Main content

Vraag

Mijn man is sinds vijf weken opgenomen op de gesloten afdeling van een GGZ instelling. Laatst vertelde hij dat hij weer mocht gaan zwemmen. Zijn vaste verpleegkundige begeleider had hem toestemming gegeven. Bij controle bleek dat dit niet waar was omdat mijn man nog in de herstelfase zit en niet langer dan een uur begeleid buiten de kliniek mag komen. Ik toon begrip in het gesprek met mijn man over zijn verlangen om te zwemmen maar ik vraag toestemming het te vragen aan de verpleegkundige die hem begeleid. Mijn man reageert rustig zonder schelden of boos worden, omdat hij dit met de verpleegkundige en de psychiater wil bespreken omdat hij tegengestelde informatie krijgt. De verpleegkundige had hem toestemming gegeven.

Binnenkort vraag ik een persoonlijk gesprek aan met de psychiater hierover en over de behandeling, die hij krijgt. Eigenlijk alleen observatie tot zijn hersenscan in augustus volgt.

Ik breng begrip op voor het verlangen dat hij heeft naar buiten te gaan. Ik bezoek hem een paar keer per week. Ik regel ander bezoek voor hem. Argumenten die pleiten tegen het gaan zwemmen begrijpt hij wel maar het is zo vermoeiend hierover te communiceren.

Hoe communiceer ik met mijn man als hij een dergelijke waangedachte heeft?

Hoe neem ik meer emotionele afstand van dergelijke waandenkbeelden, waardoor ik mij gemanipuleerd voel, omdat er iets van mij verlangt wordt wat ik niet kan en mag doen.

Antwoord

Ja, na het lezen van je mail, ga ik er van zuchten, want dat is het. Het is heel vermoeiend. Je krijgt hopelijk energie van goed voor jezelf zorgen. Bezoek voor jezelf te regelen om met dierbaren die iets leuks met jou gaan doen. Je hebt een tweesporen beleid, of drie zelfs. Je eigen leven, je leven met je partner en een leven met je partner die niet je partner is maar iemand die ziek is. En dat is heel vermoeiend en ingewikkeld.

Heel praktisch, ik vind dat de instelling verplicht is jou goed te informeren wat de vrijheden zijn, helemaal wanneer jij er actief bij betrokken bent. Zet de afspraken op papier waar iedereen bij is en bespreek de veranderingen als afspraken verruimt of ingekaderd worden. Dat geeft rust én houvast en ik ben van mening dat dit de verantwoordelijkheid en taak van de verpleegkundigen is. Zij hebben onderling ook te weten wat iemand wel en niet mag.
Wat je partner dus wel en niet mag, kan jij het beste niet met hem bespreken maar met de verpleging. En de verpleging heeft de taak om dit met hem te bespreken, het liefst waar jij bij bent als toehoorder. Op die manier kan er niet gesjoemeld worden of gemanipuleerd.

Tot slot is het lastig: het vertrouwen beschamen, is dat nu gedrag dat je hem kwalijk kan nemen, of is het de ziekte.. wat het ook is, je mag dit vanuit jezelf uitspreken dat het jou wat doet. En hoe niet prettig dit voor je is. Je partner kan dit doen vanuit ziekte, maar begrip hebben voor jou kant van het verhaal, en die connectie weer liefdevol voelen tussen jullie twee, kan zelfs het herstel bevorderen.

Hoe meer emotioneel je nabij bent bij jezelf hoe meer je op afstand in verbinding kan zijn met hem. Je kan heel sterk in verbinding zijn én een nodige tussenzone inrichten die voorkomt dat jij schade op loopt. Die tussenruimte is er al, dat is de GGZ, dus maak er gebruik van! Daar zijn ze voor, en in die zin: ook voor jou!

Sterkte voor jullie beiden en dank je voor je vraag, Jeroen

Beantwoord door: Jeroen Zwaal op 8 augustus 2019
  • Deel deze pagina: