Main content

Wat als je in therapie bent gegaan vanwege hechtingsproblemen, verlaten worden je grootste angst is en de therapie eindigt? Een mooi ervaringsverhaal van Mieke. “Dit is precies jouw pijnpunt, laten we daarom alle tijd nemen om hiernaartoe te werken,” zegt haar psycholoog.

Ruim drieënhalf jaar geleden liep ik haar praktijkruimte in.

Ik voelde me zeer somber, behoorlijk ongemakkelijk en totaal uitzichtloos

Een uur later verliet ik de kamer een stuk verwarder, maar met wel een heel klein sprankje hoop. En het was maar goed dat ik geen idee had van wat mij nog te wachten stond.

Dat sprankje hoop zat hem voor mij vooral in dat er een diagnose was. Dan moest er ook wel een plan zijn. Wat die DSM precies is weet ik niet. En het maakt me ook niet uit.

Duidelijk was dat het te maken had met hechtingsproblemen en dissociatie

Aan het einde van het gesprek keek ze me vriendelijk aan en zei:

“Het wordt een heel lang therapietraject.”

Ik herinner me nog goed dat die opmerking mij behoorlijk moedeloos maakte, maar tegelijkertijd rust gaf.

We hebben het al eerder gehad over stoppen. Zoals meestal hoopte ik op een advies van haar over wanneer dat moment is aangebroken. Of zoals zij suggereert, is dat voor mij de bekende weg dat een ander (abrupt) bepaalt hoe en wanneer ik op eigen benen moet staan. Maar – ik had het kunnen weten – zegt zij dat ik dat mag aanvoelen.

Ik geloof dat nu het moment om te stoppen is gekomen

Dissociëren doe ik zelden meer. Daarvoor is in de plaats gekomen: ‘heel veel voelen!’ Hechting zal altijd wel een aandachtspunt blijven. Iets wat zo diep zit hoeft ook niet volledig opgelost te zijn. Dat afgewezen worden nog steeds een dingetje is, bleek vorige week wel.

Een cliënt in mijn baan als ervaringswerker zette me aan de kant. De verlatingsangst werd geactiveerd.

Drie dagen werd ik overspoeld door angst afgewisseld met diep verdriet en pure woede

Dat dit helemaal niet om haar ging, dat wist ik meteen. Het is die oude pijn die weer even aangewakkerd werd. Een karmische les, zo zie ik het. En de realisatie dat afgewezen worden voor mij nou eenmaal een pijnpunt is.

Daar waar ik vier jaar geleden zou dissociëren, was ik nu één en al emotie. En dat is voor mij pure winst. Toegegeven, de emoties maakte me behoorlijk van stuk; ik sliep slecht en kwam aan werken weinig toe.

Maar wat voelde ik me in connectie met mezelf, en daarmee met het leven

Terug naar mijn therapie. Ik stelde voor om af te gaan bouwen. Geen idee hoe zoiets werkt, maar het leek me logisch de frequentie van onze gesprekken te verlagen.

“Ik denk dat minderen met de therapie niet aan te raden is,” zei mijn psycholoog.

Ik keek haar vragend aan.

“Het lijkt mij verstandiger om elkaar wel wekelijks te blijven zien en het hierover te hebben. Wat het met jou doet als we gaan stoppen. Want anders verdun je alleen maar het contact.

Ze is even stil waarna ze zegt: “En dan ook een einddatum zetten, zodat we er echt naar toe kunnen werken. Doen we dat niet, dan blijft het vaag en stel je eigenlijk alleen maar uit.”

“Oké.”

“Je hebt niet geleerd hoe je afscheid moet nemen. En nu gaan wij stoppen en weet je eigenlijk niet hoe dat moet.”

Ik knikte. “Ik geloof dat ik nog liever heb dat het maar van de ene op de andere dag over is.”

“Dat is niet zo vreemd, want dat is wat je gewend ben. Je moeder kon opeens niet meer voor je zorgen, terwijl je daar nog helemaal niet klaar voor was. En je vader is zonder afscheid de dood in gesprongen.”

Mijn keel voelde dik.

“Wat voel je nu?”

“Angst.” Op de automatische piloot legde ik mijn handen op mijn buik.

“Dit is heel lastig voor jou. En misschien voel je je door mij ook wel in de steek gelaten.”

Haar opmerking verwarde me. Ik besluit toch om te stoppen met therapie?

Alsof ze mijn gedachten kon lezen zei ze: “Jij hebt weliswaar de regie over wanneer je wilt stoppen. Maar ik kan me goed voorstellen dat je je afvraagt of je plek wordt ingenomen door iemand anders. En je zult je misschien afvragen of ik nog weleens aan je denk.”

De tranen stroomden over mijn wangen.

“Maar dat ik een andere cliënt ontvang op jouw tijdstip wil niet zeggen dat ik jou vergeet. Ik zit hier vanuit mijn beroep, maar ook als mens.”

“Het raakt me heel erg dat je dit zegt.” Met de mouw van mijn trui veegde ik mijn wangen droog.

Ze lachte. “Het is voor jou normaal geworden dat afscheid nemen definitief is. Maar je kan hier altijd terugkomen als je merkt dat hechting weer een issue is in je leven.”

“Onder deze DSM?” vroeg ik.

“Uiteraard moet er dan bekeken worden hoe we de zorg aanvragen, maar jij hebt nog steeds een onveilige hechting gehad. Dus er is hier altijd plek voor jou.”

“Wat fijn.”

“Jij bent zo gewend dat een ander de regie heeft over hoe het contact eindigt en dat het altijd sluitend is. Het is goed om te ervaren tussen ons dat het ook anders kan en dat ik niet helemaal uit je leven ben.”

Met een hart vol dankbaarheid verliet ik de praktijkruimte


Mieke Terlouw verloor in 2016 haar vader aan zelfmoord. Ze schreef hier een boek over: ‘In de waan van het leven’. Mieke werkt als ervaringswerker, ze geeft les als yogadocent en werkt vrijwillig op de redactie van PsychoseNet. Meer over haar is te vinden op haar website.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Wow, wat een fantastische therapeut!
    Altijd dat geneuzel dat je je niet mag hechten aan een therapeut! Onzin. Juist als je probleem hechting is, is het van onschatbare waarde als je je kunt hechten aan een therapeut. Dat is geen afhankelijkheid (zo’n ‘vies’ woord in therapeutenland), maar teken van herstel. Dat het pijn doet: ja. en daarvoor aandacht hebben is heilzaam.
    Lang leve de therapeuten die als mens tot mens kijken en werken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *