Main content

Vraag

Beste Jim van Os,

Aan het begin van dit jaar heb ik een psychose gehad waarbij ik twee maanden opgenomen ben geweest. Op basis van wat de artsen daar van mij zagen, hebben zij mij de diagnose bipolaire stoornis gegeven en medicatie toegediend.

Alle informatie en psycho-educatie die ik hierna heb gekregen vertelt mij van alles over mijn hersenen (o.a. wat er tijdens de psychose gebeurde, welke werking de medicatie had/heeft, welke hersendelen er in de tijd na de psychose weer moeten herstellen, etc.). Echter is dit allemaal gebaseerd op onderzoeksgroepen van mensen met soortgelijke klachten/symptomen.

Bij mijzelf is er echter nog nooit een hersenscan o.i.d gemaakt die daadwerkelijk aantoont hoe het er bij mij uitziet en of/hoe er herstel plaatsvindt…

Ik kan mij niet voorstellen dat er bij ziekte aan andere organen ook zo wordt gehandeld door medici. Waarom is dit bij psychische ziekten dan wel het geval?

Hartelijke groet,

I.

Antwoord

Beste I.,

Hele goede vraag! Het antwoord is complex, zal je waarschijnlijk verbazen (maar is wel juist) en luidt als volgt:

  1. Alles wat je hoort over het brein en vormen van psychisch lijden is puur op het niveau van wetenschappelijke hypothesen, NIET wetenschappelijke bevindingen die vastgesteld en gerepliceerd zijn. Met andere woorden: we zitten met ons allen enorm te speculeren over de rol van het brein bij depressie, manie, psychose, autisme en ADHD maar we weten niets.
  2. Met andere woorden: ondanks 75 jaar intensief onderzoek op het gebied van de relatie brein - psychisch lijden, is er geen enkele test (brein, bloed, genetica of ander materiaal) voor geen enkele psychische aandoening.
  3. Het is dus absoluut zinloos om een of andere breinscan te maken bij je omdat er niets te zien is. De enige reden om een scan te maken is als je symptomen zou hebben van een neurologische ziekte zoals een hersentumor of een hersenontsteking.
  4. Ik vrees dat je op het verkeerde been bent gezet door onderzoekers die van alles beweren maar die het niet altijd zo nauw nemen met de effecten die dit soort halve voorlichting heeft op mensen.

Hope this helps!

Groet,

Jim


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van OsVoorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij staat sinds 2014 op de Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.).

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedInFacebookTwitter en YouTube!

Meer informatie over psychose:

Meer informatie over de bipolaire stoornis:

Deze vraag is gesteld door een vrouw in de leeftijdscategorie 20-35
Beantwoord door: Jim van Os op 3 december 2021
  • Deel deze pagina: