Main content

Vraag

Mijn man slikt na zijn manische psychose (getriggerd door dexamethason ) nog 10 mg olanzapine. Zijn stemming is nog behoorlijk onder nul.

Na zijn psychose heeft hij de olanzapine afgebouwd (in stappen) van 20 mg naar 10 mg. Vanwege motivatieproblemen adviseerde zijn behandelaar om weer op te hogen met 2.5 mg. Omdat er wel vooruitgang zat in zijn stemming heeft hij dat niet gedaan.

Kun je naast olanzapine ook mirtazapine slikken, al is het maar een paar milligram, of ligt de manie nog erg op de loer?

Vriendelijke groet.

Antwoord

Beste E.,

Als hij niet lekker in zijn vel zit door motivatieproblemen kan dat ook te maken hebben met de olanzapine. Olanzapine dempt het belonings- en betekenissysteem dat zich vertaalt in motivatieproblemen ('negatieve symptomen') en dysforie.

Het kan dus zijn dat er niet zozeer sprake is van een stemmingsprobleem in het kader van bipolaire stemmingsgevoeligheid maar motivatieproblemen/dysforie door de antipsychotica.

Je zou dus kunnen overwegen in overleg met de voorschrijver de olanzapine aan te passen tot 7.5 mg en eventueel later 5 mg.

Je kunt mirtazapine toevoegen - maar inderdaad ontstaat dan het risico van iemand de manie induwen. Een heel klein beetje geven heeft geen zin want dat heeft geen impact op de stemming.

Verder is het van belang dat naar de niet-farmacologische component wordt gekeken.

Heeft hij al psychotherapie gehad om te kijken of er issues zijn waaraan gewerkt moet worden? Is hij begonnen met mindfulness, bewegen (running therapy), aandacht voor voeding (plantaardig), slapen, sociale relaties? Allemaal dingen die op termijn nodig zijn om weerbaarheid te creëren om de stemmingsgevoeligheid in de toekomst te kunnen kanaliseren.

Ook lid worden van Vereniging Plusminus en ervaringsdeskundigheid zijn belangrijk.

Hope this helps,

Greetz Jim


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van OsVoorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij staat sinds 2014 op de Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.).

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedInFacebookTwitter en YouTube!

Meer informatie over de bipolaire stoornis / bipolariteit:

Deze vraag is gesteld door een vrouw in de leeftijdscategorie 50-65
Beantwoord door: Jim van Os op 25 oktober 2021
  • Deel deze pagina: