Main content

In april 2019 is May-May gestart als ervaringsdeskundige bij het UMC Utrecht. In deze blog vertelt ze over drie ervaringen die ze opdeed op de afdeling waar ze werkt en hoe ze daarmee omging.

Vraag May-May:

Ha Jim,

In dit blog deel ik mijn ervaringen met patiënten en collega’s op de Afdeling A2 Acute & Intensieve Zorg en op de Afdeling A3 Diagnostiek en Vroege Psychose.

Tijdens een wandeling vertelde een patiënte me dat ze haar jonge dochter al een week niet had gezien

Ze vond de afdeling niet geschikt om haar kindje op te ontvangen. Het speet me voor haar dat ze al die tijd haar kindje had moeten missen. Ik informeerde bij de verpleging of er een mogelijkheid was om haar kindje ergens buiten de afdeling te ontvangen. Ze stelde de Ontmoetingsruimte voor. Die ruimte, een comfortabele kamer, leek me wel geschikt. Eigenlijk zou dit standaard met patiënten, die een kind hebben, besproken moeten worden.

Er zat een man in de huiskamer op de afdeling en ik stelde me aan hem voor

Pff al die mensen hier”, verzuchtte hij. “Ik zie zoveel gezichten”.

Ik snap wat hij bedoelt, er werken zeer veel mensen op de afdeling. Verder heb ik er zelf wat moeite mee om alle namen van patiënten en personeelsleden te onthouden omdat ik maar een dagdeel in de twee weken werk. En dan ook nog op twee verschillende afdelingen.

Vindt u het goed als ik hier even in de huiskamer blijf zitten?” vroeg ik, in het besef dat ik inbreuk maakte in zijn leefdomein.

O ja, dat is prima hoor”, antwoordde hij. Ik nam plaats.

Ik vind het wel eens jammer, dat als je net een beetje een band hebt opgebouwd met een patiënt, dat ze dan alweer weg gaan. Al staat het belang van de patiënt voorop natuurlijk.

Op een dag had ik een gesprek met een patiënt die me toevertrouwde dat entiteiten de controle over zijn lichaam hadden overgenomen

Hieronder een beknopte weergave van hoe het ongeveer ging.

Er zat eerst een entiteit in het ene deel van mijn lichaam, en daarna kwam er een entiteit bij. Psychiaters hier zeggen echter dat ik een ‘brein-ziekte’ heb, maar zo zie ik het zelf niet. Ik heb het gevoel dat ik een sjamaan moet zien”.

Ja, dat klopt dat psychiaters het als een brein-ziekte zien. Ik heb dat zelf ook gehad van die entiteiten. Ik denk dat het wel goed is als je je wat beter voelt, en daarvoor kun je medicijnen nemen”.

En de sjamaan dan? Heb je daar advies voor?

Ik zou denk ik eerst kijken hoe je je voelt met medicijnen en zorgen dat je weer naar huis kan. Als je dan nog steeds het gevoel hebt dat je een sjamaan wilt bezoeken zou ik dat zeker doen. Zelf heb ik het gevoel gehad dat Christus me vroeg om open te zijn over mijn psychische kwetsbaarheid en om in zijn huis te komen, de kerk. Zodra ik die mogelijkheid had en vrijwillig de afdeling af mocht heb ik dat ook gedaan”.

De patiënt bedankte me voor het gesprek. Ik ben benieuwd hoe het nu met hem gaat.

Jim, ik ben heel erg benieuwd naar jouw reactie!

Reactie Jim:

Hey May-May,

Dank voor deze drie pareltjes weer….

Van wie is de afdeling eigenlijk? Van de mensen die er werken? Van de mensen die er verblijven?

Hoe bepaal je de regels en de omgangsvormen – vooral als je ervan uitgaat dat empowerment van patiënten zich mede uitstrekt tot het bepalen van de inrichting van de leefruimte en de vigerende omgangsvormen. Dit aspect is waarschijnlijk het moeilijkste van de opname in het ziekenhuis. Aan de ene kant zijn er de bureaucratische eisen en de psychiatrische tradities, en aan de andere kant de therapeutische noodzaak tot autonomie, privacy en inspraak.

Dit is de reden waarom ervaringswerkers als jezelf zo belangrijk zijn

Ze zijn letterlijk de smeerolie tussen het systeem en het individu en zien erop toe dat menselijkheid blijft bij alle aspecten van het verblijf.

Hoewel ik erken dat we zeker nog een weg te gaan hebben, ben ik best wel trots om te zien dat we steeds responsiever worden op de signalen die jij ons geeft, en de dilemma’s die je ons laat zien. We zijn dankbaar voor je aanwezigheid May-May en inderdaad hoe vaker je er kan zijn hoe beter!

Ik zie je dialoog over de sjamaan als een poging om respectvol om te gaan met de spirituele vragen die psychose met zich mee kan brengen

Het is altijd goed om die te herkennen en te bespreken – en niet uit de weg te gaan. Ook kan het soms goed zijn om de verschillende zorg- en spirituele behoeften bij een psychose volgorderlijk aan te vliegen, zoals je hier ook suggereert. Bij iedereen werkt dat anders – het punt is dat je er samen over praat en een route bepaalt, zoals jij deed.

Dank weer May-May voor je observaties, zo belangrijk voor ons!


May-May Meijer is voorzitter van Peace SOS, ze werkt daarnaast bij het UMC Utrecht als ervaringsdeskundige. Ze werd in 2009 gedurende zes maanden gedwongen opgenomen en schreef daar het boek ‘Missie Wereldvrede‘ over.

Jim van Os is hoogleraar psychiatrie, voorzitter van de Divisie Hersenen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en één van de initiatiefnemers van PsychoseNet.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *