Main content

Vraag

Ik ben gediagnosticeerd met een chronische depressie en gegeneraliseerde angststoornis (met paniekaanvallen).

Ik heb inmiddels individuele Acceptance & Commitment Therapie gehad, CGT in een groep gehad, ik ben een maand opgenomen op een zorgboerderij om structuur (Rust, Reinheid, Regelmaat) in mijn dag aan te brengen en ik ga volgende week beginnen in een Schematherapie-groep. Tot nu toe hebben deze therapieën nog geen significante verbetering teweeg gebracht.

Door een aantal vervelende ervaringen in de GGZ en het feit dat het nog niet heeft geholpen na deze tijd en verschillende behandelingen, en doordat zowel de venlafaxine en de mirtazapine en de +/-6 slaapmiddelen die er geprobeerd zijn (zolpidem, temazepam, quetiapine in lage dosis (25), anti-histamines, mirtazapine) die alleen de eerste 2 a 3 keer hielpen en daarna niet meer (genoeg) behalve de quetiapine waarvan ik k.o. ging maar de volgende dag ook niets waard was, ben ik het vertrouwen in de GGZ/therapie en psychofarmica een beetje verloren.

Tegelijkertijd lees, hoor en zie ik steeds meer om me heen met dezelfde inhoudelijke boodschap: als je je stoornissen accepteert en accepteert dat het niet (veel) zal veranderen, gaat het al een stuk beter met je omdat je daar dan in ieder geval niet meer voor hoeft te vechten of zo. Maar het voelt ook als opgeven en het voelt heel eng om te accepteren dat dit voor altijd zo blijft als dat het nu is. Ook ben ik heel bang dat het slechter met me gaat na verloop van tijd als ik er niets mee doe. En ik weet ook niet zo goed wat ik simpelweg concreet moet als ik het ga accepteren. Ik voel me niet in staat om te werken, ik voel me nauwelijks in staat om te leven.

Kortom, de vraag: is het verstandig om te blijven vechten in de hoop dat het beter wordt met de juiste behandeling, of is de weg van acceptatie zodat ik geen energie in het gevecht meer hoef te steken beter? Ik hoor graag uw mening. Alvast heel erg bedankt!

Antwoord

Natuurlijk is het goed om te blijven vechten, alleen niet tegen jezelf.

Er zijn twee dimensies aan psychisch lijden: de direct klinische dimensie (de angst, de somberheid) en de existentiële dimensie in de zin van hoe je je tot de angst en somberheid verhoudt en welk perspectief je er op hebt.

Mijn advies zou zijn om het 'vechten' in de klinische dimensie te verplaatsen of te complementeren met 'vechten' in de existentiële dimensie. Vechten in de existentiële dimensie gaat over het ontwikkelen van perspectief voorbij het directe lijden, waardoor je weerbaarder wordt en het directe lijden beter kunt verdragen.

Ik kende iemand in jouw situatie die besloot bij zichzelf dagelijks de stemming bij te houden. Hij hield het vijf jaar vol - en merkte dat hij een nieuw perspectief kreeg op zijn lijden. Door de stemming/angst dagelijks in kaart te brengen merkte hij dat er wel degelijk variatie was, en dat zelfs de ergste perioden altijd weer vroeger of later werden afgewisseld door betere perioden.

Dit inzicht gaf hem een belangrijk meta-perspectief: namelijk dat hoe erg het directe lijden ook, er was altijd met de tijd weer verandering. Dit meta-perspectief maakte hem weerbaarder in de zin van dat ook de diepe dalen draagbaarder werden.

Ik weet het, makkelijker gezegd dan gedaan, maar ben met de jaren echte onder de indruk geraakt hoe weerbaar mensen zijn en hoe ze zelfs het ergste psychische lijden draagbaarder kunnen maken door een meta-perspectief te ontwikkelen voorbij het directe lijden.

Bij angst - die bij jou merk ik speelt - is het belangrijk om die juist in het gezicht te staren. Vermijding leidt tot verdieping.

Hope this helps,

Jim

Beantwoord door: Jim van Os op 29 november 2019
  • Deel deze pagina: