Main content

Zaterdagochtend, negen uur. De nevel hangt nog over de velden, een waterig zonnetje komt langzaam door. Het busje met de andere lopers passeert en toetert, er wordt gejoeld en tegen de ramen gerammeld. Opnieuw is het mijn beurt om te rennen en ik heb er al zo’n zestien kilometer opzitten. Niet eerder liep ik zoveel binnen twaalf uur tijd, niet eerder had mijn lichaam zo weinig tijd om te herstellen. Het protesteert dan ook hevig.

Geruststellend vertelt Jeroen op de fiets naast me dat het goed gaat. Maar ik voel me allesbehalve oké met de hevige pijnscheuten in mijn knie, longen die leeg lijken en een totaal verzuurd lichaam. Ik kom nauwelijks meer vooruit. Puur op wilskracht haal ik deze twee kilometer nog. Tranen dringen zich een weg omhoog. Ik wil niet huilen, niet nu al.

Terug in de bus probeer ik tevergeefs de tranen te bedwingen. Ze biggelen over mijn wangen als kleine markertjes van de strijd die in mij woelt

Voor het eerst sinds lange, lange tijd is daar de oude, vertrouwde gedachtetrein van zelfhaat. Ik kan de noodrem niet vinden, de haat brult het hardst en wint. De pijn aan mijn knie, het gebrek aan slaap, de zenuwen, alle onbekende mensen, alle indrukken en daarbovenop de voortdurende angst dat ik niet goed genoeg presteer, breken me op. Kleine markertjes worden een waterval, de emotiekraan gaat open en ik krijg hem niet meer dicht.

Aan mijn teamgenoten ligt het niet. Stuk voor stuk spreken ze me moed in, vertellen dat het voor iedereen zwaar is, óók voor geoefende hardlopers, dat meedoen winnen is en dat het er niet om gaat dat we het snelste team zijn. Het helpt niet, ik kan niet meer stoppen met huilen en dat zorgt alleen maar voor nog méér gevoelens van onmacht en falen.

Appjes van onze lieve teamcaptain die in het andere team zit; ‘Niki, we zagen hoe je liep. Gaat het?
Nee dus. Het gaat niet. Ik moet besluiten om te stoppen, het eind van de Socialrun lijkt eerder bereikt te zijn dan ik had gehoopt. Een waanzinnig moeilijk besluit dat ik alleen maar kan nemen doordat ik weet dat ik het team uiteindelijk tekort doe als ik doorloop.

Het kost me echt heel veel moeite om toe te geven dat het niet meer gaat. Een dieptepunt

Als we aankomen bij de wissel met het andere team, word ik met heel veel warmte omhelsd en geknuffeld. ‘Wat een kanjer ben jij‘ hoor ik iemand zeggen. Het troost een klein beetje. Een uitgebreide lunch staat op ons te wachten, samen met ligstoelen in de warme zon. Er is lekkere koffie en een hete douche. Ik kom een beetje bij m’n positieven.

Al sinds die middag probeer ik te begrijpen wat er vervolgens gebeurd is maar ik krijg het niet geanalyseerd. Het kan een wonder geweest zijn, of allerlei stofjes die mijn lichaam aanmaakte doordat ik zo diep moest gaan. Misschien werd ik geholpen door een engel, misschien kreeg ik een adrenalinestoot. Wie zal het zeggen? Hoe je dat ziet, hangt vooral af van je persoonlijke wereldbeeld. Ik kies voor het wonder en de engel.

Feit is dat de gedachtetrein vertrekt uit m’n hoofd en dat de haat gaat liggen. Ik voel hoe mijn lichaam me voorzichtig begint te vertellen dat het misschien niet afgelopen is

Dat ik misschien toch nog mee kan doen met de etappe aan het eind van de middag, in elk geval nog een paar kilometer. Mijn knie trekt bij, mijn longen vullen zich met nieuwe lucht en mijn geest met nieuwe moed. Denken in faalangst maakt langzaam plaats voor denken in faalplezier.

Ik ben de eerste loper bij de middag etappe. Mijn team staat naast me, als het niet lukt word ik vervangen. Maar het lukt wél. Ja, met hulp van Jerry die me één run vervangt, en ja, ik loop het minste aantal runs van ons team. Maar ook: ik loop de hele middag- en nachtetappe mee en breek een paar keer mijn persoonlijke record. Ik voel me gedragen, het is alsof ik vleugels heb gekregen. Hoewel… het blijft keihard knokken, vechten, doorbijten. Maar het lukt! En hoe!

Die nacht beleef ik als één van de mooiste nachten in mijn leven, hij staat in elk geval in de top tien

Rennen in de mist, nevel over akkers, één fietser vóór me, eentje naast me. Samen luisteren we naar de voor mij zo vertrouwde orthodoxe hymnes terwijl ik nog wat harder ga lopen. De kerkklokken om twaalf uur, het bereiken van de 400 kilometer grens, de sterke gevoelens van verbondenheid met elkaar… alles draagt bij aan een onvergetelijke spirituele ervaring voor ons alledrie. En elke keer dat mijn run eindigt, staan mijn lieve teamgenoten in de kou op me te wachten naast het vertrouwde busje in de mist. Ze juichen en joelen en ik voel me een koningin.

Beleef een stukje van Niki’s nachtetappe.

In de ochtend op zondag lopen we de laatste etappe. Die haal ik niet meer, bij de eerste run is het gedaan. Ik heb niets meer om te geven, alles is op. Maar het stoppen voelt nu heel, heel anders aan. Ik ben waanzinnig trots, dankbaar en gelukkig met wat ik heb neergezet. Of, zoals mijn Jeroen het treffend omschrijft:

Als je in de hel bent geweest, breng je de hemel mee terug.


 

Niki Peters is medewerker Inloop bij Zelfregiecentrum Venlo en ervaringswerker in de wijk Venlo Centrum-Zuid. Ze liep met Team PsychoseNet mee tijdens de Socialrun.

Team PsychoseNet aan de start van de Socialrun

Bellenblazen onder bevlogen leiding van Kim Helmus.
Niki neemt Evy over, Angèle op de fiets.
Busje in, busje uit.

Niki’s subteam bij de finish.
  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *