Fotocredits: Pixabay; mel_88
Eddo Rats is al dertig jaar actief binnen de Nederlandse Stichting voor Manisch Depressieven, tegenwoordig bekend als Plusminus. Hij organiseerde jarenlang een lotgenotengroep waarin deelnemers aan hun herstel konden werken, buiten de reguliere GGZ. Uiteindelijk kwam aan deze groep een einde, niet uit eigen keuze, maar door externe omstandigheden.
Mijn eerste psychose en bipolaire diagnose vond plaats in maart 1994. De psychose vond plaats in een examenweek tijdens mijn masteropleiding Internationale Technologische Ontwikkelingskunde aan de TU Eindhoven. Deze examenweek viel precies samen met een mobilisatie-herhalingsoefening van het Ministerie van Defensie, waar ik vanuit de Wet Dienstplicht verplicht was om aan deel te nemen. In de krant werd toen al geschreven over de afschaffing van die dienstplicht, die ik al eerder in 1987 vervuld had, wat een paar jaar later ook daadwerkelijk gebeurde.
In het huidige jargon der psychologen was ik toen slachtoffer van wat men tegenwoordig in het Engels “institutional betrayal” noemt. Studeren doe je ten gunste van jezelf en de samenleving. Dienstplicht vervul je ten gunste van de samenleving. Je snapt nu de catch-22 waar ik in verstrengeld raakte. Mijn examenweek missen zou een duur verlies van studiejaar hebben betekend. Mijn deelname aan examens zou vervolging voor deserteren betekenen, met via de krijgsraad een niet te ontlopen gevangenisstraf daaraan verbonden. Vanuit mijn strijd tegen dit gekmakende legale onrecht is mijn eerste psychose ontstaan.
De waarde van lotgenotencontact
Vrijwel direct werd ik lid van de NSMD (Nederlandse Stichting voor Manisch Depressieven) onder voorzitterschap van Fred Bos (RIP). Door deelname aan huiskamerbijeenkomsten, georganiseerd door toenmalig NSMD-secretaris Jos la Poutré (RIP), leerde ik de heilzame waarde van deze bijeenkomsten kennen. In 1995 bleek er een jongeren-lotgenotengroep. Een aantal jaren tot 2001 was de groep een consistent tehuis in de Tweede Jan Steenstraat. In deze jaren werd ik gevraagd de ledenadministratie voor mijn rekening te nemen.
In 2001 ging degene die de groep organiseerde stoppen, waarna ik de leiding en locatie overnam. De groep was inmiddels landelijk berucht vanwege de gezellige borrel na het officiële deel. Men sprak er schande van en door de inmiddels tot vereniging gerebrande Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen (VMDB) werd toen al gedreigd met excommunicatie, omdat medicijngebruik en het nuttigen van alcohol niet samen konden gaan. Dit was de eerste bijl aan de wortel van onze goed functionerende lotgenotengroep. Deze excommunicatie is echter nooit formeel door het VMDB-bestuur bekrachtigd.
Ik leerde toen ook waarom andere pogingen tot het starten van een lotgenotengroep meestal een kort leven beschoren waren en waarom die dan altijd in ruzie eindigden. Het waren de vele gedragsregels, die natuurlijk ook gehandhaafd en bij overtreding gesanctioneerd dienden te worden, die vaak tot ruzie leidden.
Lotgenotengroepfilosofie!
Dit bracht mij op het idee van een open lotgenotengroepfilosofie. Een groep zonder echte regels, behalve daar waar het de privacy van leden aanging. Deze privacyregels kwamen gezamenlijk tot stand. Ik was inmiddels in het jaar 2000 naar de Kromme Mijdrechtstraat te Amsterdam verhuisd. De nieuwe groepslocatie verhuisde dus naar de Rivierenbuurt, niet ver van De Pijp. Op deze locatie heeft de groep zich gedurende een ononderbroken periode van vijftien jaar in de stijl van mijn voorganger kunnen blijven functioneren, met hoogtepunten en dieptepunten.
Hoogtepunten waren dat er lange tijd een vaste kern van ongeveer vijftien man zonder uitnodiging maandelijks kwam opdraven, met borrel erna tot soms wel diep in de nacht. Er was echt een gemeenschap van vrienden ontstaan tussen 25 en 45 jaar die buiten de groep ook gingen afspreken. Er ontstonden langdurige vriendschappen en soms zelfs liefdesrelaties. Dieptepunten waren wanneer er door samenloop van omstandigheden toevallig helemaal niemand kwam opdagen. Dit leerde ik zo niet op mijzelf betrekken, maar meer vanuit een statistisch oogpunt waarnemen. Hoe langer de groep bestaat, hoe duidelijker dit statistisch perspectief wordt.
SCIP
In 2016 was ik mij vanwege succes en het grote ledenaantal aan het oriënteren of ik de groep zou moeten splitsen. Ik realiseerde me dat splitsen tot problemen zou leiden en ongetwijfeld ten koste zou gaan van de gezelligheid. Ik was inmiddels zelf sinds september 2013 vrijwilliger bij SCIP aan de Keizersgracht te Amsterdam, een plek waar ggz-cliënten zelf activiteiten organiseerden voor andere ggz-cliënten. Een plek die men tegenwoordig ook wel herstelacademie noemt. Maar nu krijg ik vast ruzie met de nieuw afgestudeerde ervaringsdeskundige orakels die daar weer allemaal academisch geborgd jargon voor hebben bedacht. Informeel durf ik zelfs te beweren dat SCIP de herstelacademie heeft uitgevonden, waar de rest heeft kunnen afkijken. Stelen is soms handiger dan het wiel opnieuw uitvinden, maar dit terzijde voor een andere blog.
Soms was zo’n SCIP-activiteit ook een lotgenotengroep rondom een thema. In mijn SCIP-wandelganggesprekken besprak ik met een collega de logistieke problemen rondom mijn lotgenotengroep op mijn privéadres. Zij kwam mij tegemoet met de suggestie de locatie te verplaatsen naar Keizersgracht. Na wat overleg met de groepsleden bleek er naast luiheid geen rationeel bezwaar tegen verhuizen te zijn. De een moest verder fietsen, maar de ander die uit West of Purmerend kwam, zou het weer makkelijker hebben. Dus hakte ik als scipper van de groep de knoop door en besloot tot verhuizen.
De grote verhuizing!
De nieuwe locatie was IMHO (In My Humble Opinion) om praktische redenen ideaal, omdat het naast de centrale ligging in de grachtengordel van Amsterdam ook over meerdere beschikbare ruimtes beschikte die IMHO pasten bij de filosofie van een open groep. Bij een kleine opkomst knus in de keuken, en bij meer dan vijftien mensen kon ik uitwijken naar de veel grotere tuinkamer. Een locatie waar men in het bedrijfsleven een moord voor zou plegen, gaf mij een goed gevoel, met de gedachte dat voor mijn lotgenoten niets minder dan het beste goed genoeg zou zijn.
Maar mijn lotgenoten bleken daar later heel anders over te denken. Roddel en achterklap bepaalden het narratief. Dat ging over dat ik geld zou krijgen voor deze verhuizing, of dat ik er andere privévoordelen aan zou overhouden. Dit niet-reële, maar wel door de meeste leden geloofde frame deed de groepsleden collectief besluiten de nieuwe locatie te gaan mijden. Ondanks een e-mail waarin ik de groep probeerde uit te leggen dat van de door oud-leden verzonnen roddels en andere kwaadsprekerij niets waar was, bleef de meerderheid ondanks mijn handreiking voor altijd weg, om redenen die ik vandaag de dag alleen nog met het woord cancelcultuur kan begrijpen.
En toen kwam, corona…
Dit was de tweede bijl aan de wortel van een goed functionerende supportgroep die toen al meer dan twintig jaar bestond. Met een harde kern van vier tot vijf vaste leden bleef ik de groep voortzetten, tot ook deze leden na trouw bezoek van nog vijf jaar afhaakten, wat samenviel met de start van de coronapandemie begin 2020. Gedurende deze periode heb ik zo goed en zo kwaad als dit ging de groep via online contact proberen gaande te houden, tot in het voorjaar van 2022 het fysieke contact en dus ook fysieke bijeenkomsten weer mogelijk werden. Eerst wat onwennig met wat afstand tot elkaar in de tuinkamer, maar later weer knus dicht bij elkaar in de keuken.
Het zorgde wel voor veel individuele gesprekken
De opkomst bleef vanaf 2022 maandelijks structureel laag, ondanks mijn verklarende uitleg waarmee ik begrip voor de situatie trachtte te kweken en zo nieuwe leden probeerde aan te sporen te blijven komen, omdat alleen zo een nieuwe groepskern zou kunnen gaan ontstaan. Toch koos ieder potentieel nieuw lid, die mij meestal via Plusminus gevonden had en ondanks dat ze IMHO altijd opgewekt en met positieve plannen het pand aan de Keizersgracht verlieten, ervoor zich niet mede verantwoordelijk te willen gaan voelen voor de aangroei tot een nieuwe groepskern.
Tijdens deze slecht bezochte bijeenkomsten van de afgelopen jaren had ik dus altijd heel veel tijd voor het individu. Tijdens het delen van ervaringen werd dus automatisch het door mijzelf gerealiseerde herstel sinds 2012 een steeds groter deel van het gesprek. Dit was in mijn ogen niet erg, omdat ik zo via mijn ervaring hoop trachtte te geven daar waar de formele hulp IMHO faalde, omdat die nog steeds vaak hoop wegneemt met het schetsen van een levensperspectief van een leven lang pillen slikken zonder carrière. Ik ben het wandelende bewijs dat dit conservatieve professionele perspectief wetenschappelijk niet waar is. Ik ben een wandelende Popperiaanse falsificatie.
Het schepte ook, verwarring..
Ik merkte wel dat mijn persoonlijke herstelverhaal soms tot heel veel nieuwsgierige vragen leidde, die ik dan weer beantwoordde. Mijn persoonlijke herstelverhaal is in essentie inmiddels, na 32 jaar ervaring, heel erg af gaan wijken van dat wat de lotgenoten vergelijkenderwijs horen bij hun erkende hulpverlener. Dit heeft de laatste twee potentieel nieuwe leden, een jong meisje van 30 en een oudere professionele hulpverlener van 60, van mijn lotgenotengroep in de opkomst van november dusdanig in verwarring gebracht dat ze meenden te moeten gaan klagen bij het bestuur van Plusminus.
Toen stopte het.
De oudere dame van de twee, die na het bewust worden van het effect van haar geklaag bij de voorzitter van Plusminus last kreeg van haar geweten, bekeerde zich en verklaarde zich weer openlijk solidair met mij. De klacht luidde dat de bijeenkomst niet aansloot bij de door Plusminus gewekte verwachtingen. Half november belde voorzitter mij op met de mededeling dat Plusminus zich niet meer met mijn lotgenotengroep wenste te associëren. Ik accepteerde dit zonder tegenstribbelen en bracht mijn inmiddels 130 slapende groepsleden, die deze lijst welbewust als vangnet wensten te blijven gebruiken, daarvan op de hoogte.
Een dag later vernam ik via een groepslid dat het Plusminusbestuur een landelijke e-mail over mij had doen uitgaan. Toen ik die las, moest ik echt walgen van de manier waarop, gebruikmakend van potentieel schadelijke en dus misleidende woordkeuze, het Plusminusbestuur deze brief had opgesteld. “Plusminus distantieert zich op basis van anonieme klachten van verdere samenwerking met het vrijwilligerswerk van Eddo Rats,” luidde de brief. U begrijpt dat deze woordkeuze via vrije interpretatie tot nog veel meer roddel en achterklap met nog meer polarisatie rond mijn persoon zal leiden.
Maar ik, ik sta nog stevig
Dit is de derde en definitieve bijl aan de wortel van deze dertigjarige, goed functionerende lotgenotengroep, die van Plusminus ook geen lotgenotengroep meer genoemd mocht worden maar supportgroep moest heten. Maar de wortels van de zelf van een bipolaire stoornis herstelde en dus genezen Eddo Rats staan nog stevig in de grond geaard.
Gefeliciteerd met de geboorte van Je-Suis
Fijne feestdagen
Met vriendelijke groeten,
Eddo Rats
20-12-2025
Eddo Rats is elektrotechnisch ingenieur, zeezeiler, gitarist, vrijdenker, zendamateur, performer en piraat. Hij is ook ervaringsdeskundige en sinds 2013 volledig hersteld van langdurige psychosegevoeligheid. Hij is werkzaam bij de Regenboog Groep in Amsterdam, afdeling SCIP.
Meer lezen over Lotgenotengroepen en herstel buiten de reguliere GGZ?
- Enikrecoverycollege.nl – ontmoetingsplaats en leeromgeving voor herstel van psychische ontwrichting
- Alles over lotgenotencontact – Info van PsychoseNet
- Herstelacademies voor burn-out
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Ontvang jij de PsychoseNet nieuwsbrief al?
Meld je aan en ontvang iedere week de nieuwe blogs en interessante items in je inbox.








Geef een reactie