Main content

Een dik jaar geleden nu besloten Jeroen en Luc tot het schrijven van een gezamenlijk tweeluik. Een interview op ervaringsniveau. Een vervolg leek hen beiden leuk om te doen. Hieronder een verslag van hun recente uitwisseling.

“Beste Luc,
Je hebt het afgelopen jaar je eigen boek ‘Grenzeloos geluk’ uitgebracht over je fietsreis naar Iran en je bipolaire kwetsbaarheid. Een frase is mij vooral bijgebleven waarin je mensen met een depressie helden noemt die moeten strijden tegen deze vreselijke ziekte. Ik vond dat erg mooi gesteld.

Kun jij je nog heugen Luc, wat jou door die loodzware periodes heeft geholpen op momenten dat alle vertrouwen vervlogen was?”

“Hoi Jeroen,
Ik weet niet of iets me écht hielp in die loodzware periodes, het was vooral overleven. Voor mij is een sterk kenmerk van een depressie de hopeloosheid, je ziet geen uitweg meer en je bent ervan overtuigd dat het zo zal blijven. Op een gegeven moment wórd je ook de depressie, je voelt je niet meer ziek, jij bént gewoon zo. Zoals ik het zie is dat je een depressie vooral moet uitzitten, normaal gesproken gaat hij vanzelf weg. Sporten, medicatie, sociaal contact e.d. zijn zaken die je daarbij kunnen ondersteunen, maar het belang daarvan moet niet overschat worden.

Als ik toch iets wil noemen wat mij geholpen heeft, of wat in ieder geval de depressies niet nóg zwaarder maakte is dat mijn sociaal netwerk altijd intact is gebleven. Vrienden en familie hebben mij altijd gesteund, en ook nog eens op een manier die voor mij helpend was. En dat is bijzonder, want het ontvangen van die steun geldt lang niet voor iedereen die in een depressie zit.

Jeroen, we kennen elkaar nu ruim een jaar en we hebben een mooie vriendschap ontwikkeld. We hebben veel aan elkaar gehad. Ik vooral in mijn gestoei met m’n zoektocht naar de liefde en jij met name in je strubbelingen naar hoe om te gaan met je bipolaire kwetsbaarheid.

Jeroen, wat zorgde ervoor in ons contact dat je steun vond bij mij?”

“Het antwoord begint in het eenvoudige. Jij appt mij werkelijk iedere dag hoe het met me gaat. Dat lijkt iets simpels maar dat zit inmiddels in mijn systeem terwijl ik je tot een jaar geleden niet kende. Bovendien durf ik eerlijk te zijn over hoe het werkelijk gaat. Je oordeelt simpelweg niet. Met humor proberen we het over en weer dragelijk te maken.

Het maakt toch dat je een beetje samen lijdt ofzo. Doordat je me zo vaak spreekt kun je me ook makkelijk een spiegel voorhouden als het weer eens niet goed met me gaat. Dat helpt. Ik kijk soms zelfs wel eens onze app gesprekken na op de momenten dat het me wat minder goed gaat. Dat zegt ook wel iets vind ik.

Ik benaderde destijds jou voor hulp, Luc. Wat heb jij nu eigenlijk gehad aan ons contact tot op heden?

Ons contact Luc, wat haal jij eruit zeg maar?

“Er is een vriendschap uit ontstaan en dat is sowieso fijn. We hebben een klik samen, gewoon om wie we zijn, en dat staat los van de bipolaire kwetsbaarheid die we gemeen hebben. Met mijzelf gaat het al een paar jaar goed, dus in die zin zoek ik geen steun bij jou.

Uiteraard heb ik m’n dagelijkse beslommeringen en twijfels, en die deel ik graag. Dat doe ik dus met jou, en dat voelt goed. In veel dingen vinden we elkaar maar een andere kijk op hoe ik mijn leven leef is fijn om mee te krijgen.
Dat ik jou kan bijstaan door m’n eigen ervaringen met hoe het is om een psychische kwetsbaarheid te hebben doet me goed en geeft me voldoening.

Jeroen, jij kent me eigenlijk alleen ‘stabiel’, wat dat dan ook precies mag zijn. Je hebt me nooit depressief, hypomaan, of manisch meegemaakt.”

Jeroen, kan jij je er een beeld bij vormen hoe zich dat zou uiten bij mij?

“Dat is werkelijk een erg ingewikkelde vraag, Luc. Ik ken je als een rustig, iets wat verlegen persoon. Kan me zo voorstellen dat dit deel van jou in een depressie sterker naar voren komt. Dus introvert en faalangstig. Daarnaast ken ik een sterke drang in jou tot contact aangaan, op jacht gaan naar de horizon (zoals je fietstocht).

En je bent hartstochtelijk van aard. Kan me zo voorstellen dat deze kant van jou tijdens (hypo)manie hoogtij viert. Ik zie dan een jachtige, gedreven man voor me die overmatig veel contact zoekt en maakt en bruist van de hartstocht maar daarbij niet meer goed kan afstemmen met de ander.

Als laatste vraag Luc. Het valt mij op, sinds ik je ken, dat je niet alleen stabiel bent qua stemming maar ook dat je vrijwel altijd positief ingesteld lijkt en jezelf dikwijls een hoog punt toekent.”

Heb je zelf enig idee wat jou helpt zo positief te blijven?

“Eigenlijk heb ik geen idee. Ik weet natuurlijk wat het is om erg diep in de put te zitten dus het zou kunnen zijn dat dagelijkse tegenslagen me niet meer zoveel raken.

Maar ook life-events, zoals het ziektebed en het overlijden van m’n vader afgelopen jaar, en een fijne relatie die stopte, hebben me niet ontregeld. Ik denk dat hierbij medicatie zeker een rol speelt. Daarnaast ben ik natuurlijk ook iemand met een eigen karakter, en ik denk dat dat wel positief van aard is. Dat wil niet zeggen dat als iets klote is ik geen verdriet heb maar ik heb altijd wel vertrouwen dat het goed komt.

En nu heb ik een laatste vraag voor jou Jeroen. Ik geloof wel een lastige. Je hebt nu pas ruim een jaar de diagnose bipolair en je bent nog redelijk zoekende naar wat voor jou een goede modus is hoe hier mee om te gaan. Het was een pittig jaar voor je en pittig is het nu vaak nog steeds.”

Hoe zie jij jezelf over vier jaar Jeroen? En wat denk je dat de rol van de bipolaire aandoening dan in je leven is?

“Mooie maar ook moeilijke vraag. Ik weet uit het verleden dat ik redelijk stabiel was zodra het privé goed ging met mij en ik een duidelijke structuur had. Een veilige thuishaven zeg maar in combinatie met een goed overzicht.

Beiden zijn nog niet optimaal aanwezig. Het is erg zoeken voor me om weer een goede balans te vinden privé . Structuur werd mij ook geboden door het voormalig thuisfront. Dat dien ik nu zelf te doen. En deze bipolaire aandoening maakt dat ik periodiek heel veel moeite heb om mijn innerlijke wereld nog enigszins te structureren en te reguleren. Laat staan dat ik dan ook nog goed het overzicht bewaar op al het andere.

Ik denk zelf dat ik de kunst van sober leven dien te leren. Het zou helemaal mooi zijn als ik dan ook privé nog iemand tref die binnen zo’n leefwijze past. Maar dat laatste zou niet de opmaat moeten zijn voor een beter leven.

Over vier jaar zie ik mezelf nog steeds worstelen maar is het wel lichter geworden en heb ik al meer mijn draai gevonden binnen dit ‘sobere leven’ denk ik.

Als bonusvraag wil ik jou dezelfde vraag stellen, Luc. En met jouw antwoord eindigt dan dit twee tweeluik van onze kant.”

“Dat is een inkopper Jeroen. Gewoon nog steeds lekker stabiel, met een prachtige vrouw op de fiets ergens op deze aardbol en ons eerste kind achterin het karretje, en dan ik het liefst nog append met jou :-)”


Jeroen Kloet is psychiater en is de initiatiefnemer van het anti-Stigmacafé. Hij blogt om de week voor PsychoseNet.

Luc Vercauteren heeft onlangs zijn boek ‘Grenzeloos geluk’ uitgebracht naar aanleiding van zijn fietstocht naar Teheran en het omgaan met zijn psychische kwetsbaarheid. 

Meer informatie:

 

  • Deel deze pagina: