Fotocredits: Miriam
Hoofdstuk 20, Begin.
In hoofdstuk 20 schrijft Miriam over de vriendschappen en mensen die haar zoon hebben gekend. Tijdens het afscheid van haar zoon verbaast zij zich over de vele onbekende gezichten die aanwezig zijn. Dat zorgt voor veel ontroering en geeft haar het gevoel dat haar zoon werkelijk werd gezien, maar dat er in haar rouw ook oog was voor haar als moeder.
Lees eerdere hoofdstukken van Miriam hier!
Van alle vrienden koos ze hem als eerste. Haar keuze viel niet uit te leggen, ze had hem lief, evenveel als de andere vrienden. Hij was erbij toen haar zoon overleden was en het nieuws van zijn dood rond zong op straat. Via via hoorden ze over de wake die de avond voor de crematie zou plaatsvinden in de kerk, dit was aan de overkant van het huis van zijn moeder. In de kleine kapel. De pastor had bij haar aangebeld toen hij van een kerklid hoorde dat ze er alleen voor stond. Ze herkende hem wel want ze had een aantal maanden met toewijding en enthousiasme in zijn rouw -en trouwkoor gezongen. Hierdoor had ze ook aardige vrouwen uit de buurt ontmoet.
Ze kon op hem leunen
“Wat kan ik voor je betekenen?“.
Een simpele zin die haar omhelsde als een beschermengel. De beschermengel op het schilderij van haar zoon, voor haar. Deze man had het begrepen met zijn hart. Ze had de voordeur geopend en wist niet wat ze moest zeggen.
“Ik weet het niet, eigenlijk. Ik ben niet katholiek en mijn zoon was ook niet gelovig, zijn vrienden ook niet.”.
Ze wilde deze man niet tot last zijn maar hij was standvastig. Ze kon op hem leunen, hij kwam met een missie, zijn liefde voor Jezus was ook voor haar. Hij zou haar helpen de dood in de ogen te kijken door een eeuwenoud ritueel te voorschijn te toveren. Een traditie die haar vreemd was maar waar hij de regels van kende.
De rij van gezichten
Hij stak zijn hand uit. Ze liet hem binnen en schudde aarzelend zijn hand. Hij had toen de doopkapel voorgesteld voor een wake. Die avond kwamen er zoveel mensen dat niet iedereen een plek kon vinden op de rijen banken. Ze stonden achterin en lieten het, net als zij, over zich heen komen. Het was doodstil geweest, ze had het niet gehoord. Ze zat vooraan en na de woorden van de pastor en het zingen van haar meest geliefde hymne, had de pastor iedereen uitgenodigd naar voren te komen en een kaars aan te steken. Door haar tranen heen had ze gezien dat de rij lang was en herkende niemand. Ze was omringd geweest door engelen. De volgende dag hadden zes vrienden de kist gedragen.
Dankjewel voor je komst
Aan het eind van het afscheid, de lieve woorden en muziek, stond ze op en ging achter de katheder staan.
“Lieve allemaal, wat kan ik zeggen? Slechts dat ik jullie allen gezien heb vanmorgen en dat ik jullie bedank.”
Daarna noemde de iedereen op de rij af bij naam, keek hen aan, pauzeerde en zei dan, “dankjewel voor je komst.”
Soms haperde ze, de persoon verraste haar of een naam kwam niet bovendrijven. Er waren mensen bij die ze lang niet gezien had en de naam diep in haar geheugen ingedommeld was. Ze schrok als er gezichten verschenen die betraand waren. Dan slikte ze en veegde met haar rechterhand langs haar oor om haar haren naar achteren te schuiven. Om tijd te rekken en de gelegenheid te benutten om tot zichzelf te komen. Ze leek het zorgvuldig te willen doen, haar eigen ritueel, de tijd vertragen om zo lang mogelijk in het moment te zijn met de anderen, tot hier wilde ze gaan en blijven.
Abrupt werd haar heilige handeling onderbroken. Er verscheen een gelaat van een vrouw die ze niet kende. Ontsteld keek ze haar aan en onderbrak het ritueel. Ze knipperde met haar ogen en toen het in haar op kwam haar naam te vragen, keerde de vrouw zich om en was verdwenen.
Even geen nummer…
Er was één persoon aanwezig geweest die haar herkende. Hij was de psychiater die zij en haar man buiten de ggz om, de laatste maanden regelmatig hadden bezocht om met hem te bespreken hoe ze goede zorg konden behouden voor haar zoon. Hij kende haar als hoofd van de gevangenis. Een paar weken later belde ze de gevangenis.
“Is het protocol dat zij bij een crematie aanwezig is?”
“Nee, mevrouw, ze was onder de indruk van uw zoon. Hoe hij was. Hij had gitaar gespeeld met andere jonge mannen. Ze hadden plezier gemaakt. Het deed ze goed.”
“Kan ik met haar afspreken. Zou zo graag haar persoonlijk willen bedanken.”
De maatschappelijk werkster was meelevend. “Zeker, ik geef het aan haar door, dan neemt ze contact met u op.”
Ze had weken gewacht. “Met de maatschappelijk werkster kon ze niet meer worden doorverbonden”, zei de persoon aan de andere kant van de lijn.
“Ik zou teruggebeld worden?”
“Het is niet gebruikelijk, zij is niet te bereiken. Dag mevrouw.”
Haar zoon was even geen nummer maar een mens geweest. Samen met het hoofd van de gevangenis. Haar gezicht kon ze zich niet meer voor de geest halen maar anders zou ze haar portret met liefde schilderen. Ze begon met de eerste verfstreken op het doek na de contrasterende kleuren verf uit de tubes op haar palet te hebben gekozen. Veel geel en blauw. Ze schilderde hem de eeuwigheid in, de vriend haar zoon.

Meer lezen van Miriam?
Meer lezen over Gezien worden tijdens rouw?
- Ik rouw van je – Claire van ’t Veen
- Tips voor naasten van mensen die in de rouw zijn – Info van MIND
- Verlies – uitgestelde rouw
Heb je een vraag?
Onze experts beantwoorden jouw vraag in het online Spreekuur van PsychoseNet. Gratis en anoniem.
Wil je PsychoseNet steunen?
Wordt donateur en help ons om mooie projecten te realiseren.








Geef een reactie