Main content

Onlangs ging José naar een BBQ van een vrijwilligersorganisatie waar ze een tijdje voor werkte. Het gesprek ging over alle nieuwe ontwikkelingen op het Dijk en Duinterrein, het grote terrein van de psychiatrische inrichting. Ze belandde in een ingewikkeld wij-zij gesprek.

Het terrein is nogal in beweging want er is veel grond verkocht en er worden veel huizen gebouwd. Amsterdammers betrekken de woningen en dat botst met de lokale bevolking. Een veel besproken probleem. Maar al gauw neemt het gesprek een andere wending.

“Mijn man schrijft wel eens voor het lokale krantje, en eigenlijk wilde hij wel eens meer weten van het terrein. Hoe zit het nou eigenlijk met de incidenten daar? Wat gebeurt er eigenlijk allemaal?”

De toon van het gesprek verandert, alsof we over een duister complot gaan praten

“Het is toch allemaal eigenlijk erg verborgen wat daar gebeurt op zo’n terrein van de psychiatrie. Je weet toch eigenlijk niet hoe veilig je daar nog bent. Wat gebeurt daar eigenlijk allemaal? Hoeveel gevaar lopen we eigenlijk als we ons daar zomaar begeven?”

Zonder dat men mijn achtergrond kent, gaat het gesprek verder. Mij rijzen me de haren zo langzamerhand te berge, misschien wel vooral van de complotterige toon. Alsof je je leven toch eigenlijk niet meer zeker bent op zo’n terrein.

Tact is niet mijn sterkste kant als ik in zo’n situatie terecht kom, dus breek ik (direct naast de sprekers) in met de mededeling: “Weten jullie eigenlijk wel dat statistisch gezien VEEL meer psychiatrisch patiënt slachtoffer zijn van geweld, dan dat zij geweldsdelicten plegen?”

Als spelbreker zorg ik voor abrupte wij-zij chaos

Wie hier de “wij” zijn en wie de “zij” wordt abrupt doorbroken en dat op een gezellige BBQ. Hoe durf ik.

De oudere heer aan tafel die er prat op ging zo goed de geschiedenis van het terrein te kennen, is duidelijk niet ingenomen met mijn onderbreking.

De dame schuin tegenover mij is minder geïrriteerd….zij is een beetje ontdaan van mijn mededeling, sputtert nog wel wat over gevaar van incidenten met verwarde mensen, maar is duidelijk wel bereid om naar mij te luisteren. Ik zie aan haar ogen dat ze afwegingen maakt in haar hoofd.

Wat ben ik weer lekker ontactisch denk ik….spelbreker van de gezelligheid. “Het is maar net hoe je mensen benadert,” zeg ik. “De kans dat jij aangevallen wordt door iemand met een psychose is echt erg klein.”

De dame aan tafel zie ik langzamerhand wakker worden…..ja misschien is het wel niet zo zwart wit. Voor de heer aan tafel ben ik alleen maar spelbreker. Het blijft wij-zij. Wij de normalen tegen zij de gekken, wij de dorpelingen tegen zij de Amsterdammers.

Ik vraag me nog steeds af hoe je zoiets tactisch kunt brengen

De wij-zij wordt namelijk zo sterk bepaald op zo’n moment omdat mensen zich veilig wanen: daar aan zo’n beschaafde BBQ tafel van zo’n beschaafde organisatie zijn in de verste verte geen gekken te bekennen, denkt men.

Dus kunnen we veilig samenzweren over hoeveel gevaar we wel niet lopen als we zo’n terrein betreden. Dat snappen we allemaal tenslotte…dat we DAT niet willen. Het lijkt alleen maar bloed-irritant, dat er dan zo’n gek naast je blijkt te zitten die het spel bederft.

De directeur van de koepelorganisatie schuift aan en redt het gesprek. Wordt het toch nog gezellig. We babbelen over vrijwilligerswerk, veranderend arbeidsethos en basisinkomen, ik schep nog wat sla en kipsaté op.

De oude heer die alles wist over Dijk en Duin, de grote psychiatrische instelling, neemt geagiteerd afscheid. Hem ga ik niet meer overtuigen. De dame praat inmiddels gezellig mee. Als ik vertrek speelt het gesprek nog steeds door mijn hoofd.

Het kan vast anders, zo’n wij-zij gespreksonderwerp veranderen en aandacht vragen voor de andere kant van de zaak.

Maar hoe precies weet ik eigenlijk niet. Het lijkt wel alsof mensen hun identiteit versterken aan de hand van dit soort van gesprekken – zij zijn gek – en wij beschaafd. Dus pleeg ik een hoofdzonde door juist dat te doorbreken.

Het is die sfeer van doem en complot, die samenzweerderige toon rondom de angst voor die gekken die me het meeste raakt. Ik trek mijn jas aan en ga huiswaarts. Het is wel weer even genoeg voor vandaag.


José Hoekstra

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Ik weet niet of je zoiets tactisch kunt onderbreken. Heb het zelf ook wel eens meegemaakt, maar dat was op een groepsreis met mensen waar ik nog een paar dagen mee verder moest. Dus gezwegen. Ik voel mij ook niet verplicht om de hele wereld voor te lichten, Wat Jan en alleman vindt boeit me niet zo. Als mensen er een heel ding van maken dat ik psychiatrisch patiënt ben terwijl het helemaal niet relevant is, dat vind ik wel erg vervelend.

  2. In mijn opleidingstijd in P.Z. Santpoort 1966-1971 heb ik twee keer een aanvaring gehad met een patiënte. De eerste keer ging ik goedbedoeld, maar ondeskundig (tegenwoordig is iedere verpleger/ster vanaf de eerste werkdag ‘kundig’) naast haar in de isoleercel op de canvas matras op de grond zitten. Ze zei: “wil je mijn beker water aangeven?” Ik bukte me en kreeg een forse klap in mijn nek. Ik werd niet eens boos, ik dacht: “weer iets geleerd”. Pas jaren later toen ik zelf vaak in de isoleercel zat kon ik ook, achteraf gezien, haar boosheid indenken. ‘Prikkelarm’, weet je wel, om zo lekker tot rust te komen. Wie dat toch ooit bedacht kan hebben. De tweede keer moest ik met een oudere patiënte door de lange gangen van het Hoofdgebouw in Santpoort naar een Röntgen-auto. Opeens hing ze aan mijn witte papieren petje. Vrij snel kwam ze tot bedaren. Hoe vaak ik niet gehoord heb dat ik zo’n moeilijk beroep had met die gevaarlijke mensen. Op een bouwsteiger iedere dag loop je mogelijk meer gevaar op. Van een opname in Duin en Bosch (nu Dijk en Duin) Castricum herinner ik me nog dat ik in een melige bui een verpleger een praktijkcijfer had gegeven, zoals je dat ieder jaar kreeg in de opleiding. Bij een onvoldoende kreeg je ontslag. Een groepje cliënten ging meedoen om bij ieder personeelslid dat langskwam een cijfer te geven. Wij waren opmerkelijk gelijkgestemd wat cijfers betreft. Het leukste vond ik nog dat het personeel langdurig op het kantoor bleef zitten, ze kwamen niet meer in de huiskamer. Onbedoeld hadden ze ons een leuke middag bezorgd door het observeren en rapporten eens om te draaien. We hebben alleen voldoendes uitgedeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *