Main content

Vraag

Onze dochter heeft 8 maanden geleden een psychose gehad en krijgt 600 mg lithium en 7.5 mg olanzapine. Vanwege haar neerslachtige stemming heeft de behandelaar nog 7.5 mg mirtazapine voorgeschreven.

In het begin leek de mirtazapine een goede keuze maar nu lijkt het geen effect meer te hebben.

Ze is, tegen het advies van de behandelaar in, haar master gaan doen en dit pakt heel goed uit. Maar ze komt niet uit de negatieve spiraal. Ze mist toekomstperspectief. Ze probeert echt te focussen op het hier en nu maar het is moeilijk.

Het laatste advies van de behandelaar is om de mirtazapine nog verder te verhogen. Is dit slim of is er nog een andere optie?

Antwoord

Beste T.,

Dank voor je vraag.

Er zijn in een dergelijke situatie vele opties.

De langetermijnvisie is dat met veel ploeteren en leren en experimenteren mensen uiteindelijk stuiten op iets wat redelijk 'werkt'. Dit 'iets' is dan typisch een combinatie van (i) relationeel verbonden zijn; (ii) iets zinvols omhanden hebben; (iii) een aangepaste lifestyle die past bij de mate van psychische gevoeligheid en (iv) een medicatiemix die een beetje lijkt te helpen.

Ze is nu op weg hiernaartoe en het is soms pijnlijk en moeilijk, en een worsteling.

Mirtazapine - en het verhogen daarvan is een optie die geprobeerd kan worden. De respons op medicatie is erg individueel en er is niet veel wetenschappelijk bewijs op groepsniveau dat duidelijk richting geeft - ook niet de officiële richtlijnen. Een beetje richting wel - maar heel toepasbaar op het individu is het niet vanwege de enorme variatie en de spreiding van onderliggende, niet goed begrepen, placebo-effecten.

Dus je kunt het proberen, inderdaad, maar heel belangrijk om daarnaast ook sociale en andere niet-farmacologische strategieën na te streven. Een van de best bewaarde geheimen in de psychiatrie is dat het effect van de medicatie veel sterker is als het wordt gecombineerd met niet-farmacologische strategieën op het gebied van werk, studie, relaties, lifestyle én, als er issues zijn zoals trauma, lichaamsgericht werken met bijvoorbeeld psychomotore therapie of eventueel psychotherapie.

Hope this helps,

Jim


Biografie Jim van Os

Prof. dr. Jim van OsVoorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht. Hij is tevens verbonden als Visiting Professor Psychiatric Epidemiology aan het Institute of Psychiatry te Londen. Hij is sinds 2011 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en werd in 2016 benoemd tot Fellow van King’s College London

Jim van Os werkt op het raakvlak van ‘harde’ breinwetenschap, gezondheidszorgonderzoek, kunst en subjectieve ervaringen van mensen met ‘lived experience’ in de GGZ. Hij staat sinds 2014 op de Thomson-Reuter Web of Science lijst van ‘most influential scientific minds of our time’. In 2014 kwam zijn boek De DSM-5 Voorbij uit, en in 2016 het boek Goede GGZ! (samen met Philippe Delespaul e.a.).

Lees hier meer over Jim van Os. Of volg Jim op LinkedInFacebookTwitter en YouTube!

Meer informatie over de bipolaire stoornis:

Meer informatie over medicatie:

Deze vraag is gesteld door een vrouw in de leeftijdscategorie 50-65
Beantwoord door: Jim van Os op 4 november 2021
  • Deel deze pagina: