Main content

Alan Ralston is psychiater, filosoof, en lid van Schizofrenie Bestaat Niet (SBN). Hij fietst mee met de Social Run in het SBN-team.
Hans van Eeken is ervaringswerker, kwartiermaker en zelfhulp-facilitator. Naar aanleiding van het Social Run initiatief twitterde hij dat het überhaupt geen zin heeft om met iets dergelijks mee te lopen, want ‘het enige dat tegen stigma helpt is een individueel herstelproces’.

Alan nam zich gelijk voor zijn ‘favoriete brombeer’ over te halen mee te lopen, per brief. Hans ging akkoord om die uitwisseling op SBN te publiceren, voor het algemeen belang. Deze blogwisseling, in wekelijkse afleveringen, is het resultaat.


  Afl. 1: Rennen in je eentje

Beste Hans,

Allereerst: welkom op de SBN-site! We treffen elkaar overal waar er stevig gedebatteerd en gedacht wordt over de psychiatrie, en dat is altijd een genoegen.
Een bevlogen kerel met stevige meningen en grote betrokkenheid, zo ken ik je, en dat past helemaal bij SBN. Maar SBN heeft iets collectieverigs waar je denk ik huiverig van wordt. Autonomie en zelfredzaamheid staan bij jou hoog in het vaandel.
Herstel, dat doe je zelf (maar niet alleen)’ is één van de gevleugelde uitdrukkingen van de herstelbeweging, die sinds zijn introductie in Nederland wortel geschoten heeft in het domein van psychische problemen, ook in de GGZ.
Ik hoor je vaak over ‘eigenaarschap’. Van wie is ‘herstel’ eigenlijk, en van wie zou het moeten zijn?

Waar jij liefst een eenzame jogger ziet strijden tegen de elementen, geef ik de voorkeur aan het peloton. Maar zou het zo eenvoudig zijn?

Acht jaar voor mijn geboorte verscheen een boek over een eenzame loper: ‘The loneliness of the long distance runner.’
Dat ging over een jongeman van laag komaf, veroordeeld voor diefstal, die tot een strenge jeugdgevangenis veroordeeld wordt (een borstal), en daar in de kijker loopt vanwege zijn sportieve kwaliteiten. Als er een wedstrijd lange afstandslopen wordt georganiseerd tegen een prestigieuze public school, zien zijn meesters en decanen dit als een mooie gelegenheid hun instelling op de kaart te zetten, en krijgt hij strafvermindering aangeboden als hij de wedstrijd wint. (Spoiler alert!) Hij loopt zijn concurrenten met gemak eruit, maar in het zicht van de finish stopt hij met lopen, en laat zich door iedereen passeren. Lekker puh.

Het boek kun je lezen als een aanklacht tegen de onrechtvaardigheid van de Britse class society. Die klasse-ongelijkheid is in Groot-Brittannië nog alive and kicking (vooral naar beneden), en op verkiezingsnacht kon je onlangs aan de kleurenkaart zien waar de lijntjes lopen.
Zoals je weet heeft Cameron, door velen gezien als gewiekste kleinzoon van Maggie Thatcher, de verkiezingen gewonnen. Voor wie haar kent als de Iron Lady die met harde hand de macht van de vakbonden brak, komt het misschien als een verrassing dat zij het ook niet zo op had met de oude adel, en dat ze die verkalkte feodale structuren wilde breken. Haar oplossing voor de class society was niet een herschikking van de klassen binnen de maatschappij, maar het verbrijzelen van het idee van maatschappij zélf:

There’s no such thing as society.’

Het juk van overheid en patronage van je schouders. Every man for himself, je lot in eigen hand, en je huurhuis, die kóóp je. Eigenaarschap. En als de fossiele structuren van staat en oude klasserechten terugtreden, dan vormt de verzameling individuen wel zijn eigen verbanden, uit mutually beneficial relationships. Rechtvaardigheid? Die eis je op, en anders is daar wel de onzichtbare hand van de markt.

De omgang van Maggie met haar burgers was die van optimale verwaarlozing: afstand bewaren om de kleintjes tot wasdom te laten komen in de vorm die zij willen uitdrukken. ‘Hulp’ is in Thatcheriaanse ogen verdacht. Elke uitgestoken hand die jij aangrijpt, die houdt de jouwe niet alleen vast, die houdt je tegen, en hindert je, om datgene uit jezelf te laten komen dat er inzit. Je eigen potentieel. En tjonge jonge (zo is het beeld), wat kunnen die hulpverleners dat goed, dat handje toesteken en niet loslaten.

Ik zit hier om mezelf overbodig te maken.’ En twee jaar later zaten ze er nog.

Zie ik het goed dat dit de reden is dat je jezelf als ‘facilitator’ beschrijft?

Ik ben hulpverlener. Ik werk in een gesloten afdeling. Ik beslis dagelijks over vrijheid en onvrijheid. De hele bonte stoet menselijke variatie die in 25 jaar voorbijgekomen is, heeft slechts één ding gemeen: op dat moment zei de maatschappij: jij doet even niet mee. Niet omdat je niet wilt, maar omdat je niet kunt.
In de praktijk blijken de dingen niet zo zwart wit te liggen, maar ja, leg dat de maatschappij maar eens uit. Vanuit één perspectief bekeken bestond mijn werk er altijd uit om te bemiddelen tussen deze personen en de maatschappij, althans, zo zag ik dat, zodat er met de minimale frictie van beide kanten weer een weg gevonden kon worden om verder te komen. Ik ‘faciliteerde’ in beide richtingen. Labels als ‘schizofrenie’ heb ik daarbij zelden of nooit nodig gehad.

Maar de laatste tijd heb ik het idee dat de dialoog wat stokt. Vroeger begon ik de dag met kijken wie er de hoogste noden had, de meeste last, wie het verste weg was, en die was dan als eerste aan de beurt. Nu, als de dag begint, is het meestal andersom: wie is er het beste? Wie kan er dóór? Wie kan er naar huis?

Opzij-opzij-opzij, maakplaatsmaakplaatsmaakplaats, we hebben zo’n verschrikkelijke haast.

De eerste orde van de dag is hoe plaats te maken voor diegenen die hulp nodig hebben. Bedden omlaag, gedwongen opnames omhoog, en een publiek discours over ‘gevaarlijke psychiatrische patiënten’ die eerder en sneller in de kijker moeten komen, en wier privacy tot dat doel best een tandje minder kan. Ja dan leer je als clinicus wel rennen.

Heb jij het idee dat de eenzame jogger tegen dergelijke beeldvorming opgewassen is?  Denk je dat onze samenleving vrij is van ingebakken onrechtvaardigheid? Zou samen optrekken niet effectiever zijn?
Een essentieel onderdeel van anti-stigma campagnes is contact, en met name ook contact tussen ervaringswerkers en ’gewone burgers’ (waarvan er vele natuurlijk stiekem de nodige ervaring onder de leden hebben). Gezamenlijke initiatieven zoals de Social Run, overbruggen in woord en daad het instinct van uitsluiting dat gepaard gaat met het zien van mensen met een psychische aandoening als de Ander. Dat dit effectief kan zijn, weten we inmiddels uit vele internationale ervaringen en voorbeelden, en ook uit wetenschappelijk onderzoek (daarover misschien een andere keer).
Dat het niet eenvoudig is, weten we ook. Reden genoeg om er met volle overtuiging in te gaan. Als we rennen, dan stampen onze voeten de grond een beetje aan en daarmee plaveien we de weg voor de individuen die daaroverheen moeten lopen om hun plaats te vinden of op te eisen in de maatschappij.

Klinkt een beetje als faciliteren. Iets voor jou?

Hartelijke groet,

Alan

P.S. Filmtip: ‘The Century of the Self’ van Adam Curtis. Wist je dat Sigmund Freud (en zijn neefje) de kiem hebben gelegd voor onze droom van individualisme? Ziehier.


Meer lezen over de Social Run?
• Over hardlopen en depressie: SBN-teamlid stelt zich voor
• Versterk jij het SBN-team tijdens de Social Run?
Socialrun.eu

Photo credit
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Als beginnend student kwam ik ooit in aanraking met Foucault, waardoor ik begrippen als in- en uitsluiting ook in ruimtelijke zin leerde duiden. Nog altijd heeft dat gedachtegoed zin om de wondere wereld van de psychiatrie te vatten. Het sociaal ‘rennen’ schept een nieuw collectief, rennen kan ook wegrennen zijn. Er schiet mij een gebeurtenis te binnen, toen mijn zoon vanwege ‘grensoverschrijdend’ gedrag voor een 2e keer in de Mesdag kliniek verbleef (een TBS kliniek in Groningen, waar ook crisis plaatsingen ihkv de BOPZ plaats vinden). Ik was bij hem op bezoek in zijn ‘cel’. De deur mocht open, de rest was begrensd met deuren en pasjes en hoge hekken. Ik hoorde van de binnenplaats waar de ‘patiënten’ mochten luchten een tergend hard geschreeuw. Door de tralies kon ik naar buiten kijken en zag wat er op deze begrensde binnenplaats gebeurde. Een patiënt had zich van zijn kleren ontdaan en rende naakt rond. Pogingen van een begeleider om hem weer tot stilstand te brengen leken nog niet te slagen. Het was februari en niet echt weer voor dit tenue. De gevangenschap van een naakte man op deze binnenplaats raakte me als toeschouwer zeer. Mijn zoon ging verder waar hij mee bezig was en leek helemaal niet geraakt. In de Mesdagkliniek wordt fanatiek gesport, een uitlaatklep, waarbij hij zich thuis voelt. Het rennen van deze man leek zinloos, maar was wellicht zeer symbolisch. Hij wilde zich in dit anonieme regiem juist in de kijker zetten. Het collectief waarin hij zich bevond, sloot hem op. Rennen in een collectief is een mogelijkheid om in deze vrije maatschappij het stigma weg te rennen. Blijven doen dus. Of misschien ook eens wandelen over grenzen heen de vrijheid van de natuur om je heen ervaren….(geïnspireerd door de column en jullie ‘petear’ (=fries voor gesprek, uitwisseling)

  2. Een kleine kanttekening. Dat ‘gevaarlijke psychiatrische patienten’ eerder en sneller in de kijker moeten komen hoeft niet per definitie negatief te zijn. Het kan bijvoorbeeld ingezet worden als wapen tegen suidicale gedachten, zoals in dit artikel wordt aangevoerd: Mental health charity Mind said a more proactive approach to supporting men who were experiencing suicidal thoughts was needed to make sure they get the right help at the right time.
    http://www.bbc.com/news/uk-33617635

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *