Main content

Anne vertelt in dit blog over haar ervaringen met ISTDP, een psychotherapie die erop is gericht psychologische en emotionele problemen te verhelpen. “Het moest gaan over contact. Over gezien worden, over emotionele nabijheid, over hechting”.

Het ging eigenlijk altijd al over contact. Daar kom ik na al die jaren hulpverlening, vertaald in talloze DSM-classificaties en behandelingen, achter. Mijn behoefte aan nabij contact was groots, leek bijna onmogelijk, werd als idealistisch bestempeld en toegeschreven aan psychiatrische aandoeningen. Daarmee werd voorbijgegaan aan hoe die behoefte bij mij hoorde, onderdeel van mij was, veel meer dan een ‘ziektesymptoom’ dat bestreden moest worden. De behoefte moest niet weg, maar ingewilligd worden. Er was alleen niemand die dat aandurfde. En het paste al helemaal niet in een ‘evidence based treatment’.

Het moest gaan over contact. Over gezien worden, over emotionele nabijheid, over hechting

Vier jaar geleden startte ik een psychotherapie die ik daarbij vond passen: ISTDP (overigens ook een evidence based therapy, maar weinig opgenomen in Nederlandse zorgpaden). Tijdens deze therapie merkte ik voor het eerst dat mijn reflecties over de relatie tussen degene die tegenover me zit en mij er mochten zijn. Sterker nog: ze waren zeer welkom, juist omdat bij ISTDP de actieve samenwerking tussen hulpvrager en hulpverlener zo belangrijk is dat er gedurende de sessies herhaaldelijk bij wordt stilgestaan.

Tijdens ISTDP-sessies worden gebeurtenissen uit het verleden in het heden geplaatst, herbeleefd en onderzocht door hulpvrager en hulpverlener.

Onder enige (vriendelijke doch stellige) druk wordt de hulpvrager uitgedaagd bijbehorende emoties te ervaren. Zo worden de gebeurtenissen ‘opgeruimd’. ISTDP is bedoeld voor mensen die op basis van hun levenservaringen (onbewust) hebben meegekregen dat intimiteit met anderen of zichzelf iets is om bang van te zijn. Mensen die heel goed zijn geworden in het wegduwen, overschreeuwen of wegredeneren van hun emoties. Mensen die afstand houden, vaak voor het ongeoefende oog niet direct zichtbaar – iemand lijkt dichtbij maar is toch ver weg.

In de therapie ging het vanaf het eerste moment over hoe ik ‘gewoon’ mezelf kan zijn in contact met de ander

Just be – een stokpaardje (een van de vele) van mijn therapeut. Het ging over hoe ik me gesteund en gezien kon voelen. Hoe ik tot rust kon komen, aarden. Maar mijn emotionele huid was zo dun geworden, zo beschadigd, dat de figuurlijke nabijheid van mijn therapeut pijn deed. Oogcontact, grapjes, vriendelijkheden, enkel zijn aanwezigheid was soms al overweldigend.

We hadden tijd nodig. Ons contact mocht langzaam groeien, we namen de tijd die ik nodig had, gelukkig. In vier jaar heb ik geleerd onderscheid te maken tussen mijn gevoelens. Ik kan ze benoemen en een lichamelijke sensatie erbij ervaren (in plaats van: aan/uit). Ik probeer al die gevoeligheid steeds meer te respecteren, te accepteren als onderdeel van mijn zijn. Ik durf te voelen. Ook in contact met de ander, wanneer die veilig genoeg is. Ik durf ruimte in te nemen, voor mezelf te gaan staan, mijn grenzen aan te geven, te communiceren over mijn gevoelens.

De therapeut die tegenover me zat, was van een soort die ik niet eerder had meegemaakt

Hij stelde zich open, liet zichzelf zien. Hij was transparant. Daardoor heb ik kunnen oefenen met het niet met elkaar eens zijn, en toch nog contact behouden. Met zeggen dat ik iets niet begreep, dat ik iets niet prettig vond van wat hij zei of deed, dat ik het niet met hem eens was. Waar ik van eerdere hulpverleners te horen kreeg: ‘Hoe zou je dit willen veranderen?’, hoorde ik van hem: ‘Ik begrijp wat je zegt, ik denk wel dat je punt hebt, laten we kijken hoe we ‘t anders kunnen doen.’ Ondanks de ongelijkwaardigheid (de een hulpverlener, de ander hulpvrager) was onze relatie menselijk, puur.

Ik heb me gezien gevoeld. Welkom. Niet alleen als ik op de ander gericht was, slimme dingen zei, complimenten gaf, grapjes maakte – nee, juist ook wanneer ik boos was, of verdrietig. Ik heb ervaren dat die emoties niet weggemaakt hoeven te worden en dat ze ook geen uitleg, verantwoording of excuus nodig hebben. Just be. Dus ook: just be sad, of just be angry. Het mag. Het is erg genoeg om te huilen, het is goed genoeg om boos te zijn.

Nu, vier jaar later, gaat het nog steeds over contact

En over zo veel meer. Het gaat over afscheid, omdat we de therapie aan het afronden zijn. Het gaat over loslaten zonder te vergeten. Over schaamte, omdat hij zo veel voor me is gaan betekenen. Over boosheid, omdat hij zo’n groot deel van mijn leven inneemt en ik maar zo’n klein deel van die van hem. Over verdriet, omdat ik hem als mens ontzettend ga missen. Over angst, omdat ik bang ben dat hij op een dag mijn naam vergeet. Maar het gaat ook over warmte, omdat ik nu weet dat ik het kan: er zijn. Just be.


Anne van Winkelhof (1991) werkt als ervaringsdeskundige in de GGZ en schrijft met een kritisch oog over de wereld van de psychiatrie en haar eigen ervaringen. https://www.annevanwinkelhof.nl/

Meer lezen over afscheid nemen van je therapeut?

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *