je meteen dat dat been nooit echt gebroken is geweest, want iemand die écht een gebroken been heeft zou namelijk zoveel pijn en last moeten voelen dat hij nooit vrolijk had kunnen zijn…

Iedereen snapt dat dat onzin is. Voor een depressie geldt echter hetzelfde. Dat je depressief bent, betekent niet dat er niets anders meer in je leven gebeurt. Als ik depressief ben en ik win de staatsloterij, dan kan ik behoorlijk opgelucht zijn dat mijn geldproblemen voorbij zijn en me dus beter voelen – tot ik besef dat nu dus niet alleen depressief maar ook nog eens stinkend rijk ben, wat nog veel sneuer is, waardoor ik me dus volgens nog veel en veel somberder ga voelen. Ik heb regelmatig een ROM-lijst ‘vals positief’ of ‘vals negatief’ moeten invullen omdat ik al drie maanden zwaar depressief of juist goed gestemd was, maar die ene week er door externe omstandigheden toevallig extreem positief of juist negatief uitsprong. Dat gaf een leuk beeld (Niet meer suicidaal! Vooruitgang!), maar het had niets te maken met hoe de situatie in werkelijkheid was; ik wist ook wel dat dat positieve effect snel uitgewerkt zou zijn en ik me dan weer zou voelen zoals ik me werkelijk voelde. Hoeveel zegt die ene week in zo’n test dan nog over de totale ontwikkeling van mijn ziektebeeld – laat staan over het genezingsproces?

Diagnose

Gelukkig heeft Menzis zijn pijlen alleen gericht op de behandeling van niet-chronisch depressieve patiënten, en niet op de behandeling van andere diagnoses. Wat echter interessant is, is het idee dat patiënten zich dus ook aan zouden melden met een volledig complete diagnose: ‘Hallo, ik ben Myrthe en ik wil graag behandeld worden voor mijn niet-chronische depressie die minder dan een jaar gaat duren’.

Mijn aanmelding bij de PAAZ kan eerder samengevat worden met: ‘Ik ben Myrthe en ik moest mij hier melden want van de crisisdienst mocht ik niet meer naar huis.’ Dat ik in de psychiatrie belandde betekende niet dat ik ook maar iets van ziekte-inzicht had. Los daarvan: dat psychiaters en psychologen dat ziekte-inzicht wél hebben betekent ook niet dat ze binnen een paar maanden een sluitende diagnose kunnen stellen. Na vijf maanden opgenomen te zijn, heel veel behandelingen en nog meer medicatie later stond ik weer buiten de PAAZ. De depressies waren niet over, de medicatie werkte zeer matig, maar ik wist nu beter hoe ik beter met mijn stemmingswisselingen om moest gaan, plus dat ik ze niet gewoon weg moest zetten als ‘dipjes’, maar ze serieus moest nemen als een potentieel levensbedreigende aandoening. Pas veel later volgden de diagnoses manisch depressief en Asperger, omdat de behandelaren daarvoor eerst langere tijd mijn – al dan niet gebrekkige – functioneren moeten volgen.

Lees hier de hele reactie van Myrthe, hieronder het  laatste gedeelte:

Ik ben bang dat ik inmiddels al een jaar of negen in het chronische segment van de psychiatrie val. Ik slik mijn pillen, ga elke zoveel weken naar mijn psychiater en krijg regelmatig een e-learning cursus als ik er weer een angststoornis of slaapproblemen bij krijg. Ik ben niet genezen, maar ik kan inmiddels wel heel aardig met mezelf leven. Dat komt niet door mij. Mijn oplossing negen jaar geleden was om de stekker eruit te trekken. Het was de psychiatrie die naar een manier zocht om de stekker er weer op zo’n manier in te duwen dat hij ook voor langere tijd zou blijven zitten. Ik werd niet behandeld als een patiënt die na een toevallig positief uitgevallen ROM-meting weer ‘genezen’ naar huis werd gestuurd. Ik werd behandeld als mens; als iemand die weliswaar schrikbarend weinig ziektebesef had en aan geen enkel standaard ziektebeeld voldeed, maar die tóch hulp kreeg, niet omdat ik het wilde maar omdat ik die nodig had.

Ik had het mijn behandelaren enorm gegund als ik ze had kunnen belonen met ‘slechts’ een enkelvoudige depressie die binnen een jaar opgelost had kunnen worden, plus de bijbehorende bonus. Maar helaas krijg je niet altijd wat je wilt. En daarom hoop ik vanuit heel mijn hart dat behandelaren mogen blijven doen wat ze nu ook doen; niet alleen patiënten accepteren die volgens Menzis het meeste geld binnenbrengen, maar ook de mensen die hun hulp écht nodig hebben – ook na dat ene jaar behandelen. Want als voortaan alleen enkelvoudige, makkelijk op te lossen depressies nog volledig vergoed gaan worden, dan word ik denk ik pas echt depressief.

Myrthe van der Meer

Bron: Facebook

Myrthe van der Meer (pseudoniem) kreeg landelijke bekendheid met haar prachtige boek PAAZ. 

 

Jeroen Zwaal is ervaringsdeskundig docent bij Howie the Harp. Hij maakte vijf psychoses mee in zijn leven, die hem steeds een stukje dichterbij hemzelf brachten. Jeroen is getrouwd en heeft een dochter.
Meer informatie:

  • Deel deze pagina: