Main content

Vraag

Hallo Jim,

Tijdens een psychose van een naaste zijn er pijnlijke en onware beschuldigingen gedaan naar mij en andere naasten. Hierdoor zijn veel relaties beschadigd en beëindigd.

Is er bij behandeling van psychose ook aandacht voor herstel van relaties?

Is dit een standaard onderdeel in de behandeling of moet je er actief naar vragen?

Het verdriet van alle kapotte relaties met vrienden en familie lijkt mij namelijk niet bevorderlijk voor herstel.

Ik hoor graag hoe jij hierover denkt.

Groet,

N.

Antwoord

Beste N.,

Zeer belangrijk en bepaald iets om actief aan te kaarten!

Aangezien er geen mens is zonder familie, vormen naasten dus per definitie een context waar vanaf het begin rekening mee moet worden gehouden. Met andere woorden: psychisch lijden vergt altijd een systemische insteek. Systemisch wil zoveel zeggen als: iedere persoon is altijd ingebed in een systeem van interacties met anderen op verschillende niveaus. Systemisch werken wil dus zoveel zeggen als: niet kijken naar de persoon in isolatie maar in het hele netwerk van al zijn interacties.

Naasten van iemand met ernstige psychische problematiek hebben het niet makkelijk, vooral bij beelden als psychosegevoeligheid/bipolaire stemmingsgevoeligheid die meestal beginnen in de adolescentie. Ten eerste hebben in het systeem van betekenisverlening dat zich voordoet bij psychosegevoeligheid, de naasten niet zelden een hoofdrol. Dat is logisch want voor de meeste jonge mensen zijn de primair vormende relaties met anderen, die in het gezin van herkomst. Het zijn dus deze relaties waarin het exces aan betekenisgeving, dat in de psychosegevoeligheid naar voren komt, zich manifesteert.

Voor de naasten kunnen de metaforen van emotionele ambivalentie een hard gelag zijn, vooral als men tegelijkertijd stuit op een muur van afweer van hulpverleners die de privacywetgeving defensief interpreteren. Het feit dat de psychosegevoeligheid vaak naar voren komt in een systeem van betekenisgeving waarin familierelaties prominent figureren, is een reden om de familie juist vanaf het eerste moment te betrekken als duiders van de metaforen die het ‘praten met psychose’ kunnen faciliteren.

De ggz is vaak aarzelend met betrekking tot deze manier van werken. Maar werken met psychose betekent werken met naasten. Het is van belang om de naasten vanaf het eerste moment te zien als partners in de resourcegroep die nodig is om de psychose te begrijpen en te kanaliseren, en ook om de social holding te organiseren waarin de persoon na de crisis kan gedijen.

Dus actief aankaarten zou ik zeggen.

Hope this helps!

Jim


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van OsVoorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij staat sinds 2014 op de Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.).

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedInFacebookTwitter en YouTube!

Lees meer over naasten:

Meer informatie over psychose:

Deze vraag is gesteld door een vrouw in de leeftijdscategorie 20-35
Beantwoord door: Jim van Os op 18 september 2021
  • Deel deze pagina: