Main content

Het was donderdagochtend, een uur of 6. Ik was al enige tijd zwaar depressief en beschadigde mijzelf. Hoewel dat laatste al een maand niet gebeurd was, sukkelde ik op eigen kracht door. Ik woonde begeleid.Het was lastig, de hulpverlening kwam niet op gang en de gesprekken met de crisisdienst stelde voor mijn gevoel weinig voor.

Het was maart, 10 maart... 2010. Mijn tv stond aan, de hele dag, zoals gebruikelijk. Het nieuws kwam, in Dordrecht was een meisje vermist. Niet veel later kwam de berichtgeving dat zij om het leven gebracht was. Het nieuws bleef maar komen. Hoewel het al een maandje redelijk goed met mij ging dwaalde ik af.

Het nieuws nam de regie van mij over en ik ging steeds meer denken over het om het leven brengen van mijn ouders

De afspraak was dat ik naar de begeleiding zou stappen als het niet goed met ging. Hoewel ik wist dat het niet goed ging, deed ik dat niet. Ik was bang, bang dat ze de politie zouden bellen en ik in de bak zou belanden. Naarmate de dag duurde, werden de gedachten heviger en realistischer. Ik besloot dat het aan mij was om over het lot van mijn ouders te bepalen. Hoewel de gedachten erg sterk waren, kon ik me er niet toe zetten mijn kamer uit te gaan.

'Stel dat ze me door hebben. Straks word ik vermoord, strak is er iemand die mijn gedachten kan lezen. Dan ben ik de Sjaak.'

Met die gedachte besloot ik dat het tijd was om toch hulp in te schakelen. Ik kon ergens toch ook realistisch blijven denken en wist dat dit niet mijn normale gedachten waren. Via internet zocht ik naar online chat organisaties, het was acht uur in de avond. Je raadt het al... Ik kon niks vinden, althans niks dat open was. Het leek alsof ik alle klokken in het huis hoorde tikken. Mijn lontje liep af, ik zou gaan ontploffen en het heft in eigen hand nemen. De angst nam toe en ik liep als een dwaas door mijn kamer. Ik smeet met van alles, bonsde met mijn hoofd tegen de muur. Ik raakte op maar de gedachten gingen door.

In een helder moment besloot ik het meest enge te doen wat ik me op dat moment kon bedenken. Ik had hulp nodig. Ik belde mijn moeder

Niet wetende dat zij bij mijn opa en oma zat om de euthanasie wens van mijn zieke opa te bespreken. Ze nam op, maar ik kon niet praten. Het enige wat ik kon zeggen was dat ze moest komen. En ze moest mijn vader meenemen. Ze bleef maar vragen wat er was. Ik kon het niet zeggen. Ik was bang. Zo bang dat ik de telefoon tegen de muur aan smeet omdat ik meende dat ze mijn gedachten kon horen.
Op dat moment kwam de begeleiding naar mijn kamer. Achteraf bleek dat mijn moeder hen gebeld had. Ook tegen hen durfde ik in afwachting van mijn ouders niks te zeggen.

Mijn ouders zouden er over ongeveer 30 minuten zijn. Het was een hel. Hoe dichterbij dat moment kwam, hoe heviger mijn wanen werden en hoe meer ik in mijn hoofd bezig was met een plan om hen van het leven te beroven.
De deurbel ging. In paniek verstijfde ik, terwijl de begeleider die bij me was de deur opende. We gingen op mijn kamer zitten en ik gooide het er maar gewoon uit.

Ik kon niet meer, ik was op, uitgeput. Ik vertelde ze over mijn gedachten. Ze bleven nuchter. De crisisdienst werd gebeld

In afwachting van hun komst stortte ik in. Ik was niet meer op de wereld met mijn gedachten, ik schijn duivels uit mijn ogen gekeken te hebben. De crisisdienst arriveerde en ik vertelde mijn verhaal. Oxazepam moest het volgens hen oplossen. Het was inmiddels 1 uur s'nachts. Mijn ouders vertrokken, zo ook de crisisdienst. Ik moest slapen. En dat deed ik.

De volgende morgen waren mijn waangedachten omgezet in angst. Ik durfde niet naar mijn ouders. Stel dat... Ik belde de crisisdienst en kon gelijk terecht. Hoewel het vreemd leek, vroeg ik mijn vader om mee te gaan. Bij aankomst werd gevraagd of ik bezwaar had tegen een arts in opleiding. Het kon mij niks meer schelen. Als ik maar beter werd. Het was een hakkelig gesprek, totdat de arts in opleiding het overnam.
Hij vroeg mij na te denken.

We zouden in stappen gaan bespreken hoe ik het ombrengen van mijn ouders zou uitvoeren. Al snel kwamen we tot de conclusie dat de gedachten helemaal niet reëel waren

Bij het denken aan het maken van een stappenplan zei ik al dat ik dat helemaal niet kon. Mij werd geadviseerd het weekend bij mijn ouders door te brengen. Dat deed ik. Nu acht jaar later, ben ik die arts nog steeds dankbaar. Het gaat goed met me.


Jordy Nijenhuis herstelde in 2010 van een zware depressie en psychose en krabbelde langzaam op. Jordy werkt momenteel aan een documentaire over zijn vaderschap met een depressie.

Bij een psychose krijg je soms heftige beelden, gedachten of geluiden in je hoofd, uit het niets. Intrusies. Ze kunnen je erg angstig maken. In onderstaande video vertelt psycholoog David van den Berg over het verschil tussen intrusies en herbelevingen en wat er tegen te doen is.

photo credit: pexels.com

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *