Main content

Het artikel in Trouw waar de NOS onlangs aan refereerde, hanteert een vocabulaire en gedragspatronen waar ik mij, als iemand die na vele psychoses zijn gezondheid hervonden heeft, niet in herken.

Zo heb ik het over het hervinden van mijn gezondheid. Het artikel – en waarschijnlijk ook hoogleraar herstelbevordering van ernstige psychische aandoeningen Stynke Castelein – heeft het over herstellen alsof het om een te repareren apparaat gaat.

En hersenen zijn veel complexer dan de meest ingewikkelde apparaten.

Maar er is meer mis met het artikel. Het begint al bij de kop: “Mensen met een stoornis komen na herstel moeilijk mee. Bijna negen op de tien mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, zoals een psychose, kunnen in de jaren na herstel maatschappelijk niet goed meekomen.”

Deze titel en subtitel suggereren dat je na een psychose de stoornis psychose behoudt. Dit is helemaal niet zo. Wel is er vaagheid bij psychiaters over de houdbaarheid van een diagnose.

Maar als iemand al een jaar of vijf geen klachten, geen behandeling, geen medicatie meer heeft en geen problemen meer ervaart, wordt het moeilijk vol te houden dat iemand nog een aandoening heeft; zeker als die persoon zelf vindt dat hij of zij geen stoornis heeft en de nodige ervaringsdeskundigheid aan de dag legt.

Wel wordt er meestal een gevoeligheid om psychotisch te reageren vastgesteld na een psychose, maar ook die kan afnemen tot een niveau dat lager is dan bij de meeste mensen, ook degenen die nooit eerder een psychose hebben gehad.

Het is dus onterecht om te veronderstellen dat iemand altijd vatbaar blijft voor een psychotische stoornis; het is wel terecht dat er aandacht is voor deze hardnekkige, stigmatiserende mechanismen in de samenleving.

Ook de term ‘meekomen’ dient naar mijn overtuiging met de nodige scepsis te worden beschouwd. Wat is dat dan precies, dat meekomen?

Er worden wat burgerlijke normen genoemd in de trant van ‘niet lullen maar poetsen’. Als je woning schoon genoeg is en je hygiëne geen problemen oplevert zullen mensen met  een nauw bewustzijn creatieve activiteiten als het boren van gaten en het afzagen van latten als symptomen kunnen beschouwen, maar het probleem ligt dan bij de toeschouwer en niet bij degene met de psychiatrische achtergrond. En over dat laatste heeft Castelein het niet.

Concluderend resteert de vraag of het helpt wat Castelein doet. Ik denk dat dat geldt voor mensen met veel restsymptomen die zich graag in een burgerlijk patroon laten sturen.

Voor iemand als ik pakt wat ze verkondigt alleen maar stigmatiserend uit. Ik ben immers geen hoogleraar, dus wat denk ik wel? Nou, ik denk dat ik veel langer heb nagedacht over dit onderwerp, een decennium of drie in totaal.

En ik kan er aardig over schrijven, in alle nederigheid.


Robert heeft na een periode van twintig jaar met psychische problemen sinds medio 2015 zijn gezondheid structureel hervonden. De aldus opgebouwde deskundigheid is te raadplegen via zijn persoonlijk website.

Fotocredits: R. van der Velden
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Kunnen negatieve symptomen, die volgens Stynke Castelein negatief uitpakken voor herstel, niet ook het gevolg van medicatie zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *