Main content

Wat doe je als je drie jaar oud bent en je je verveelt? Geeske besluit haar vrienden van school te halen. Helaas weet ze de weg naar school niet en verdwaalt ze. Blog over de keuzes van een kind die leiden tot de mooie, waardevolle momenten die een jong kind een leven lang bijblijven.

Het is kort na het middaguur. Ik sta buiten op de oprit van mijn ouderlijk huis. Ik moet vanmiddag de hele middag buiten spelen zodat ik mijn moeder, die wel in huis is, niet tot last ben. Gelukkig is het best wel mooi weer vandaag. Het zonnetje schijnt.

Toch sta me al een poos te vervelen

Besluiteloos blijf ik hangen op de oprit van ons huis. Ik weet niet wat ik moet doen en ik voel me erg alleen. Ik zit op een lange rij grindtegels. Er zitten witte, bruine en zwarte kiezeltjes in de tegels. Ze zitten jammer genoeg zo vast dat ik ze niet los kan peuteren. Het lukt ook niet met een stokje. Onze auto staat ook op de grindtegels. Ik mag niet te dicht bij de auto komen. Dan wordt mijn vader erg boos. Kinderen maken namelijk deuken in auto’s. Een kind dat een deuk oploopt herstelt vanzelf, ik ben me goed bewust dat auto’s helaas niet vanzelf weer helen. Auto’s laten maken kost veel geld. Meer dan in mijn spaarpot zit.  Ik blijf op veilige afstand van de auto.

Ik voel me vaak eenzaam

Ook nu. Er is niemand op straat. De behoefte om iemand te zien, bij iemand te zijn of om met iemand te spelen is heel groot. Iedereen in mijn omgeving zit op school. Ik ben de enige die nog niet naar school mag omdat ik niet oud genoeg ben. Ik wil juist heel graag naar school. Dan mag ik leren lezen en rekenen! Ik lees al graag boeken, maar alleen als er plaatjes in staan. Het klokje rond met Mark en Mieke is mijn favoriete boek. Er zitten draaibare wijzers van een klok in. Ik heb van dit boek leren kloklezen. De school moet wel een magische plek zijn om zulke dingen te mogen leren. Het gebouw heeft ook een groot en spannend schoolplein. Ik ben wel vaker bij de basisschool geweest met mijn moeder achterop de fiets.

Ik krijg een idee… Wat als ik de andere kinderen vandaag van de basisschool op ga halen? Dan hoef ik niet meer zo lang te wachten en kan ik met anderen spelen! Ik ben er nog nooit alleen geweest.

Ik weet de weg naar de school vast wel

Ik ga op pad. Drie jaar oud, lang witblond haar dat is opgebonden in een paardenstaart, met vrolijke ontsnapte krulletjes dansend om het gezicht. Vastbesloten.

Ik wandel met een glimlach op het gezicht de oprit af

Ik loop het woonerf uit en vervolg mijn weg verder. Ik kijk niet meer om. Bestemming: De plaatselijke basisschool.

Ik wandel al een hele poos wanneer ik onrustig word.

Ik moet eerst een heel eind rechtdoor lopen langs de plaatselijke hoofdweg en dan ergens een afslag naar rechts nemen om bij de school te komen. Maar ik heb al heel ver gelopen en ik herken de afslag nog steeds niet.

Ik sta even stil en kijk om me heen.

Verwarring. Ik besluit dat ik nog verder moet lopen. Het eerste sprankje twijfel is ontstaan. Maar ik loop verder. Ik kom er wel.

Er komt weer een afslag naar rechts in zicht.

Weer voel ik twijfel opkomen. De afslag lijkt niet op de afslag die ik moet hebben. Maar ik weet het niet zeker. Er staan een groot gebouw bij de afslag dat me vaag bekend voorkomt. Maar ja… Ik loop nu al zo vreselijk lang, het kan niet anders zijn dan dat dit de afslag is. Toch?

Ik sla rechtsaf.

Ik steek de weg over de oversteekplaats voor voetgangers. Nu wordt het opeens heel verwarrend. Want de straat buigt af en er komt weer een afslag naar rechts. Die herken ik niet.

Ik vind het wel gek worden. Onzekerheid overvalt me. Waar is de school toch gebleven? Als ik doorloop zal ik hem vast vinden…

De staat loopt dood.

Dat is wel gek. Er is gelukkig een steegje waar ik doorheen kan lopen. Ik wandel door het steegje. Het steegje komt op een vreemde straat uit.

Ik loop verder.

Ik zal nog niet toegeven dat ik verdwaald ben. Dapper probeer ik mijn tranen in te houden, ik wil geen straf krijgen van vreemde mensen.

Waar ben ik gebleven?

De weg loopt nu helemaal dood. Ik sta aan het einde en kijk verdwaasd om me heen.

Een vreemde vrouwenstem klinkt

“Ben je verdwaald?”

Ik kijk geschrokken om me heen, want ik kan de persoon die bij deze stem hoort niet zien. Ze komt vanaf vanuit een huis naar me toe lopen. Ze heeft haar haar ook in een staart.

“Hoi, wie ben jij?”

Ik wend me af en duik snel in elkaar. Ik ben betrapt, ze gaat me vast straf geven. Ze lacht heel aardig, haar ogen twinkelen vrolijk. Haar stem heeft geen scherpe randjes. Ze grijpt me niet vast. Ze knijpt geen geel/rode vlekken in mijn bovenarmen. Ze doet lief. Ik ben helemaal in de war.

Volgens mij ben je verdwaald” zegt ze. “Zullen we je ouders zoeken? Waar woon je? Wil je misschien wat limonade?

Ze pakt mijn hand en neemt me vriendelijk mee. Even later zit ik in haar mooie achtertuin een limonade te drinken op een tuinstoel. Ik krijg limonade met citroensmaak, dat is een nieuwe smaak voor me. Best wel lekker.  Er staan veel bloemen in de tuin. En er is ook veel gras. Ik kijk vol verbazing om me heen. Het is hier zo mooi! De meest angst is weggeëbd, mijn verlegenheid blijft over. Wel op mijn hoede, maar ergens voelt het ook veilig. Ze pakt even later haar fiets. Er zit een kinderzitje achterop. “Kom, we gaan je ouders zoeken”, zegt ze met haar lieve stem. Ze pakt me voorzichtig op en zet me achterin het zitje.

We fietsen terug naar mijn huis

We zijn we al snel. Bezorgd kijk ik vanachter haar rug naar mijn straat. Er is opvallend veel activiteit in de straat. Ik zie mijn moeder zelfs op haar fiets zitten. Er fietsen nog drie buurvrouwen rond. Ik vraag me af of mijn moeder nu zomaar weggaat zonder mij mee te nemen. Dan moet ik nog veel langer alleen buiten blijven.

Mijn moeder begint te huilen als ze me ziet

Dat is raar. Ik kijk er met verbazing naar. Mijn moeder vertelt de mevrouw dat ze me kwijt waren. Ze waren bang dat ik in de hele grote, lange sloot die naast ons huis loopt verdronken was, want ik heb nog geen zwemdiploma’s. Poeh! Gelukkig was ik daar niet! Dat vertelt de aardige mevrouw gelukkig ook. Niemand vraagt waarom ik niet in de straat was of naar wat ik van plan was. Mijn moeder neem me over van de aardige mevrouw. Ik ben een beetje bezorgd over wat er straks gaat gebeuren wanneer we weer thuis zijn.

Ze is zo gelukkig dat ik weer heelhuids thuis ben dat ze me helemaal vergeet straf te geven!

Daar ben ik opgelucht over. Ik besluit om enkele dagen zo onzichtbaar mogelijk te zijn om geen aandacht te trekken. Ik durf niet nog een keer naar de school te gaan. Dit avontuur met de lieve mevrouw was spannend en ook wel verwarrend genoeg.


Geeske Roorda biografie

Geeske Roorda is de hoofdredacteur van PsychoseNet. Ze schrijft regelmatig over haar zoektocht naar goede hulpverlening voor haar vroegkinderlijk trauma en de gevolgen daarvan, het leven met CPTSS en een dissociatieve stoornis. Of over haar stemmings- en psychosegevoeligheid.

Een overzicht van de blogs die Geeske voor PsychoseNet schreef vind je hier.

Meer weten?

Hier lees je meer over wie Geeske Roorda is. Of volg Geeske op LinkedInFacebookTwitter en YouTube!

Meer lezen over (de gevolgen van) vroegkinderlijke traumatisering?

Fotocredits: Geeske Roorda
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Hoi May-May,

    Dank voor je compliment voor de blog en de foto!

    Klopt inderdaad wat je zegt, de werkelijkheid is inderdaad weerbarstiger dan het op het eerste oog lijkt. De situatie achter de gesloten voordeur laat zich moeilijk in woorden vangen… Nog steeds lastig. Dat kan en mag dat het licht niet zien. Het zijn inderdaad die paar kleine details die het verhaal hier aanvullen voor het kind. Dat heeft ook wel weer een zekere verborgen schoonheid.

    De foto is een digitale schildering van mijn hand over een zelfportret van mezelf! 🙂

  2. Hoi Geeske,
    Wat mooi geschreven! Wat fijn dat je zo’n lieve mevrouw trof toen je verdwaald was. Al schemert er door je verhaal heen ook een andere en hardere werkelijkheid…En wat een prachtige foto of is het een tekening?
    Groetjes,
    May-May

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.