Main content

Stef Joos laat in dit blog in zijn rol als hulpverlener een kritische geluid horen over de wijze van hulpverlenen door een systemisch ingerichte GGZ in België, Nederland en elders. Eerder schreef hij ook ‘Overpeinzingen rondom hulpverlening’.

Vaste regels. Duidelijke afspraken. Goed doorgesproken strategieën om problematisch gedrag te bekampen. Het zijn slechts symptomen van een psychiatrisch ‘systeem’ dat vertrekt vanuit de idee dat het ‘controleren’ of ‘beheersen’ van gedrag helpend kan zijn.

Veel te vaak wordt vergeten dat vaststaande regels en duidelijke afspraken eigenlijk niemand helpen. En wel omdat niemand nog te weten kan komen wat het zich conformeren aan de heersende regels betekent.

Vaststaande regels helpen de patiënt niet

Ze helpen de hulpverleners ook niet. Omdat die erg met hun geweten vechten als ze de regel proberen te handhaven terwijl ze de vraag van de patiënt erg redelijk vinden. Pas als patiënten kunnen kiezen om mee te doen aan activiteiten, kan er nagedacht worden over de redenen waarom bijvoorbeeld Joost aan activiteit A wel meedoet en aan activiteit B niet.

Pas als de regels flou (onduidelijk) zijn, kunnen we te weten komen wie de ander spontaan in rekening brengt, wie contextgevoelig is, wie nood heeft aan regels en wie pas in de regelluwte tot zijn recht komt.

In een milieu waar ‘niets echt moet’ en niets ‘echt niet kan’, daar kan naar betekenis gezocht worden

De enige regel op de afdelingen waar ik werkte was de volgende: “We hopen dat je rekening probeert te houden met de anderen op de dienst. Als je dat niet lukt, zullen we daar met je over spreken.

Onze afdelingsbrochure was dun: wij hadden geen drie bladzijden nodig om de regels te verduidelijken zoals bij veel afdelingen.

Pas als de regels flou zijn en de vrijheid groot, kunnen hulpverleners mensen echt ontmoeten

Omdat ze op vragen of verzoeken kunnen reageren op basis van hun relatie met de ander en niet op basis van een regel die soms zo knellend kan zijn.
Omdat ze (met klinische intuïtie) hun hart en buik mogen volgen. Omdat zo’n ‘regelluw’ beleid ook vertrouwen in een team bewijst. In zo’n omgeving weet je met elkaar dat je geen regels en grenzen nodig hebt om het “goede” te proberen doen.

Soit… Ik kan er uren over vertellen en preken. In de hoop dat één collega ooit één regel in de vuilbak gooit en er voor kiest de ander te ontmoeten vanuit zijn ‘eigen kracht’, om een hype woord te bezigen.


Stef Joos is psycholoog en systeemtherapeut. Al meer dan twintig jaar is hij actief in de psychiatrische zorg, meer specifiek en vooral, in de zorg voor psychosegevoelige mensen.

Meer informatie:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Soit… Er uren over kunnen praten? Dat geloof ik graag na afgelopen maandag tijdens het mini-symposium Regelgekte’ bij GGz Eindhoven, ik het genoegen had Stef Joos zijn pleidooi te horen en aanschouwen. Feitelijk praat mijnheer niet zo heel snel, waarbij als kanttekening hij wel aangetoond heeft dat er niet perse een causaal verband bestaat spreektempo en een vlotte babbel hebben.

    Wat een inspirerend verhaal en voorbeeld van hoe zoiets als minder regelgekte er in de praktijk uit kan komen zien. Dat het niet inherent is aan anarchie. Sterker nog minder regels stimuleert, appelleert gebruikt te maken van menselijke vermogen om tot bevredigende keuzes te komen indien niet alles vastligt, voorbedacht wordt. Het empowered en draagt bij aan de relatie verwacht ik zo, wanneer je voor vol genoeg aangezien wordt om zelf te weten of om 8 uur opstaan helpend is of niet. Ik kan vast nog wel e.e.a. noemen, maar zou dat ook niet kunnen doen.

    Die ochtend vroeg een cliënt of ze mee mocht naar dat mini-symposium. Ik wist niet zo goed of het wel ‘de bedoeling’ was.. . Ik heb mij tijdens het pleidooi rot/schuldig gevoeld, dat ik haar niet meegenomen heb. Na afgelopen maandag zou ik een volgende keer zomaar eens tot ander inzicht kunnen komen over wat er nu wel of niet helemaal de bedoeling is.

    Dank.

    1. Als je volgende keer “wat de bedoeling is” niet in rekening brengt maar doet wat op die moment, binnen de relatie die je hebt met de patiënt, verstandig lijkt, is mijn reis niet voor niets geweest.

      Blij dat je er iets aan gehad hebt.

      Stef.

  2. Mooi geschreven stuk! Zelf ben ik er na drie opnames op korte tijd achtergekomen, dat ik mijn gevoelens heb verwaarloosd. Ik heb in mijn jeugdjaren drie jaar opname gehad, toen is er bij moment een potje onstaan waarin alle herinneringen zijn terecht gekomen. (dertig jaar geleden was er geen herstel). Daarna ben ik tweeëntwintig jaar medicatie vrij geweest. Om nu na drie opnames door te hebben dat ik dit potje met onverwerkte herinneringen moet in oog houden en niet links laten liggen.

    Qua begeleiding heb ik steeds vrij veel strikte regels gekregen, het klopt dat zowel personeel als patient zich hierin vastrijdt. Als ik echt mocht kiezen zou ik veel meer individuele gesprekken wensen, maar dit kan niet omwille van personeelstekort.

  3. Mooi geschreven! Herkenbaar. Behandelaar: ‘Vanuit het team rees de vraag of u misschien niet diagnose Y ook hebt.’ Ik: ‘Waarom?’ Antwoord: ‘Nu, ziet u, er is opgemerkt dat u zich met oordoppen afzondert van de groep bij de verplichte therapie ‘beeld- en houtwerken’. Begrijpt u?’ Tenhemelschrijend liep ik weg. Hier had ik geen energie voor. ‘Kan het ook gewoon zijn dat de psychose teveel was en ik de energie niet heb? En ook niet de energie heb voor discussie over diagnose Y? En over de regel om deze therapie al dan niet te moeten volgen, omdat iedereen het doet? Zucht ….’ Gelukkig had mijn vrouw de energie om kwaad te worden, zodat het bij mij landde wat me was overkomen. Een week later heb ik het recht gezet. GGZ én regels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *