Main content

Welke vooronderstellingen liggen ten grondslag aan de manier waarop de meeste mensen de wereld waarnemen? En hoe objectief zijn die vooronderstellingen? Letterkundige Lisanne is op dit moment opgenomen met een psychotische stoornis. Ze constateert een aantal merkwaardige zaken op de afdeling. Hoewel ze heel goed is staat is analytisch te omschrijven wat ze voelt, ziet en ervaart, vraagt ze zich af: ‘Wat gebeurt er als ik mijn mond opendoe?’

Ik heb eens gelezen in (populair) wetenschappelijke artikelen[1] dat mensen met schizofrenie, of uit het spectrum schizofrenie en andere psychotische stoornissen volgens de laatste DSM-5, de wereld soms ‘echter’ of ‘werkelijker’ ervaren dan mensen zonder deze aandoening. Zo zouden hun hersenen niet gevoelig zijn voor optische illusies. Vreemd genoeg zou dit komen omdat hun brein minder connecties legt die de werkelijkheid vervormen en versimpelen tot een beeld dat voldoet aan ons verwachtingspatroon. Een voorbeeld hiervan is de hollow mask illusion (zie: https://www.youtube.com/watch?v=sKa0eaKsdA0). Neurotypische mensen zien het roterende holle masker in het filmpje automatisch als een uitstaand gezicht omdat ze gewend zijn dat een gezicht er zo uit ziet. Alleen mensen met schizofrenie zouden het masker dus zien zoals het in werkelijkheid is.

De nieuwe nuances die zijn aangebracht in de DSM-5 zetten een hoop vraagtekens bij het bovenstaande onderzoek. Daardoor bevinden psychotische mensen zich op een glijdende schaal (spectrum, continuüm) die varieert tussen ernstig psychotisch en een beetje psychotisch, maar verder goed functionerend[2]. Is het zo dat alleen ernstig psychotische mensen het masker ‘vervormd’ zien? Zo ja, hoe psychotisch moet je dan precies zijn om het holle masker ook als ‘hol’ te zien?  En zouden we stiekem niet moeten concluderen dat het de niet-psychotische meerderheid is die het masker als ‘vervormd’ ziet, en niet andersom?

Een tweede voorbeeld wat illustreert dat psychotici de wereld soms werkelijker zien dan de meerderheid van de mensen is de Ebbinghaus-illusie

Door twee oranje cirkels van dezelfde grootte te omringen door een groep grotere of juist kleinere blauwe cirkels kun je de relatieve grootte van de oranje cirkels beïnvloeden. De meeste mensen zullen vervolgens schatten dat de eerste oranje cirkel kleiner is dan de tweede, terwijl ze in werkelijkheid even groot zijn. Mensen met schizofrenie, en zelfs adolescenten met een hoog risico om de ziekte te krijgen (UHR ultra high risk), zouden minder gevoelig zijn voor deze illusie omdat ze ‘blind’ of minder gevoelig zouden zijn voor het waarnemen van visuele context[3].

Gek genoeg vinden artsen doorgaans dat mensen met het stempel ‘psychotisch’ de wereld vervormd zien en dat ‘normale’ mensen de wereld op de juiste manier waarnemen

Daarom denk ik dat het belangrijk is om te bepalen welke (sociale) vooronderstellingen er ten grondslag liggen aan de manier waarop de meesten van ons de wereld waarnemen. Een bol masker ziet er meer uit als een echte mens met wie je kunt communiceren dan een hol masker. Misschien is het daarom handiger voor mensen om de wereld versimpeld weer te geven, dat wil zeggen ontdaan van allerlei stimuli die niet voldoen aan ons verwachtingspatroon dat beïnvloed wordt door een (sociale) context die we kennen.

Een ander argument dat vaak aangedragen wordt om de waanwereld van de psychose te markeren ten opzichte van de ‘echte’ wereld, betreft interessant genoeg opnieuw het zien van (sociale) verbanden. Psychotici zouden nu juist te veel verbanden zien tussen ogenschijnlijk ongerelateerde zaken waardoor ze allerlei complotten zien die in ‘werkelijkheid’ niet bestaan.

Op sociaal gebied zou het zien van te veel verbanden tot een ‘overmatige’ achterdocht jegens andere mensen opleveren

Omdat ik zelf opgenomen ben op een psychiatrische afdeling én ook daadwerkelijk het label ‘psychotisch’ opgeplakt heb gekregen, ondervind ik dit probleem zelf dagelijks. Mijns inziens heeft dit meer te maken met een gebrek aan (digitale) privacy dan met ongegronde achterdocht.
Ik kan me namelijk heel goed voorstellen dat patiënten soms vraagtekens zetten bij de intenties of de ‘rol’ van hun medepatiënten en van de hulpverlening.  Vanaf het allereerste moment dat ik werd opgenomen had ik intuïtief de indruk dat er op de opnameafdeling gebruik werd gemaakt van acteurs. Dit kwam omdat andere patiënten op de een of andere manier veel meer van mij wisten dan ik van hen, waardoor ze het gemakkelijk konden doen lijken (simuleren) dat ik last van overmatige achterdocht en van betrekkingswanen. Dat heb ik uiteraard nooit hardop gezegd want dan zou ik waarschijnlijk nooit meer naar huis mogen en de rest van mijn leven een depot antipsychotica krijgen. Het goede nieuws is dat het zijn van letterkundige een beschermende factor is om niet volledig door te draaien hier.

Als letterkundige ben ik goed getraind op het zien van intertekstualiteit

Intertekstualiteit is een letterkundig concept dat in de 20e eeuw bedacht is door Julia Kristeva (1941). Het wil zoveel zeggen dat iemand kan constateren dat de taal (geschreven of gesproken, dat maakt in principe niet uit) gebruikt in tekst A of door persoon A overeen kan komen met die van tekst B of persoon B. Als dit één keer gebeurt dan kan dit nog aan het toeval gewijd worden, als het heel vaak gebeurt of door heel veel verschillende mensen, dan wordt de kans dat dit toevallig zo is gevoelsmatig steeds kleiner. Intertekstualiteit kan misschien het beste uitgelegd worden als het opsporen van citaten zonder aanhalingstekens. Er wordt niet per se (letterlijk) geciteerd en er is in sommige gevallen niet eens duidelijk sprake van een parafrase (het in eigen woorden uitleggen van andermans ideeën), maar toch is er een opvallende overeenkomst tussen twee of meer taaluitingen en lijkt het alsof de ene tekst weerklinkt in de andere.

Doorgaans hebben auteurs of sprekers geen patent of copyright op de taal die zij gebruiken

Ook niet op de ideeën die zij hiermee uitdrukken, tenzij deze taal bijvoorbeeld erg origineel of idiosyncratisch is (zoals mijn gebruik van het woord ‘patent’ in de vorige zin). Zo is het bijvoorbeeld niet voor niets dat ik de naam van Julia Kristeva noem in verband met het concept intertekstualiteit. Als ik dit niet zou doen, dan zou er sprake zijn van plagiaat.

Er wordt vaak beweerd dat psychotische mensen overal losse verbanden zien en erg associatief denken

Ik zou me daarom kunnen voorstellen dat zij door een overactieve Theory of Mind kunnen vermoeden dat persoon A samenzweert met persoon B omdat persoon A een (liefst erg specifiek) onderwerp of (groep) woord(en) aanhaalt waar de psychoot het met persoon B (in een totaal andere context) over gehad heeft in een gesprek, e-mail, whats-app bericht of essay (etc). Dit zou je kunnen simuleren door persoon A te instrueren om een of meer woorden (een soort ‘trefwoorden’) te laten vallen uit het gesprek dat de psychoot had met persoon B.

Het rollenspel gaat dan als volgt: de psychoot constateert (waarschijnlijk terecht!) dat er een of meerdere overeenkomsten bestaan tussen bovengenoemde taaluitingen. Als hij het concept intertekstualiteit verder niet kent (wat aannemelijk is want niet alle psychoten zijn letterkundigen en letterkundigen zijn niet per definitie psychotisch) dan is zijn tekst iets in de trant van: ‘ik heb het gevoel dat je achter mijn rug om over mij praat’, ‘Het lijkt wel alsof je in mijn computer of telefoon gerommeld hebt’ of ‘ik vertrouw je niet, je hebt een verborgen agenda’. De gesprekspartner constateert dan dat de psychoot te achterdochtig is en wordt bevestigd in zijn idee dat de patiënt psychotisch is.

Het is belangrijk om te vermelden dat de hulpverlening ontzettend veel weet over een patiënt die vrijwel niets van hen weet. Hierdoor is het niet mogelijk dat een patiënt zijn gesprekspartner een koekje van eigen deeg geeft. Met andere woorden: hulpverleners kunnen uittesten of een patiënt overmatig associatief denkt, maar niet andersom!

Daar komt nog eens bij dat psychiatrisch patiënten niet zelden klagen over veranderde zorgdossiers en gehackte computers en/of mobiele telefoons

Ook hierdoor is het mogelijk dat het voor hen kan lijken alsof de halve wereld op de hoogte is van hun wel en wee, wat in dat geval ook wel een beetje waar is. Ik heb het idee dat patiënten op onze afdeling ook elkaar hacken. Het gebeurt namelijk vaak dat anderen onderwerpen aansnijden waar ik het net vijf minuten geleden op WhatsApp of in dit document over heb gehad. Psychotische mensen zeggen soms dat het lijkt alsof hun gedachten niet van henzelf zijn (thought insertion) of dat alles wat er wordt gezegd op tv of door andere mensen, een speciale boodschap bevat. Ik vraag me nu af in hoeverre dit te verklaren valt door wat ik hierboven heb beschreven, of dat mijn gedachten en die van andere(rand)psychotische mensen gewoon niet zo origineel zijn.


Lisanne is onderzoeker (PhD) aan de universiteit Leiden. Ze is momenteel opgenomen in een GGZ-instelling. Ze is daarnaast erg geïnteresseerd in de geschiedenis van psychiatrische stoornissen. Hoe kan het zo zijn dat sommige diagnoses -waarmee patiënten worden gediagnosticeerd- komen en weer verdwijnen?

Meer informatie:

Noten:
[1] Zie bijvoorbeeld: ‘https://www.newscientist.com/article/dn16911-schizophrenics-see-through-hollow-mask-illusion/”.
[2] Zie voor deze ‘continuümbenadering’ de bijdrage van N. Tan en J. van Os, ‘Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen in de DSM V’, Tijdschrift voor psychiatrie, Jaargang 56, Maart 2014, pp. 167-172.
[3] Mittal VA, Gupta T, Keane BP, Silverstein SM. Visual context processing dysfunctions in youth at high risk for psychosis: Resistance to the Ebbinghaus illusion and its symptom and social and role functioning correlates. J Abnorm Psychol. 2015 Nov;124(4):953-60. doi: 10.1037/abn0000082. Epub 2015 Aug 3. PMID: 26237183; PMCID: PMC4658222. (https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4658222/)
illustratie: suzan masereeuw
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Wow, bedankt voor jouw kijk hierop en de door jou gestelde vragen. Ik vind het geweldig en t geeft me een nieuwe blik op ( mijn) psychosen! Ook in de verbanden etc die ik waar nam. Ik denk zeker dat mensen met psychosen meer ( kunnen) waar nemen dan de zgn gewone mens en dat daarom een nieuwe kijk op wat werkelijkheid is en normaal is gevonden moet worden. Want die gevoeligheid zou eigenlijk bij iedereen moeten ontwaken zodat we een nieuw referentiekader kunnen scheppen om ze in te plaatsen en niet door anderen en onszelf als ziek worden gezien, maar juist gevoelig voor signalen die waar te nemen zijn in patronen n energie in bepaalde frequenties waar je op afgestemd kunt zijn. Psychose is niet perse verkeerd, maar ook een ervaring die ons rijker maken kan.

    Lieve groet van soortgenoot jose/ lotuslicht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *