Main content

Sanne heeft last van slapeloosheid. Ze schrijft in deze blog over weer een doorwaakte nacht. ‘Slaap je niet dan rust je toch’, zei haar moeder vroeger als ze niet kon slapen. Sanne: “Nee, ik heb noch slaap, noch rust”. 

Op een nacht. De straatlantaarns schijnen in het donker

Ik adem in, en mijn sigaret gloeit op. Het is helder, en warm voor de tijd van het jaar. Ik staar naar de maan. Het balkon biedt uitzicht op een aantal troosteloze flats. Daarbinnen is het donker. Logisch, het is diep in de nacht; de meesten zullen slapen. Het is immers een doordeweekse nacht. De deur achter mij gaat open. Het is mijn vriend; of ik alsjeblieft naar bed kom. Ik kom zo. Denk ik.

Ik wil niet, maar ik moet wel.

Ik weet dat ik moet slapen. Maar hoe?

Mijn slaappillen heb ik al ingenomen. Ze lijken niet te werken. Razende gedachten verspreiden zich als een brandende olievlek door mijn hoofd. Luid en helder herhaalt zich in mijn geest dezelfde zin van een nummer dat ik vandaag compulsief geluisterd heb. Ik ben alert en scherp. Vlijmscherp. Het liefst zou ik einden lopen.

Bewegingsdrang en slapeloosheid: klassieke symptomen.

Mij is verteld op dit soort momenten ‘contra-gedrag’ te vertonen. Dit houdt simpelweg in dat ik niet moet doen wat ik wil doen, en wel moet doen wat ik niet wil doen. Het is niet eerlijk dat ‘normale’ mensen dit niet hoeven. Maar ja, die slapen ook gewoon. Ik vrees het idee in bed te moeten liggen. Dus ga ik maar naar bed. Ik voel dat dit een lange nacht wordt. Ik haat wachten. Ach ja.

“Slaap je niet, dan rust je toch”

Dat zei mijn moeder vroeger altijd als ik niet slapen kon. Ik weet uit ervaring dat dit pertinent niet waar is. Ik krijg vaak te horen dat iedereen wel eens slecht slaapt.

“Maar dat haal je de volgende nacht wel in, want dan ben je toch moe”.

Ik heb het geprobeerd, maar het is bij mij helaas niet het geval. Waar bij anderen de brandstof opraakt, ben ik in zichzelf instant houdende machine. Hoe langer ik doorga, des harder de raderen gaan draaien. Leidt uiteindelijk tot kortsluiting; daar ben ik met veel donder en geweld achter gekomen.

Een jaar aan slaaptekort, gevolgd door vijf nachten compleet waken, leidde tot het verlies van mijn gezond verstand

En twee weken uit mijn geheugen. Een diagnose rijker en een lang herstel verder, ben ik nog steeds niet normaal. Dat zal ik ook nooit meer worden. Ik leef een medicamenteus bestaan.

Mijn lichaam voelt zwaar. Ik hoop met passie dat het gevoel een voorbode is van een langverwachte nachtrust. Ik lig in bed, starend naar het plafond. Mijn lijf is lam en het dekbed ligt als een loden deken over mij heen. Mijn gedachten razen echter onverminderd door. De raderen draaien in een woest tempo; de vonken vliegen ervan af.

Hels kabaal vult mijn hoofd

Ik hoor de stemmen van iedereen die ik vandaag gehoord heb. Het is slechts de intonatie; de stemmen voeren een woordeloos gesprek in mijn gedachten. Op de achtergrond speelt de soundtrack van mijn slapeloosheid. Om gek van te worden. Hoe lang zou ik al in bed liggen? Het voelt als een oneindigheid. Ik vraag me af hoe laat het is. Het is nog donker, maar buiten zijn de eerste vogels al te horen. Het zal vast niet lang duren voordat het licht wordt.

Weer een slapeloze nacht

Later moet ik de psychiater maar bellen. Dat wil ik liever niet, maar daarom doe ik het juist.

Het begint licht te worden. Rokend op het balkon zie ik hoe hier en daar wat lampen aangaan in de flats tegenover mij. Vogels kwetteren luid. De wereld begint te ontwaken en start uitgerust met een nieuwe dag. Voor mij is het echter geen nieuwe start; de ene dag is een verlening van de vorige.

Hoe langer ik wakker ben, des te onrustiger ik word

“Slaap je niet, dan rust je toch”.

Een absurde uitspraak, als je het mij vraagt. Het schijnt een uitspraak van mijn opa te zijn. Ironisch, aangezien hij bekend stond om tot diep in de nacht de keuken te verbouwen en zich van alles op de hals te halen in de late uren. Nachtelijke rusteloosheid is blijkbaar een familietrekje.

Nee, ik heb noch slaap, noch rust

Ik trek mijn schoenen aan en ik ga de deur uit. Ik moet lopen. Een klein rondje moet kunnen, toch? Het is toch nog te vroeg om de psychiater te bellen. Niets doen is nu geen optie meer. Ik moet iets. Ik heb er de hele nacht op gewacht. En ik haat wachten.


Sanne is masterstudent psychologie. Na een manische psychose in 2016 is ze gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis (type 1).

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *