Main content

Iedereen die depressief is, denkt aan zelfmoord. Zegt psychiater Ralh Kupka. En het is belangrijk om er over te kunnen praten. Maar hoe doe je dat? Wat bespreek je wel en niet?

Wat is de relatie tussen een psychose en een bipolaire stoornis?

Bipolaire stoornis, dat is manisch depressiviteit. Manisch depressiviteit is een ziekte die komt en gaat. Bij depressies is er eigenlijk van alles te weinig: je hebt nergens meer zin in, je ziet het niet meer zitten, je hebt geen energie meer, je kan niet meer slapen, je kan niet meer eten. De tegenhanger is de manie, dan is er eigenlijk van alles teveel. Dan heb je ontzettend veel energie, je doet heel veel, zelfs dingen die eigenlijk niet kunnen, die niet verantwoord zijn. Je voelt je fantastisch, je hebt eigenlijk geen oog meer voor de realiteit in je omgeving. Iedereen probeert je een beetje af te remmen, maar dat vind je eigenlijk onzin, want je hebt gelijk. En dat je niet meer te corrigeren bent daarin, dát noemen we eigenlijk een psychose. Dus dat je het contact met de realiteit kwijt bent. Dat zie je bij depressie, als het heel erg wordt. Dan krijg je echt waanideeën over hoe slecht je bent en wat je allemaal verkeerd hebt gedaan en niemand kan dat rechtzetten.

En bij de manie denk je dat je bijzondere gaven hebt, je kan heel erg veel en je hebt gelijk en je moet die plannen doorzetten, dat moet vandaag. En niemand kan je daarin corrigeren. Je krijgt ruzie met de mensen die proberen om je een beetje bij te sturen. Mensen verliezen het contact met je, die zien aan je dat je niet jezelf bent. Dat noemen we een psychose.

Een psychose kan allerlei oorzaken hebben

Ja, dat kan allerlei vormen aannemen. Bij manisch depressiviteit heeft de psychose de kleur van de stemming. Dus bij de depressieve psychose is eigenlijk alles donker en somber en negatief en is het gekleurd met ondergang en mislukking en dat soort thematiek. En bij de manie is het eigenlijk gekleurd van een soort irreëel optimisme dat je alles kan en dat alles moet, en dat je beter bent dan wie dan ook en dat het nu moet. Dus dat is anders dan bij een psychose die bijvoorbeeld gepaard gaat met achterdocht. Dat je denkt dat je achtervolgd wordt, dat mensen je kwaad willen doen. Dat komt ook wel eens voor bij manisch depressiviteit, maar dat is niet de boventoon. De boventoon heeft te maken met hoe je je voelt. Of diep ellendig in een depressie of eigenlijk heel fantastisch in een manie.

En hoe kom je daar achter dat je dat zelf hebt?

Bij een depressie kom je er wel zelf achter, want dat voel je zelf. Daar is ook meestal iedereen het erover eens dat je somber bent en dat je je naar voelt. Bij de manie is het ingewikkeld want dat begint vaak met een toestand die eigenlijk veelal positief wordt gezien. Je voelt je hartstikke goed, je hebt veel energie, je hebt meer ideeën, je hebt allerlei initiatieven, je bent opgewekt. En in het begin merk je dat niet zo maar als dat erger wordt dan ziet de omgeving dat je niet meer je zelf bent. Vaak zie je het aan de ogen van iemand, dat er een soort verwilderde blik komt. Of je krijgt geen contact meer met je partner of met je kind of met je ouder, terwijl degene zelf denkt dat het heel erg goed gaat, sterker nog, die heeft zich nog nooit zo goed gevoeld. Dat noem je verlies van het ziektebesef. Dan heb je niet meer in de gaten dat het niet goed met je gaat. En dat is het grote probleem met de manische psychose, dat er een enorm contrast gaat ontstaan tussen datgene wat de mensen om je heen van je vinden en wat je zelf vindt. En daar valt vaak niet eens over te praten, daar krijg je enorme ruzie door, dat geeft hele grote problemen, het verlies van het besef dat er iets met je aan de hand is.

En hoe ga je daarmee om, bijvoorbeeld als ouder?

Dat is best lastig omdat je vaak, als je daarover in discussie gaat, ruzie krijgt. Degene voelt zich onbegrepen, die voelt zich miskend. En iedereen heeft het mis behalve jijzelf. Je moet eigenlijk iemand duidelijk maken: zo ken ik jou niet. Ik zie iets aan jou wat ik niet ken en daar maak ik me zorgen over. Ik denk dat het vooral moet gaan over bezorgdheid. Dat je het contact kwijt bent. En helaas houdt het daar vaak ook een beetje op want die ander die zegt: ja, maar ik voel me goed.

Dus in feite kan je in de manische fase niet veel doen?

Je kan wel veel doen, maar je moet vooral erg veel tact en geduld opbrengen. Dat geldt ook voor hulpverleners, want die zien ook wat er aan de hand is. Die willen met de patiënt op één lijn komen en het eens worden, dat het niet om een gewone toestand gaat. En dat lukt dan niet. Dat leidt heel vaak tot verwijdering en onbegrip. Wat je zou moeten kunnen opbrengen als familielid, als ouder of als partner is dat je bij iemand blijft. Dat je iemand niet in de steek laat, ondanks dat die jou eigenlijk verguist en zegt dat jij er niks van snapt of jou verwijt dat je hem klein wilt houden.

En als diegene heel veel geld uit gaat geven?

Dan moet je echt actie ondernemen. Bankrekeningen blokkeren en  passen intrekken. En dat leidt altijd tot conflicten. Een forse manie gaat niet zonder slag of stoot, dat is altijd gedonder. Dat is helaas zo. Ouders of partners zouden daarin moeten steunen, standhouden. Iemand moet beschermt worden tegen te grote schade, financieel, maar ook op het werk.

Als je ineens je baas gaat vertellen hoe het in elkaar zit en even een paar oude dingen gaat rechtzetten, wat je anders nooit doet, dan kan diegene zich beter ziekmelden. En als je opeens een nieuwe auto gaat kopen die je niet nodig hebt dan kan je ook maar beter zorgen dat die bankrekening geblokkeerd is. En dat moet je dus als naast betrokkene proberen te organiseren en dat geeft ruzie. Want daarmee blokkeer je dus wat die manische patiënt wil. En dat is niet te vermijden. Ik denk niet dat je een manie kunt hanteren, zonder dat je daarover conflicten krijgt. Dat is heel pijnlijk.

En de depressie?

Bij depressie moet je als naaste zorgen dat je niet aangestoken wordt door de somberheid, het pessimisme, het gevoel dat het nooit meer wat wordt. Want je kunt iemand niet opbeuren. Je kunt wel begrip opbrengen maar je kunt een ernstige depressie niet zomaar wegpraten, zeggen dat het wel meevalt of zeggen dat we het eigenlijk toch goed hebben. Dan voelt de depressieve patiënt zich onbegrepen. Want het gaat niet om de werkelijkheid het gaat er juist om dat je je niet normaal voelt, dat je ondanks het feit dat iedereen roept dat het meevalt, dat jíj dat niet zo ervaart.

Wat heeft zo iemand nodig?

Vooral begrip en coaching. En hoop, dat het tijdelijk is. Dat je iemand er doorheen kan coachen. En als dat lukt, dat het dan over gaat. Dat is wat je ziet bij depressies. Ook bij manieën trouwens, maar dan moet je vaak ingrijpen dat het niet te erg wordt. Bij een depressie moet je vooral coachen, en ingrijpen als het mis dreigt te gaan.

Hoe moet je coachen, bijvoorbeeld als ouder?

Vooral aan boord blijven, geen contact verliezen, niet meegaan met de somberheid maar ook niet teveel er tegenin gaan, begrip opbrengen dat iemand zich zo voelt, dat dat een onderdeel is van de aandoening. Dat kun je niet zomaar wegpraten. Aan de andere kant ook wel gewoon blijven aanbieden hoe het werkelijk is. Dat het niet zo erg is als iemand denkt dat het een onderdeel is van de ziekte. En dan niet afhaken.

Als iemand zelfmoordgedachten heeft

De hopeloosheid is een onderdeel van de ziekte

De hopeloosheid, en de uitzichtloosheid en de wanhoop. Dat hoort erbij, en ook de gedachte dat je er maar beter niet meer kan zijn omdat het niks meer wordt. Iedereen die depressief is, denkt op een gegeven moment dat hij er maar beter mee kan ophouden, of er een eind aan moet maken. Niet dat iedereen dat doet, maar wel dat je dat denkt, dat moet ook open liggen.

Als je een kind hebt dat zwaar depressief is, psychotisch en je kind praat over zelfmoord plegen, wat doe je dan als ouder?

Dan schrik je daarvan. Je moet wel een beetje normaal blijven doen natuurlijk, zeker als je betrokkene bent. Als iemand zegt dat hij niet verder wil, dan is dat een heftige boodschap. Dat is heel verdrietig en schokkend. En tegelijkertijd beschouw je dat als een onderdeel van die depressie en bespreek je dat met elkaar. Dat het eigenlijk heel vaak voorkomt dat mensen dat denken en voelen. En dat je dat ook niet toelaat.

Als mensen vragen om euthanasie tijdens een depressie dan zeg ik: maar dat is helemaal niet aan de orde. Het is helemaal geen uitzichtloze toestand, dat moeten we gewoon behandelen. Dat zeg je als hulpverlener. Als ouder moet je vooral gewoon zorgen dat je hulp krijgt daarbij.

Je hebt een depressieve dochter, die zegt: ik wil niet meer leven en ik ga binnenkort naar de trein. Wat doe je dan?

Dan moet je zorgen dat je hulp krijgt. Dat ga je niet toelaten.

Je gaat er niet in mee. Je kan wel zeggen: ik snap wel dat je je zo voelt, maar dat gaan we niet doen, want dit gaat over, dit is een complicatie van de ziekte dat je je zo voelt en dat je dat denkt. Daar moeten we hulp voor zoeken. Dan moet je dus meegaan met je kind of met je partner of met je ouder of wie het ook is. Meegaan naar de behandeling om dat verhaal duidelijk te maken. Want een behandelaar ziet iemand maar eventjes, die ziet iemand een half uur hoogstens en dan gaat hij weer naar huis.

Mensen die heel depressief zijn, en een suïcideplan hebben, die gaan dat misschien niet vertellen, dan komt dat niet uit de verf. En misschien ziet die behandelaar helemaal niet hoe erg het met je is, want die kent jou niet zo goed. Terwijl de mensen thuis het wel zien. Dus die moeten meekomen, die moeten zeggen: het is écht erg, en die moeten niet rusten voordat er iets aan gedaan wordt. Dat geldt ook voor de manie. En de manie ziet de behandelaar ook vaak niet, die weet helemaal niet hoe die persoon gewoonlijk is die denkt van: nou enthousiaste figuur, goeie ideeën, die ziet de gekte niet. En dat zien de mensen thuis wel dus die moeten altijd meekomen. En als je niet wordt uitgenodigd moet je jezelf uitnodigen bij de behandeling. Je moet altijd meekomen, als het erger wordt.

Ga altijd met iemand mee naar de behandelaar

Behandelaars willen je er soms niet bij hebben, wat dan?

Dan zeg je: ik hóór erbij, ik hoor bij deze persoon. En het kan best zijn dat die patiënt zelf zegt: ik wil eens even alleen met die dokter praten. Dat is goed, maar daarna komt die ander wel even aan boord. Het is prima als mensen ook iets willen vertellen waar hun familielid niet bij hoeft te zijn. Soms schamen mensen zich ergens voor. Bijvoorbeeld om alcohol- of drugsgebruik, dat is vaak een taboe en dat wil je ook horen. Dan ga je eerst met iemand alleen praten, dat geldt zeker voor jongeren en daarna vraag je tóch die ouders erbij en dan laat je even buiten beschouwing wat daarin besproken is in dat gesprek. Je gaat dan niet zeggen dat de dochter net heeft verteld dat ze aan de cocaïne is. Dat laat je er buiten en dat zeg je ook van tevoren: daar gaan we het niet over hebben. Maar ik wil wel de ouders de kans geven om hun verhaal te vertellen, dat is heel belangrijk want zij kennen jou heel goed.

Ik zou als ouder, partner of wie dan ook die met de patiënt meegaat, nooit genoegen nemen met dat je er niet bij mag horen, want je hoort er wel bij. En als behandelaar is ons advies altijd dat je er de mensen bijhaalt die erbij moeten. En als dat niet mag van iemand of als je dat niet wilt, dan is het niet goed, dan moet je erop staan dat iemand meekomt.

Want?
De keren dat ik níet de mensen erbij hebt gehaald, heb ik er altijd spijt van. Want dan mis je iets. Niet dat het dan meteen dramatisch afloopt, maar toch mis je vaak de boodschap, hoe erg het is, en hoe het thuis toegaat. Dat kun je gewoon niet zien.

Praten over zelfmoordgedachten

Is dat omdat mensen met een echt suïcideplan dat verborgen houden?
Ja, ik denk dat als mensen echt besloten hebben dat ze het gaan doen, dat ze dat niet gaan uitventen. Dus dat mensen stiller juist worden. Heel veel mensen met depressies praten wél over dat ze het niet meer zien zitten, dat ze denken dood te willen. Dat is niet een teken dat ze het niet gaan doen, zo van als hij erover praat dan zal hij het wel niet doen. Maar als iemand er niet meer over gaat praten, terwijl het eerst wel aan de orde was, dan zou ik toch nattigheid gaan voelen.

In feite moet je het altijd kunnen bespreken, zeg jij?
Ja, suïcidaliteit is een onderdeel van elke ernstige psychiatrische aandoening want mensen voelen ook wel dat het niet goed gaat. Ook als je manisch bent geweest en je hebt er een flinke puinhoop van gemaakt, je bent een hoop geld kwijt, je hebt je relaties op scherp gezet, dan worden mensen daarna ook vaak depressief. Dat is ook een punt dat mensen daartoe besluiten, dat het niet meer gaat zo. Als behandelaar moet je altijd het thema openhouden, want niet meer verder willen is een integraal onderdeel van eigenlijk elke ernstige psychiatrische toestand.

Elke?
Als het ernstig wordt, denk ik het wel. Ga er maar vanuit, dat de meeste mensen denken: zó wil ik het niet. En niet dat iedereen dan dus meteen met een suïcideplan komt maar het feit dat je wanhopig bent en dat je je eenzaam voelt, en dat je niet begrepen wordt, dat is een onderdeel van elke depressie. En ik denk ook wel van elke manie, dat mensen je niet snappen en dat je er dus toch een beetje alleen mee zit.

Het gevoel dat je helemaal alleen bent, hoe is dat op te lossen?
Door erbij te blijven, door mensen niet in de steek te laten.

Maar als ouders of als partner ben je vaak niet genoeg. Zijn er andere oplossingen?
Ja, maar je bent wel het belangrijkste denk ik. De mensen die thuis zitten spelen wel een hoofdrol in het feit dat iemand met ernstige depressie of met een manie daar niet alleen mee zit. En daarnaast moet je ervoor zorgen dat er voldoende hulpverlening komt die ook met een zekere afstand kunnen ingrijpen, want voor een behandelaar is het natuurlijk makkelijker om in te grijpen dan als naast betrokkene. Soms gaat dat echt heel ver en moeten we mensen gewoon gedwongen opnemen. Als je echt denkt dat het gevaarlijk wordt, dan moet je doorpakken en dan moet je ook niet aarzelen. En dat kan een familie niet doen. Dat moet een behandelaar doen, die ook meeweegt met wat de familie zegt en wat de persoon zelf zegt en dan die inschatting maken of het riskant wordt, hetzij het risico van suïcide of het risico van al te grote complicaties van al die manische handelingen.

Hoe praat jij met iemand die depressief is, hoe leg je uit wat hoop is?
Ik zeg dan: ik ken jou wel niet, maar ik ken die ziekte wel, en die zie ik altijd opknappen.

Altijd?
Ja, laten we zeggen: in de meeste gevallen zie je het echt opknappen, ja.

Gevangen in tijdelijke somberheid en uitzichtloosheid

Is iemand dan overtuigd?
Nee, natuurlijk niet. Maar dan zeg ik: ik kan je ook niet overtuigen want dat is een onderdeel van je ziekte. Kijk als je bij een dokter komt met koorts, dan kan die wel zeggen dat je koorts over gaat, maar die praat die koorts ook niet weg. Daar moet je iets anders voor doen. Maar ik vind wel dat mensen moeten snappen hoe het zit. Want iemand die depressief is, die snapt niet dat hij gevangen zit in een tijdelijke somberheid met uitzichtloosheid. Die ziet dat niet meer. Dat perspectief moet jij ze bieden. Soms ken ik de mensen wel, dan heb ik ze al tien jaar in behandeling en dan zijn ze weer depressief en dan zeg ik: weet je nog van de vorige keer, toen hebben we hier ook gezeten en toen was het ook zo met je, en daar ben je heel goed uitgekomen. Niet dat ik dan mensen echt kan overtuigen, maar als je het niet doet, als je niet zegt dat er wél perspectief is, dan laat je mensen echt in de steek. Mensen opbeuren als ze depressief zijn, dat kan niet echt, dat lukt niet. Ook voor naast betrokkenen is het heel pijnlijk dat het niet lukt om mensen op te beuren, wat je ook doet. Dan kan je ontzettend machteloos worden. Dan moeten wij dus ook tegen die familie zeggen: jullie worden een beetje besmet, het maakt je machteloos dat je iemand niet kan opbeuren, maar dat hóórt er gewoon bij.

Je kan er heel moe van worden.
Je kan er heel moe van worden en je kan er ook heel somber van worden. Denken dat het niet helpt wat wij doen. Maar ik kan iemand ook niet beter praten. Er zijn wel psychotherapieën voor depressie maar dat is ook niet dat het met één keertje wel goed komt.

Waar bestaat de behandeling dan uit? Hoe help je iemand er uit? 
Dat behandel je symptomatisch, heel vaak met medicijnen. Dat geldt ook voor een psychose, dat geldt voor een depressie, dat geldt voor een manie en dat geldt ook voor ernstige angsten. Dat behandel je door uit te leggen wat er aan de hand is en daarmee bied je eigenlijk ook hoop en uitzicht. En ook het terechte idee dat je er wat mee kan, dus dat wij niet machteloos zijn. Niet dat je iemand met een wonderpil de volgende dag beter kan maken maar dat je zegt: als we dit gaan doen dan is er uitzicht op verbetering de komende weken, want dat is de termijn waar je over praat. Dus je geeft uitleg, en daar zit hoop in verpakt want daar zit een perspectief aan. Je geeft medicatie en je zorgt dat je blijft coachen, dus je ondersteunt en iedere keer opnieuw biedt je dat aan. En als het wat beter gaat dan kun je ook wel psychotherapie aanbieden. Als iemand echt psychotisch is, dan helpt psychotherapie niet meer. Maar iemand die beter wordt, of niet zo heel depressief is, dan kan je ook heel goed met psychotherapie behandelen.

En wat behandel je dan?
Meestal wordt dan in eerste instantie behandeld hoe mensen omgaan met hun depressieve gedachtes. Dus: je denkt dat je niks voorstelt, nou zeg maar eens waar dat op gebaseerd is, laten we eens kijken hoe je daarbij komt, en zijn er misschien andere dingen die maken dat je er anders over kan denken. Maar dat is niet voor de psychose. De psychose die is niet goed met psychotherapie te behandelen, maar wel met ondersteuning. Je moet wel zorgen dat je mensen blijft begeleiden en dat je ze uitzicht biedt dat het weer over gaat.

Er zijn veel mensen waarbij de psychose is weggeëbd maar bij wie de depressie blijft, of terugkomt.
Bij manisch depressiviteit gaat dat meestal gelijk op. Als de ziekteperiode, depressief manische, als die overgaat dan verdwijnt dat eerste psychotische element daarin, en vervolgens verdwijnen die andere dingen.

En als die niet verdwijnen?
Dan ga je ook behandelen. Met medicatie en met gesprekken, en misschien ook wel met psychotherapie, als iemand daarvoor toegankelijk is. Als hij zijn realiteitsbesef weer terug heeft, maar na kater van die psychose, dan ga je dat behandelen.

Geef je zulke mensen ook leefregels, tips?
Ja, wat ik eigenlijk altijd tegen mensen zeg: wat goed is voor ons allemaal is bijzonder goed voor jou. Zorg dat je een beetje leeft met de natuur. Dus ’s nachts moet je slapen en overdag moet je actief zijn. En als je actief bent, dan betekent dat je dingen doet die je kán. Ook als je mínder kan, dan doe je maar wat je wèl kan, ook al is het maar beperkt. Het gaat erom dat je letterlijk en figuurlijk in beweging blijft, dat geldt ook voor wat er in je hoofd gebeurt. Als je niet met mensen praat, dan raak je opgesloten in jezelf dus je moet altijd zorgen dat je de blik een beetje naar buiten richt. Dat is soms heel letterlijk. Dus door gewoon naar buiten te gaan. Zien dat de wereld nog door draait.

Ondersteunen om in beweging te komen bij depressie

Dus wat kan een ouder doen die een depressief kind thuis heeft, die zijn bed niet uit wil? 
Samen iets gaan doen. Een reden bedenken om uit zijn bed te komen.

Samen naar de film?
Ja, dat kan. Hangt een beetje van de film af, denk ik. Maar misschien samen een stuk fietsen, dat is wat neutraler, of samen boodschappen doen. Je moet het wel sámen doen want als iemand het zelf niet kan, dan moet je coachen, ondersteunen.

Als iemand zelf niet kan, dan geef je hem die extra energie die hij mist?
Ja, dan ga je mee. Als jij tegen iemand zegt dat hij maar een eindje moet gaan lopen, dan zegt hij waarschijnlijk: waar dan? Want iemand met een ernstige depressie, kan het niet bedenken. Dus je kunt dan beter samen een stukje lopen. Dan kies jij de route uit, en dan zorg je dat die ander in beweging blijft. Of je gaat samen brood halen, of iets dergelijks. Om te beginnen. Zodat het wel doorgaat allemaal. Je moet wel zorgen dat het in beweging blijft. Beweging en activiteit vind ik zelf heel belangrijk als het gaat over manisch depressiviteit. De depressie is eigenlijk een gebrek aan beweging, dan gebeurt er niks meer. En de manie is een teveel, dus dan moet je eigenlijk het tegenovergestelde doen, dan moet je zorgen dat mensen minder in actie komen, en ze dáár in begeleiden. Bij depressie moet je op gang helpen komen, maar dan wel binnen de mogelijkheden.

En helpt dat, dat actiever maken, gaat het dan langzaam beter?
Je weet nooit precies wat er helpt maar we gaan ervan uit dat alles bij elkaar helpt. Dat je symptomen bestrijdt met bijvoorbeeld medicatie, dat je mensen in beweging houdt, door ze daartoe te stimuleren of zelfs mee te gaan. En als je hoop biedt, uitzicht, en je coacht. Dat blijf je doen. Dat je niet denkt: nou één keer een goed gesprek, dan zal het wel goed zijn, want dat is niet zo. En dat je moed houdt, als behandelaar maar ook als familielid. Je weet dat het wel over gaat maar dat is niet morgen gebeurd.

Hoe lang kan dat duren?
Weken tot maanden, als je niks doet. Als je wel wat doet ook trouwens, dan duurt het ook weken. Er is niemand die depressief is en die behandeld wordt en dat het de volgende dag over is.

Kan het ook jaren duren?
In uitzonderlijke gevallen, kan het jaren duren. Meestal niet. Als we het over eerste psychoses hebben, dat duurt geen jaren. Er zijn wel mensen bij wie het, heel laat in hun ziektebeeld, lang duurt. Maar dat zie je eigenlijk nooit in het begin.

Dus je hebt gewoon korte psychoses en korte depressies?
Als je weken tot maanden kort noemt, dan is dat kort ja. Als je niks gaat doen. Je hebt ook wel eens depressies die een dag duren maar die zien wij niet. Dat noemen we geen ziekten.

Als we het over psychoses hebben dan hebben we het over ernstige depressies of ernstige manieën, dat duurt op z’n minst weken. Ook in de aanloop al, en dat begint niet van de ene op andere dag, dat begint meestal sluipend. En op een gegeven moment dan ga je een grens over, dat je denkt: dit is niet gewoon meer. En dan ga je nog een ándere grens over, dat je denkt: iemand staat niet meer in de realiteit met de psychose en dan ben je meestal een paar weken of soms maanden bezig. En als je behandelt, wordt de weg terug afgelegd, dan ben je ook weken bezig.

En als het dan snel terugkomt?
Daarna komt de vraag wat je moet doen om te voorkomen dat het terugkomt, en meestal houdt de behandeling dan ook niet op. Dat geldt voor zowel de medicatie die je geeft om te voorkomen dat iemand terugvalt, als de begeleiding die je geeft. Want mensen zijn natuurlijk in het begin kwetsbaar. Na een ernstige depressie of na een manie of een psychose ben je gammel. Dan moet iemand zich weer hervinden, die hele stevigheid.

Hoe komt dat, dat het zo’n energie kost, zo’n psychose?
Vergelijk het met een ernstige griep. Als je daarvan hersteld bent, dan ben je ook nog niet helemaal beter. De zaak wordt behoorlijk op z’n kop gezet.

Ik hoor van mensen dat een psychose totaal uitput. Weet je hoe dat komt?
Je mag aannemen dat het iets te maken heeft met de hersenfysiologie, dat die systemen op volle toeren draaien, en dat het ook te maken heeft met het feit dat het zoveel moeite kost om jezelf overeind te houden, het contact met andere mensen, met jezelf, dat het heel veel energie kost. Dus dat je keihard aan het werk bent om die psychose binnen de perken te houden en dat je daarvan uitgeput raakt. Dat kan ik me heel goed voorstellen.

Depressie kost vreselijk veel energie

Mensen proberen het zelf binnen de perken te houden?
Ik denk het wel, ja. Als je depressief bent, dan moet je toch maar zorgen dat je op de been blijft. Dat kost ontzettend veel moeite.

Kleine dingen kosten veel meer moeite als je depressief bent.
Ja, en daarom voelen mensen zich vaak zo onbegrepen als anderen zeggen: ga toch een uurtje fietsen. Want dat lukt helemaal niet. En dat gaat ook echt niet. Dus dat moet je heel beperkt houden. Dat is het ingewikkelde met depressies. Je moet mensen aan de ene kant aanmoedigen en stimuleren en vooral niet overschatten. Want dan voelen mensen zich ook onbegrepen. En dat is dan ook zo, want dan snap je niet wat er aan de hand is.

En als mensen een psychotische depressie hebben, dan kunnen ze ook niet vertellen wat er precies met ze aan de hand is?
Dan vertellen ze over hun wanhoop en over hun idee dat het helemaal misloopt en dat ze schuldig zijn en dat ze het verkeerd hebben aangepakt. En dat is niet uit hun hoofd te praten. Dan kun je alleen maar zeggen: dat fenomeen ken ik wel van mensen die zo depressief zijn, en dat is ook wel van voorbijgaande aard maar ik kan het niet uit je hoofd praten. En het dan blijven benoemen als een symptoom van die ziekte, waardoor het toch een beetje ingekapseld wordt. Ik denk dat mensen, ook psychotische mensen, toch ook momenten hebben dat ze aanvoelen dat er iets met ze aan de hand is. Dat je naast je waanideeën toch ook een beetje je gezonde verstand overhoudt. En dat moet ook vooral worden aangemoedigd. Dus je blijft iedere keer uitleggen: wat je nu ervaart, is een onderdeel van jouw toestand. Daarmee is het niet minder erg, maar is het wel beter te overzien. En het geeft het ook uitzicht op verbetering.

Zelfmoordgedachten als gevolg van ernstige wanhoop van depressieve patiënt

Jij rekent een psychose ook tot een depressie?
Als je psychotisch bent en als je het contact met de werkelijkheid verloren bent, dat je echt gelooft dat al die negatieve dingen die je in je hoofd hebt, dat die kloppen, en je echt geen uitzicht meer hebt, dan noem ik dat een psychotische depressie.

En dat is de staat waarin mensen zelfmoord plegen?
Dat kan, ja. Als de wanhoop zo groot wordt, dat je er echt van overtuigd bent dat er niks meer is dat je hier uit kan halen, dan is suïcide -als je je daar in inleeft- een voor de hand liggende uitkomst. Dat zou je haast begrijpelijk kunnen noemen, als je denkt vanuit die ernstige wanhoop van een depressieve patiënt.

Dus dat is begrijpelijk?
Ja, vanuit dát perspectief wel. Dus daar moet je als buitenstaander iets tegenover stellen.

Uitleggen dat iemand ziek is en dat dit erbij hoort?
Dan leg ik uit. Je bent ziek en dit hoort erbij. Ik ken dit en dat hebben andere mensen ook gehad, en die zijn er ook vanaf gekomen. En dan zegt iemand: maar je kent míj niet. Dan zeg ik: dat klopt, maar ik ken de ziekte wel.

Je hebt zelf ook familieleden met depressies of met bipolaire stoornis. Maakt dat iets uit, hoe je ertegenaan kijkt?
Ik had een oom, die was heel depressief. Ik kon het wel goed met hem vinden, en ik begreep nooit zo goed wat er met hem was. Ik was een jaar of tien, maar ik zag wel dat hij eigenlijk somberder was, dan nodig was voor zijn situatie. Daar denk ik wel aan terug ja. En ik had ook een tante, die in een psychiatrische inrichting zat, opgezocht. Ik denk dat ik daardoor beter snap dat de symptomen die iemand heeft, verweven zijn met het werkelijke leven van iemand. Dat heeft ook wel betekenis, waardoor het vaak voor de patiënt zelf zo moeilijk is om het onderscheid te maken.

Hoe bedoel je dat?
Mensen die depressief zijn, hebben soms waanideeën die te maken hebben met de dingen die werkelijk gebeurd zijn. Waardoor het onderscheid moeilijker te maken is. Bij andere psychoses zie je wel eens wanen die zó bezijden de realiteit zijn dat iedereen denkt: ja maar dat kán ook niet. Maar bij een stemmingsstoornis die psychotisch wordt, ligt het heel dicht tegen wat er werkelijk speelt aan. Waardoor het voor degene zelf, maar soms ook voor andere mensen niet zo makkelijk is om het verschil te maken tussen werkelijkheid en waan.

Ik had een oom, hij was al oud. Hij was zijn hele leven priester geweest en hij was op het eind van zijn leven heel somber. En iedereen begreep het wel. Wie zou niet somber worden als je je hele leven geen relatie hebt gehad en oud bent en ook nog die hallucinaties. Iedereen begreep dat die man somber was, maar hij had een psychotische depressie. Die werd niet behandeld. Omdat iedereen meende te begrijpen waarom hij zo somber was. Want dat lag ook wel een beetje tegen de realiteit aan.

Dus ik heb daarvan geleerd om je aan de ene kant in te leven in de situatie van de persoon zelf, en tegelijkertijd denk ik: maar toch klopt het niet, er moet wél iets gebeuren.


113online.nl Online zelfmoordpreventie
depressiesteunpunt.com
Gavoorgeluk.be Preventie van depressie en suïcide
On track again.be Verder leven na een poging
Werkgroep verder.be Voor nabestaande

To my loved ones – documentaire over depressie & zelfdoding onder jongeren

  • Deel deze pagina: