Main content

Hoe is het mogelijk dat je zes weken na de zelfgekozen dood van je man een condoleancebrief krijgt van zijn behandelend arts? Hoezo ‘wisten ze het niet’? Blomster vertelt haar ongelofelijke verhaal en sluit af met een waarschuwing.

Zes weken na zijn overlijden kreeg ik een condoleancebrief van de psychiater, gericht aan de nabestaanden.

‘Ik schrijf u deze brief’ aldus de oud-behandelaar van mijn man.

‘U kent mij niet. Ik heb u alleen een keer telefonisch gesproken. Wij hoorden pas een maand na zijn overlijden via de huisarts dat uw man zich gesuïcideerd heeft. Vandaar dat ik u nu pas schrijf. 

Allereerst wil ik u, de kinderen en de familie condoleren met het overlijden. Ik denk dat u en iedereen die hem goed kende, bang was dat hij uit het leven zou stappen. Maar er was ongetwijfeld ook hoop dat hij toch enige rust zou vinden en het hem zou lukken met hulp van anderen zijn leven weer op te bouwen. Als behandelaars hebben wij gezocht naar een vorm van behandeling die aansloot bij zijn klachten en problemen. Het was duidelijk dat uw man erg leed, dat hij bij vlagen wanhopig was, veel onrust ervoer en erg zoekende was. We hebben ons gerealiseerd dat er een groot risico was op suïcide en we hebben dit helaas niet kunnen voorkomen.’

‘Uw man’? In de dossiers en onderzoekverslagen werd ik als ex afgeschilderd.
‘U kent mij niet’, schrijnende woorden. Nee ik ken de psychiater niet, maar liet mijn man in zijn deskundige handen achter en vertrouwde op een passende behandeling.
‘Een maand na zijn overlijden’, hoe bestaat het dat hij pas een maand na zijn overlijden werd gemist? En die ‘hulp van anderen’, die was er, maar werd niet ingezet.

Door de zorg van het gezin, de familie en de grote vrienden- en kennissenkring, allen liefdevolle goedbedoelende amateurs, hielden we Wester er jaren bij

Wij hielden van hem, kenden hem door en door en streden 24/7 om hem er met zijn kwetsbaarheden, met alles erop en eraan, te kunnen laten zijn. Onze wisselende adviezen, enerzijds botsend of zelfs tegenstrijdig, over de verschillende therapieën, medicijnen en leefstijl op het gebied van relatie, slapen, eten en sporten, boden Wester voor korte tijd houvast. Anderzijds werkte het verwarrend voor hem en altijd teleurstellend omdat ze de terugkerende depressies nooit konden voorkomen. Ondanks onze verschillen in opvatting over Westers ziektebeeld en de behandelmethode hadden wij, naasten, één gemeenschappelijk groot iets dat we deelden: onze liefde voor Wester.

Zijn suïcidale gedachten leidden uiteindelijk tot grote onzekerheid, angst en machteloosheid

Daarom besloten we gezamenlijk om hulp te vragen bij een GGZ-instelling. Door hem over te dragen aan de GGZ werd hij uit zijn omgeving gerukt en werd het onmogelijk voor hem om de grip op zijn leven terug te krijgen. Wij kregen wat lucht, door de verantwoording over hem, na al die jaren van zorg, even te kunnen laten vieren. Maar schijn kan bedriegen. De rol van de GGZ bleek minimaal. Want wat stelde de behandeling voor? Eerst een wachtlijst, vervolgens ambulante zorg, een signaleringsplan waar niemand weet van had en behandelaars met een vertrouwensrelatie en geheimhoudingsplicht.

Hoe hadden we beter kunnen samenwerken in het belang van het verbeteren van zorg?

Wat ik nu weet is dat ik het heft in handen had moeten houden. Wat ik nu weet, is dat ik dat niet kon, ik miste de ervaring, de kennis, het inzicht en bovenal de kracht om samen met al die goedbedoelenden nog langer te knokken tegen Westers zelfmoordgedachten.

Hoe zou het zijn gegaan als wij betrokken waren bij het stellen van een diagnose? Of onder begeleiding van een behandelaar actief betrokken waren bij zijn therapie? Wat als ons een concreet behandelplan en een gestructureerde aanpak voor communicatie was geboden? Er was echter geen aandacht voor het gezin en zijn naasten of voor de stress die de ziekte in zijn omgeving veroorzaakte. We waren wanhopig en voelden ons ongehoord.

Wat ik nu weet, na zeven jaar van bezinning en een landing terug op aarde, is dat ik mijn ervaringsverhaal wil inzetten om anderen te waarschuwen

Het is superbelangrijk dat er veel verhalen worden verteld en dat alle verschillende invalshoeken worden belicht. Wat had ik graag onze krachten gebundeld en de verbinding gehouden, verbroederd, en samen één vuist gemaakt tegen het depressiemonster. Of het hem uiteindelijk wel gelukt was om zijn leven op te bouwen is niet meer te zeggen. Geen enkele vorm van steun biedt de garantie tot het voorkomen van zelfdoding.

En toch denk ik dat als wij onder begeleiding naast elkaar hadden kunnen zorgen in plaats van tegenover elkaar, we minder hadden verloren. Zijn suïcide had een enorme impact op alle betrokkenen. We verloren niet alleen Wester, maar ook elkaar, familie en vrienden. Voor ons, Wester en zijn nabestaanden, is het te laat. Wees gewaarschuwd!


Blomster, auteur van het boek ‘Morgen stap ik eruit’, koos ervoor om onder pseudoniem te schrijven omdat zij, en iedereen om haar heen, genoeg heeft geleden, geworsteld en overwonnen. Wat haar betreft is het beter om met buitenstaanders slechts wijsheid te delen, zonder privacy prijs te geven.

Voor meer info of voor het bestellen van het boek: ‘Morgen stap ik eruit’.

Worstel je met suïcidale gedachten of maak je je zorgen om iemand anders?

Praat er dan over. Bel 0800-0113 of ga naar www.113.nl. Stichting Zelfmoordpreventie is 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar. In België kun je terecht bij ‘Zelfmoordlijn1813’.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Wat ben ik blij dat mijn partner betrokken is bij mijn behandeling en door de crisisdienst. Ik heb nul afspraken alleen gehad. Ik ben eigenlijk op een bepaald moment gepasseerd, misschien niet netjes maar achteraf mijn redding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *