Main content

De maandelijkse blogs van Bram hebben als doel meer bekendheid te geven aan het onderzoeksveld rondom psychoses met ruimte voor de persoonlijke kant van de onderzoeker.  Veel plezier met het lezen van het eenentwintigste blog waarin we onderzoeker Catharina Hartman ontmoeten.

Catharina werkt aan het MARIO (Mood and Resilience in Offspring) Project, een studie naar veerkracht bij kinderen van ouders met een stemmingsstoornis.

Over Catharina

Catharina heeft zich gespecialiseerd in onderzoeksmethoden ten behoeve van onderzoek in de psychiatrie. Voordat ze hier mee bezig ging heeft ze op de kunstacademie gezeten. Daarna heeft ze psychologie gestudeerd, maar toen wilde zij niet de kliniek in. Ze vond statistiek juist leuk, alles rondom onderzoeksmethoden. Haar promotie ging over: “Hoe goed kan je kinderpsychiatrische problemen meten, wat voor vragenlijsten, welke methoden kan je toepassen, hoe kan je dat beter maken”?”

Later kreeg ze ook meer klinisch inhoudelijke interesse in psychiatrische ziektebeelden. Ze heeft daarin een brede ervaring: ADHD, autisme, angst, depressie. Zeer verschillende groepen dus. Wat haar, vanuit de epidemiologie, erg interesseert is: Waarom krijgt de één wel een psychiatrisch probleem en de ander niet? En waarom is het beloop bij sommigen beter dan bij anderen? Daarom is Catharina betrokken bij verschillende studies, waaronder de MARIO studie waarin KOPP kinderen worden onderzocht.

KOPP kinderen

KOPP kinderen (kinderen met ouders met psychiatrische problematiek)  lopen meer risico op het krijgen van psychische klachten. Daarom is het van belang om deze groep goed in beeld te hebben. Het risico op het ontwikkelen van een psychiatrische aandoening kan wel 50 % zijn. Het is echter moeilijk te weten waarom de één wel en de ander geen klachten krijgt. Erfelijkheid en omstandigheden spelen mee. Je hebt een hoger risico, maar hóeft geen klachten te krijgen. Hoe kan je daar dan van weg blijven? Dat is de hamvraag.

Volwassen GGZ en kinderen

Er wordt in de volwassenen GGZ nog nauwelijks naar kinderen gevraagd als ouders in behandeling zijn.

Er is ook een breuk in de zorg voor volwassenen en kinderen, van de jeugdzorg naar volwassenenzorg. Terwijl het bekend is dat het risico op klachten bij deze kinderen groot is. De soort klachten die worden overgedragen zijn echter niet specifiek, het effect van KOPP kind zijn is breed: problematiek wordt niet zo maar overgedragen. Kinderen krijgen niet per se dezelfde klachten als de ouders.

Preventie

Het zou veel helpen als we beter snappen hoe het werkt dat deze kinderen kwetsbaar zijn. Dit zou hoop geven voor het ontwikkelen en inzetten van betere preventiemaatregelen. Onderzoek hiernaar is belangrijk. En heb je toch een psychisch lastige episode gehad: Hoe kan je zorgen dat het weg blijft? Nu weten we nog te weinig.

Een voorbeeld: Sociale steun is over het algemeen belangrijk, maar soms werkt het averechts zoals bij depressie. Hoe komt dat? Ga je dan in die situatie samen ‘tobben’? Het is zoeken naar de nuances. En over genetica weten we ook nog te weinig, terwijl het hogere risico bij KOPP wel degelijk ook in de genen ligt verankerd.

Veerkracht

Veerkracht lijkt belangrijk. Deze eigenschap houdt in dat je ondanks het feit dat je stressvolle dingen meemaakt het toch wel redt. Bij het terugveren na een wat lastiger dag of week kan je omgeving helpend zijn. Genetische kwetsbaarheid, eigenschappen van jezelf, en andere dingen in het dagelijks leven spelen ook een rol. Soms is externe hulp wenselijk, bijvoorbeeld van de GGZ. Een goed instrument ontwikkelen om vast te stellen wie zodanige klachten heeft dat er mogelijk extra hulp nodig is, is één van de doelen in de MARIO studie. Zo kan je hopelijk eerder ingrijpen en erger voorkomen.

MARIO Studie

De MARIO studie is een studie waarbij KOPP kinderen tussen de 10 en de 25 jaar gevolgd worden. Een deel van de studie vindt plaats bij kinderen van ouders die zelf aan een studie meededen: bijvoorbeeld de NESDA studie (Nederlandse studie naar Depressie en Angststoornissen). De MARIO studie wordt geleid vanuit 5 steden: Groningen, Leiden, Rotterdam, Utrecht en Amsterdam.

Naast deze opvolgstudie studie, is er ook een tweede onderdeel waarbij MARIO jonge mensen wil screenen die een risico lopen om psychische klachten te ontwikkelen. Daarvoor zoekt MARIO jonge mensen (10 -25 jaar) met minimaal een ouder met psychiatrische problemen. Doordat deze groep kwetsbaar is voor het ontwikkelen van klachten willen we in MARIO kijken welke personen er daadwerkelijk klachten gaan ontwikkelen. Dat helpt om het te begrijpen. Maar vooral ook geeft dit onderdeel van MARIO een goed instrument om vast te stellen wie zodanig klachten heeft dat er mogelijk extra hulp nodig is om erger te voorkomen. Voor dit onderdeel zoekt MARIO een flink aantal mensen om de vragenlijsten te kunnen testen op werkbaarheid.

De MARIO studie zoekt KOPP kinderen tussen de 10 en 25 jaar. Wanneer je meedoet krijg je een korte screeningslijst en dat vraagt 5 minuten om in tevullen. Achteraf volgt er een telefoongesprek van een half uur. Mocht je mee willen doen, dan kan je je aanmelden via Mario Ook kun je via deze website extra informatie krijgen en vragen stellen.

Het derde onderdeel van de MARIO studie bestaat uit preventie. Mocht je meedoen aan onderdeel 2 en milde klachten krijgen, dan kan je via MARIO op internet modules volgen die zorgen dat je klachten weer naar de achtergrond verdwijnen. In dit onderdeel kun je kiezen uit:

-“Kopstoring”, ontwikkeld door het Trimbos Instituut

-“Moodpep”, ontwikkeld door het VU Medisch Centrum.

-“Grow-it”, ontwikkeld foor het Erasmus Medisch Centrum

De website vertelt meer.

Persoonlijke noot

Catharina gaat zelf om na haar werk te ontspannen graag schilderen. Daar kan ze zich in verliezen en dan hoeft ze even niet na te denken. Verder is ze blij wanneer het haar lukt voldoende aandacht aan haar gezin te geven. In de rol van “goede moeder”, ervaart ze een ander perspectief dan alleen werk. Waar ze op let is dat ze in de avond geen lastige mail meer leest. Slaap is belangrijk en voor haar is dat minimaal 8 uur slaap.

Haar boodschap:

“Als er één bewezen risicofactor is voor het ontwikkelen van psychische klachten in jongeren, is het dat één van de ouders psychisch kwetsbaar is; dáár zit een extreem belangrijke ingang voor preventie (en wetenschappelijk onderzoek). Daarom moet er in de volwassenen psychiatrie altijd gevraagd worden: “en hoe gaat het met de kinderen?” Dat lijkt logisch, maar het gebeurt nog veel te weinig..”

Bram-Sieben schrijft maandelijks een bijdrage voor Psychosenet. Hij is actief voor patiëntenvereniging Anoiksis. Ook is hij als  onderzoeksmedewerker betrokken bij HAMLETT en OPHELIA. Dat zijn twee grote Nederlandse onderzoeken naar het gebruik en afbouw van anti-psychotische medicijnen.

Meer blogs lezen van Bram-Sieben?

Meer lezen over antipsychotica?

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.