Main content

“Ik kan me goed voorstellen dat je wilt stoppen met iets waarvan je denkt dat het niet goed voor je is. Sterker nog: dat ben je aan jezelf verplicht.” schreef ooit iemand aan mij. In situaties die mij voor een dilemma plaatsen, denk ik eraan en probeer soms ernaar te handelen.

In relaties die je aangaat, ligt op het pad tussen welkom en afscheid in de interactie die gekenmerkt wordt door wederzijds begrip en respect vaak ruimte voor een proces van bewustwording, aanvaarding, berusting, ontwikkeling en verandering. Er is dan sprake van een ‘in beweging komen’. Dat is, denk ik, ook in een therapeutische relatie het geval.

Bij de GGZ kwam in mijn therapeutische relatie geen proces op gang

Het leek eerder op het ronddobberen in een lek geprikt rubberbootje op stilstaand troebel water. Stagnatie. Een toestand die wanhoop in me opriep. Dat bracht mij weer bij: “Stoppen met iets waarvan je denkt dat het niet goed voor je is. Sterker nog: dat ben je aan jezelf verplicht.” En ik handelde.

Ik ging terug naar een vrijgevestigde psychologe die mij tijdens een re-integratietraject van mijn werk goed had kunnen helpen. Ik herinnerde mij hoe ik toen werd verwelkomd. In de kleine wachtkamer lag een blaadje met daarop “Für Esther”. Het was een gedicht in mijn moedertaal: Duits. Een verrassende maar ook mooie geste vond ik het.

De therapeute zelf was, wat ik een wijze vrouw zou noemen. Ze kende zichzelf en haar professie. Ze had een open, oprecht geïnteresseerde houding, stelde zich altijd vragend op en wist wat het op zich had met zich ‘gezien en gehoord’ voelen. Want gezien en gehoord worden werkt toch echt twee kanten op. Wat ik van haar hoorde en zag aan haar was echte betrokkenheid en bereidheid om mee te denken. Ik zag en hoorde ook intelligentie, eruditie en extravertheid. In deze bejegening was authenticiteit niet zomaar een woord. Ik herinnerde mij ook nog levendig haar niet aflatende optimisme en haar belofte dat, mocht ik het nodig hebben, ik altijd terug kon komen.

Maar elke gang naar een therapiesessie is voor mij met veel angst en stress verbonden

Ooit is in mijn jeugd een psychiater zo ongelofelijk ingrijpend en vernietigend lichamelijk en mentaal door mijn grenzen heen gebroken dat ik daarna in een overlevingsmodus tientallen jaren nooit meer om psychologische begeleiding durfde te vragen, totdat ik letterlijk en figuurlijk in elkaar stortte en werd opgenomen.

De hysterie van het lichaam, de nu irrationeel geworden angsten, de vluchtimpuls, al dat speelde bij deze therapiesessies tot mijn opluchting nauwelijks een rol. Want ik wist dat elke afspraak op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip, in dezelfde ruimte en bij dezelfde therapeut zou zijn. Dat betekende voor mij dat ik alleen één keer per week hoefde te dealen met de opkomende onrust en paniek. De deur als dé vluchtroute voor mij was op anderhalve meter van mijn stoel. En ja, deze stoel had rolletjes zodat ik soms letterlijk afstand kon nemen van te bedreigende onderwerpen in het gesprek. Rituaal, omgeving en een competente therapeute, die ik zelf heb kunnen kiezen en die ik zo langzamerhand begon te vertrouwen: een goede basis voor een therapie.

De eerste gesprekken hadden nog wel een – mijn ziekte-inzicht–  ondermijnende inhoud en idem karakter. In deze gesprekken kreeg ik, – toen nog mijn ziekte-inzicht verdedigend – nooit gelijk. Zuchtend viel ik dan stil. Over sommige overtuigingen kon je gewoon niet met haar discussiëren. Dat wist ik nog van de laatste keer. Gelukkig maar.

Hoop op ontwikkeling kon bij mij namelijk niet opkomen op een ziekmakende voedingsbodem van een diagnose die bij mij een degeneratieve hersenziekte, een chronische ernstige aandoening veronderstelde

Zodoende kwam er ruimte voor toekomstgerichte gespreksinhouden. Een ontluikende hoop op een toekomstig zinvol en beter leven manifesteerde zich aarzelend in mij. Veel tijd werd dus besteed aan onderwerpen zoals identiteit, zelfwaarde en zelfvertrouwen en hoe nu verder. Ik zei tegen haar dat ik niet wist wie/wat ik ben. Dat ik voor mijn gevoel alleen maar een voornaam had maar voor de rest ben aangewezen op wat anderen van mij vinden. Soms vielen er stiltes bij haar. Zo ook deze keer. Toen zei ze: “Dat wat je tot nu toe heeft gered is je zelfdiscipline, je humor en je intelligentie.

Tja, (zelf)discipline: ik wist gewoon niet beter. Humor? Ik houd van humor, kan hem wel bevatten maar zelf produceren? Dat ik mijn school en alle andere opleidingen op tijd kon afronden, dat had ik te danken aan stom toeval en dom geluk Dat had echt niets met mij te maken was mijn overtuiging. Of wel? Ze zette me met deze opmerking wel aan het denken.

Het bracht herinneringen naar boven aan een tijd voordat ik ‘Esther en verder Niets’ werd

Soms was er tijd en ruimte voor afleiding. Gevoelens zijn lastig voor mij. Om mijn woordloosheid in deze te overbruggen koos ik soms metaforen, citaten en gedichten. Ze gaven beter weer wat ik voelde of wat er in me omging. Tot mijn opluchting begreep ze deze en ging er fantastisch mee om. Daardoor vond ik soms weer wel eigen woorden en die leidden dan weer terug na het onderwerp. In één van deze gesprekken stelde ze de vraag of ik niet weer zou willen studeren. Misschien aan een universiteit? Voordat ik deze stap durfde te zetten duurde het nog wel even. Maar uiteindelijk deed ik het wel.

“Je zou iets kunnen doen waarvan je denkt, dat het goed voor je is! Sterker nog: dat ben je aan jezelf verplicht.” Denk ik nu bij mijzelf

Deze therapiesessies hielpen mij goed bij mijn zoektocht naar een eigen identiteit, zelfwaarde en -vertrouwen: Werde, die du bist! (Hedwig Dohm). Wordt wie je bent of wilt zijn en durf te dromen en deze dromen ook waar te maken. Dat heeft deze therapeute mij meegegeven. En dat geheel en al zonder diagnoselabels en een zich blindstaren op problemen.

Deze therapiesessies waren voor mij zo ongeveer het moeilijkste wat ik ooit voor mijzelf heb gedaan

Want ingewikkeld als ik ben waren de sessies: enerverend, irriterend, fascinerend, frustrerend, soms kwetsend, emotioneel, interessant, vermoeiend, waardevol, intrigerend, hoopgevend, vooral leerzaam. En omdat ik wilde werken aan mij, dus echt de moeite waard.

Ik heb afscheid van haar genomen met o.a. een boek van Irvin D. Yalom Schopenhauer – Kur. Een soms hilarisch maar passend boek voor een therapeute in ruste. Ik hoop dat ze dat ook vindt. Haar belofte dat, mocht ik het nodig hebben, ik altijd terug kan komen, geeft me in mijn gedachtes rust en roept herinneringen op aan een wijze therapeute die mij hielp mezelf weer te kunnen helpen.


Esther Matthaei (pseudoniem) is sinds 1997 werkzaam in het voortgezet onderwijs, ze volgde bij deze therapeute 2 korte therapieën ( 8-10 sessies) en kon daarna laagdrempelig incidentele afspraken met deze therapeute maken.

photo credit: pexels.com

 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Citaat Rh:”Ik kan heel moeilijk afscheid nemen vooral als een hulpverlener zoveel voor me heeft gedaan en geholpen zo dat ik alles weer aardig op de railsheb gekregen. ”
    Ja, Rh, dat begrijp ik heel goed. Ik ben het woord daarvoor in de literatuur tegengekomen ‘overdrachtsfenomeen’. Ik denk dat het velen zo gaat in een therapie. Daarom is het volgens mij ook zo belangrijk daarover te praten tijdens de therapie en ook het afscheid goed voor te bereiden. Want juist het overdrachtsfenomeen is, geloof ik, bijna een voorwaarde om een therapeut in vertrouwen te nemen en daardoor echt vooruitgang te boeken in een therapie. Maar afscheid hoort nu eenmaal bij het leven en ik heb dat geaccepteerd. Wel blijven voor mij de herinneringen en het inzicht dat het juist door deze therapie beter met mee gaat.

  2. Ik kan heel moeilijk afscheid nemen vooral als een hulpverlener zoveel voor me heeft gedaan en geholpen zo dat ik alles weer aardig op de railsheb gekregen. De oplossing :mijn kop in het zand steken en hopen deze persoon nog eens te ontmoeten omdat ik zoveel te delen. En waarvan ik denk niemand anders in die plaats zal vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *