Main content

De snelste manier om na een psychose te herstellen, zegt Debby Kamstra, is: aan het werk, of je opleiding afmaken. Kamstra zet haar hele netwerk in om de jongeren die ze begeleidt aan een opleiding of een baan te helpen. Werkgevers, blijkt tot haar stomme verbazing, willen die jongeren best hebben. En werk maakt het leven weer normaal. 70% van de Vippers heeft na drie jaar een diploma, of is aan het werk.

Een groot aantal raken in het begin een beetje psychotisch. Of die zijn het eigenlijk nog. En dan zie je dat het in de loop van de tijd afneemt. En dat iemand gewoon rustiger is en dat het gewoon goed gaat. Dat mensen gewoon weer carrière gaan maken en ook meer uren kunnen werken.”

Debbie jij werkt bij VIP-team Amsterdam en jullie hebben een hele andere insteek dan veel andere instellingen bij het begeleiden van jongeren. Maar kun je eerst uitleggen wat een VIP-team is?

Een VIP-team is bestemd voor jongeren die een psychose doormaken. Meestal is het de eerste keer en dat kan korter of langer aan de gang zijn. En als ze dan binnen Amsterdam worden herkend, binnen de crisisdienst, via de huisarts of via de scholen dan worden ze verwezen naar het VIP, en dat staat voor Vroege Interventie Psychose, daar hebben we drie multidisciplinaire teams. We nemen daar jongeren in zorg of proberen ze te krijgen of verleiden tot goede ambulante zorg.

Jullie leggen grote nadruk op teruggaan naar werk of opleiding.

We hebben al een aantal jaren IPS modelgetrouw toegepast omdat we merkten dat jongeren eigenlijk alleen maar bezig zijn met doorgaan met hun leven. Als ze in het begin als ze bij ons in zorg zijn een beetje wars van zorg. Ze hebben zoiets van: moet dit nou en ik heb nergens geen last van. Ze willen niet maar zeggen dat zeggen dat weer niet hardop. Wat ze wél vaak willen is aan het werk of doorgaan met met hun studie. Dus dat is voor ons een aanknopingspunt om contact met iemand te krijgen en ook daarbij aan te sluiten. We kijken dan waar iemand zit en wat hij wil bereiken. Daar ga je op in en dat is dan een heel methodisch stappenplan in dat modelgetrouwe IPS. Het mooie van IPS is dat je direct aan kunt sluiten bij waar iemand is, en ook waar iemand wil zijn.

Over IPS

IPS staat voor?

Individual Placement en Support (Individuele Plaatsing en Steun). Het is gebaseerd op Supported Employement en het heeft een aantal kenmerken. Het is geen training vooraf, je gaat niet iemand eerst heel lang trainen. Je gaat gewoon eerst naar werk zoeken. We hebben een kort assessment, maar als jongeren dat niet willen doen we dat ook niet. Ze willen graag gewoon terug naar school of aan het werk en dat ga je dan meteen ook doen.

Hoe gaat dat dan concreet, als er een jongen of meisje bij jou komt?

Dan ga ik kennismaken en dan zeg ik: goh, wat heb je allemaal gedaan? Dan leg ik iets uit over hoe wij werken en dan vraag ik hoe het gaat met zijn werk of welk werk hij graag zou willen. Dan gaan we een plan maken, wat we voor elkaar kunnen betekenen. Voor mij is het belangrijk om te weten welke schoolopleiding iemand heeft gedaan en of die afgerond is en of hij op dit moment naar werk zoekt en of hij dat snel wil of dat hij rustig aan wil doen. Je doet dus een kort assessment waarin je vraagt wat iemand wil bereiken, waar hij wil werken en waar hij dan het liefste werken. Dat kan eigenlijk van alles zijn. Iemand die direct een baantje wil, iemand die eerst verder wil zoeken, iemand die eerst heel graag goed uit wil zoeken wat hij precies wil.

Motivatie belangrijkste bij IPS

En wat doe je als iemand zo depressief is dat hij helemaal niet weet wat hij wil?

Dan ga je samen ergens koffiedrinken en dan loop je door de straat. Met IPS is het zo, dat iemand wel de wens moet hebben om weer aan het werk te gaan en als hij daar niet in een keer achter kan komen, dan is dat ook niet erg. Want dan ga je daar over praten. Het is eigenlijk een methode gericht op snelle plaatsing en ook zoeken naar droombanen. Ook al vind je ze niet. Want soms vind je ze ook wel! Het gaat erom, dat je jongeren bereikt in hun intrinsieke motivatie. Wat wil je doen, waar wil je naartoe en waar kom je je bed voor uit. Het is net als schoenen kopen, het ene vind je niets en het andere vind je wel wat. Zo is het met werk ook. Soms denk je YES, dat is wat ik zoek. En dan ga je proberen iemand daar naar binnen te krijgen.

Stel, iemand wil iets doen met muziek. En hij speelt al wel gitaar, maar nog niet goed genoeg. Dan ga jij dus zoeken naar iets wat in de richting komt?

Eerst ga ik heel concreet proberen te krijgen wat iemand daadwerkelijk zoekt in de muziek. Wat wil hij bereiken? Wil hij in een muziekzaak werken, of wil hij echt muziek maken of podiumopbouw of iets als hij maar in de buurt van muziek is. Dat ga je eerst uitzoeken. Wat is het dat hij graag wil. Dan gaan wij in ons werkgeversnetwerk kijken of wij mogelijkheden hebben om binnen te komen. Dus dat kunnen we heel concreet pitchen en dan gaan die mensen uit je netwerk van werkgevers voor je zoeken naar ingangen bij dat bepaalde bedrijf waar iemand graag naar binnen wil komen. Dan kan het zijn, als je dat gevonden hebt –ik heb weleens samen met iemand een droombaan gevonden- maar die schrok daar zo van dat ze zei: dat wil ik nog helemaal niet, dat durf ik nog niet. Ik ga eerst wel gewoon administratief werk doen. En dan is het ook goed.

Ik heb ook weleens iemand begeleid, die wilde naar de kunstacademie. In de eerste ronde werd hij toegelaten en in de tweede ronde werd hij afgewezen. Oké, zei hij, dan ga ik terug naar mijn oude werk en dan ga ik dat wel in mijn vrije tijd ontwikkelen en dan zie ik wel wat er later van komt. Dus je komt van alles op die weg tegen. Je volgt als het ware de cliënt. Dus waar de werkzoekende of de student naartoe wil, daar ga je in mee en je buigt mee en je kijkt ondertussen wat er gebeurt. En dan vraag je iedere keer: is dit oké? En wat zullen we nu doen. Want het lukt natuurlijk vaak niet in één keer en dan ga je iedere keer opnieuw in conclaaf en dan vraag je: is dit wat je bedoelt? Hoe vind je het gaan? Gaat het te snel, gaat het te langzaam, ben je tevreden. Welke kant moet het op? Wil je nog doorgaan. De regie ligt dus bij de cliënt.

Je helpt mee en je houdt het proces in de gaten?

Ja, je brengt werkzoekenden in contact met mensen die ze graag willen ontmoeten.

Veel werkgevers staan welwillend tegenover IPS

Hoe komen jullie aan werkgevers? Want vaak is het erg moeilijk om mensen met een psychische kwetsbaarheid ergens onder te brengen.

Ja, dat was ook onze ervaring tot we echt gingen acquireren. Toen merkten we dat werkgevers helemaal niet onwillend waren en ook graag onze cliënten wilden ontmoeten. Nu hebben we een heel groot netwerk van heel veel werkgevers en hele grote partijen. We hebben een netwerk waarin we jongeren kunnen betrekken en mee kunnen nemen. Van het een komt het ander.

Hoe hebben jullie dat dan gedaan. Opgebeld? Langsgegaan?

We zijn lid geworden van netwerkclub voor werkgevers. Het gaat om het bereik van het netwerk achter het netwerk.

Het netwerk achter het netwerk?

Ja, ik zit dan met 49 werkgevers aan tafel. Dan gaat het niet zozeer om de werkgevers die aan tafel zitten, maar het bereik daarachter. De bedoeling is dat je elkaar introduceert in elkaars netwerk. Dan put je niet uit veertig, maar dan maak je dus een reeks van veertig maal driehonderd, want gemiddeld heeft iemand driehonderd connecties.

Hoe komt het dat het gaat? Ik hoor niets dan klachten en pessimistische geluiden, ook zo’n spotje van ‘collega’s met karakter’, hebben die dan ongelijk?

Wij doen het al een tijdje en het heeft mij ook verbaasd eerlijk gezegd. Want ik ben net in die netwerkclubs gaan zitten omdat ik dat hoorde: werkgevers willen niet. Dus ik was ook wel enigszins getriggerd en dacht dan wil ik ook wel weten waarom ze niet willen. En er waren toch heel veel werkgevers die me wilden ontmoeten. Ik dacht eerst: dat kan niet waar zijn. Dus ik ging toch langs en dan wilden ze echt wel mensen van ons plaatsen. Dat vonden ze leuk, ze vonden de mensen aardig. Dus toen dacht ik: werkgevers worden ook gestigmatiseerd.

Zijn het grote bedrijven of kleine bedrijven?

Alles door elkaar. Het zijn eenpitters, het zijn grote bedrijven, middelgrote bedrijven, kleine bedrijven. Over het algemeen is het wel onder de 50 werknemers. Maar de ABN-AMRO heeft ook mensen van ons geplaatst. Het is gewoon een kwestie van het ijs breken want de ggz is over het algemeen erg naar binnen gekeerd en je merkt dat als je je naar buiten keert dat er echt wel mensen zijn die je op de eerste plaats graag willen helpen, maar die je ook verder willen brengen.

Openheid is grote voordeel bij IPS

Die ook niet zo bang zijn voor psychoses?

Nee, omdat je het goed uit kunt leggen. Als je in die openheid –en dat spreken wij ook af met onze cliënten- mogen we er open over zijn, dan kun je ook dingen uitleggen en aanpassingen maken. Los daarvan kun je ook slim acquireren. Dan zeg je: mag er in deeltijd gewerkt worden, vind u het goed als er van twaalf tot vijf gewerkt wordt, is het goed als er wat uren over de dag verdeeld zijn. Werkgevers zijn echt welwillend want die zitten echt wel te wachten op gemotiveerde krachten. En van vipp’ers kan ik niet anders zeggen dat ze tot in hun tenen gemotiveerd zijn en ze er eigenlijk alles voor over hebben om die baan te houden als ze het eenmaal goed voor elkaar hebben.

Dat is jouw ervaring?

Ja. En dan stabiliseren ze en herstellen ze in de werksetting. En soms is het best wel moeilijk hoor, dan moeten ze door een moeilijk stukje heen. Je bent dan door een moeilijke fase heengegaan, waarin je toch wel last kunt krijgen van symptomen, en dat lukt op een gegeven moment. Dat lukt niet in een keer hoor, er is wel wat oefening voor nodig. Maar als je daar doorheen bent dan is het rustiger.

Dus jullie helpen mensen al aan het werk, terwijl ze nog symptomen hebben, ze nog aan het herstellen zijn. En door het werk, gaat herstel sneller?

Ja, omdat ze op een andere manier worden aangesproken door werkgevers. Dat er weer dingen van ze verwacht worden, dat ze weer een schop onder hun kont krijgen als ze te laat komen of als ze vaak te laat komen. Je maakt de wonderlijkste dingen mee.

Ik was een keer bij een werkgever en iemand had twee weken de griep en dat duurde de werkgever te lang en hij zei, Debbie kun je even langs gaan om te kijken of er wat loos is? Toen had ik de klant in kwestie te pakken en ik zei, de werkgever wil je graag spreken. Dus we spreken voor maandag af. Toen zei de klant, ik vind het eigenlijk niet zulk leuk werk meer en ik wil eigenlijk stoppen. Toen zei de werkgever, dat snap ik wel want het is natuurlijk een beetje saai werk, maar ik heb er alles voor over om jou te behouden. Dus wat moet ik doen om jou te behouden? Dat zijn reacties die je niet verwacht. Je verwacht een berisping. En je krijgt eigenlijk een cadeau. En dat maak ik vaak mee. Ik merk gewoon dat die motivatie, die intrinsieke motivatie overkomt en dan hoeft het niet allemaal goed te gaan. Het gaat met ons allemaal wel eens niet goed. Eén of twee dagen in de week heb je ook weleens een uur dat je denkt: ik kan niet meer. Dat vinden werkgevers heel normaal. En die zijn het ook wel gewend. Dus die kijken er niet zo van op eerlijk gezegd. Een groot aantal mensen raken in het begin nog wel psychotisch, of die zijn het eigenlijk nog, en dan zie je dat het in de loop van de tijd afneemt en dat het gewoon goed gaat. Dat mensen carrière gaan maken, meer uren kunnen werken of hun school afmaken en daarna ook weer door kunnen.

Voor hoeveel procent van de mensen werkt het zo goed denk je?

Na drie jaar VIP hebben we een gemiddelde uitstroom van 70% dus het is heel mooi.

En uitstroom betekent dat de mensen jullie niet meer nodig hebben?

Ja, uitstroom betekent dat ze hun diploma hebben gehaald met waar ze mee bezig waren, dus een afgeronde opleiding of dat mensen een half jaar of langer hebben gewerkt bij een werkgever op contractbasis. Dat zijn de definities van het UWV die wij hanteren en wij willen natuurlijk nog duurzamer plaatsen, maar je merkt wel dat als mensen eenmaal een half jaar ergens gewerkt hebben, dat dat ook wel weer vertrouwen geeft en ze daarom ook eerder zelf weer gaan solliciteren.

In feite werkt het werk dus als een hele snelle normalisator?

Ja.

Doen jullie ook nog iets aan therapie ernaast?
Ja, er zijn natuurlijk heel veel andere disciplines. IPS wil eigenlijk zeggen, dat je dat in een zorgteam doet. En de disciplines zijn ondersteunend aan de werkprocessen op de werkvloer. Degenen die wij vaak inzetten zijn cognitief therapeuten omdat mensen ook soms last hebben van vervelende gedachtes en daar zijn natuurlijk therapieën voor die gewoon werken. En je doet natuurlijk zaken met de arts voor wat betreft de medicatie. De verpleegkundigen doen signaleringsplannen. We hebben bepaalde lotgenotengroepen met bepaalde thema’s. We hebben binnen het AMC natuurlijk van alles: psycho-educatie, dus dat zit er allemaal omheen. Maar je merkt dat het veel effectiever is om bepaalde therapieën wat uit te stellen. Dus daar nog niet mee te beginnen, maar even te wachten tot er echt een vraag is. En in het laatste stukje van het VIP zie je vaak dat jongeren heel veel behoefte hebben aan een vorm van wat ze vroeger psychotherapie noemden, naar een vorm van ondersteunende gesprekstherapie. Hoe geef ik het nou een plek, hoe kan ik er nu mee door, wat heeft het met me gedaan, hoe ga ik er verder mee. Meer therapeutische gesprekken.

Coaching-therapie?

Ja. Oplossingsgerichte psychotherapieën of in ieder geval ondersteuning om het een plek te kunnen geven. Te kunnen integreren in het leven.


Meer informatie over IPS:

werkenmetips.nl

  • Deel deze pagina: