Main content

Vraag

Beste Jim van Os,

Sinds kort ben ik gestopt met aripiprazol depot (Abilify). Ik had namelijk veel last van bijwerkingen zoals hoofdpijn, spierpijn en maagklachten. Mijn psychiater staat hier niet achter.

Onze kinderwens is ook een reden om geen antipsychotica meer te willen gebruiken.

We hebben informatie gevonden over een begeleidingstraject zonder medicatie in het Erasmus MC.

Raadt u ons dit aan?

Met vriendelijke groet.

 

Antwoord

Beste K.,

Neem de tijd en lees hieronder samen met je partner onze 25 regels voor de situatie waar jij je in bevindt:

  1. Psychosegevoeligheid en bipolaire stemmingsgevoeligheid zijn menselijk – ieder mens heeft een zekere mate van deze gevoeligheden.
  2. Sommige mensen hebben een heel laag niveau van gevoeligheid, andere mensen een heel hoog niveau van gevoeligheid.
  3. Als je een hoog niveau van gevoeligheid hebt kun je af en toe bij stress psychotisch worden.
  4. Ieder mens moet dus leren leven met zijn/haar niveau van psychosegevoeligheid en bipolaire stemmingsgevoeligheid.
  5. Dit kan soms een pijnlijk en lang proces zijn – maar het kan.
  6. Medicatie kan helpen in de acute fase van een psychotische episode.
  7. Medicatie kan ook helpen om een nieuwe psychotische episode te voorkómen.
  8. De ‘Numbers Needed to Treat’ van lithium/antipsychotica bij het voorkómen van een nieuwe manische/depressieve episode is ongeveer 4. Dat wil zeggen: van de vier mensen die stabiel blijven op medicatie over de tijd, waren er drie ook stabiel gebleven op placebo.
  9. Iemand die stopt met lithium/antipsychotica neemt dus een risico, maar niet een enorm risico. Het is een gecalculeerd risico.
  10. De moderne psychiatrie wil herstelgericht zijn, in de zin van: zich richten op de persoon helpen bij het ervaren van een zinvol bestaan. Dit gaat over het creëren van ‘vrije’ bestaansruimte naast de benadering die ruimte opslokt voor ‘kwetsbaarheid’ en ‘ziekte’.
  11. Zonder risico is herstel, als gedefinieerd in (3), vaak moeilijk te bereiken - experimenten zijn cruciaal op de weg naar herstel, ook experimenten met de medicatie.
  12. Een patiënt die wilsbekwaam is kan een gecalculeerd risico willen nemen vanwege voor hem/haar zwaarwegende redenen, vooral als het te maken heeft met herstel.
  13. Onder de wet (WGBO) kan een arts niet simpelweg weigeren om patiënten, die wilsbekwaam zijn en een gecalculeerd risico willen nemen - in het kader van herstel of vanwege andere voor hem of haar zwaarwegende redenen - te helpen met het verminderen van medicatie of medicatie af te afbouwen.
  14. Onder de wet (WGBO) kan een arts niet de zorg afbreken omdat hij het niet eens is met de beslissing van een wilsbekwame patiënt om een weloverwogen experiment met de medicatie uit te voeren, die een gecalculeerd risico met zich meebrengt.
  15. Als je gaat stoppen/minderen is het zaak om een arts te hebben die actief met je meedenkt en achter je staat – ook al neem je in het kader van herstel een risico. De arts helpt je met monitoren en begeleidt je.
  16. Als je gaat stoppen/minderen is het zaak om jezelf goed te monitoren – zonder meteen bij het minste of geringste in paniek te raken.
  17. Als je gaat stoppen/minderen met de medicatie is de kans op een goede afloop groter als je een poging hebt gedaan om je kwetsbaarheid te begrijpen en een plek te geven in je verhaal.
  18. Als je gaat stoppen/minderen met de medicatie is de kans op een goede afloop groter als je het belang hebt geleerd van regelmaat, structuur, voeding, sport/beweging, slaap en dingen als meditatie.
  19. Als je gaat stoppen/minderen met de medicatie is de kans op een goede afloop groter als je een netwerk om je heen hebt van mensen die dit zelf hebben doorgemaakt en met wie je verbonden bent.
  20. Als je gaat stoppen/minderen met medicatie is het zaak je leven op dat moment redelijk op orde te hebben. Geen grote stress of transities.
  21. Als je wil minderen/stoppen met medicatie moet er sprake zijn van een goed crisisplan waar iedereen van op de hoogte is en waar iedereen (patiënt, partner, huisarts, ggz) toezegt aan mee te werken.
  22. Heel belangrijk (!): medicatie minderen moet hyperbolisch (in stapjes van 10% van de laatste dosis) en langzaam (bijvoorbeeld 10% minder elke 3 maanden). Doe je dat niet dan val je wellicht terug door onttrekking van de medicatie zelf.
  23. Als je bij het afbouwen op problemen stuit kan het nuttig zijn om tussentijds te ‘stabiliseren’ op een zo laag mogelijke dosis die geen problemen geeft, om pas weer verder te gaan als je bent gestabiliseerd.
  24. Er zijn alternatieve therapieën voor medicatie: stemmenhoordersgroepen, herstelwerkgroepen op een herstelacademie, runningtherapie, meditatie, lichaamsgericht werken, psychotherapie.
  25. Waar het bij al deze therapieën vooral om gaat is dat er mensen bij betrokken zijn met wie je je verbonden voelt, bij wie je terecht kan en die bona fide zijn (een officiële erkenning of keurmerk hebben).

Hope this helps!

Groet,

Jim

Deze vraag is gesteld door een vrouw in de leeftijdscategorie 35-50
Beantwoord door: Jim van Os op 13 juli 2020
  • Deel deze pagina: