Main content

Ik zit sinds kort op Twitter. Na een paar weken twitteren heb ik mijn zelfbeeld aangepast van digibeet naar twitterende digibeet.
Vandaag heb ik een tweet verzonden waar ik achteraf hartkloppingen van kreeg:

Ik dissocieer al bijna 30 jaar op DSM-stoornissen (dit is geen grap) en daar valt goed mee te leven

Mijn hartkloppingen werden veroorzaakt door fantasieën over de hoon en kritiek die hierop zouden volgen van collega’s, bekenden en mede-twitteraars.

Maar ik heb geleerd welke vragen ik mezelf moet stellen als ik de paniekreacties voel opkomen:

  • Welke aanwijzingen zijn er dat ongeveer iedereen je devalueert en zal buitensluiten?
  • Hoe erg is het als een aantal mensen dit daadwerkelijk doet of zal doen?

Wanneer ik enkele antwoorden heb kunnen bedenken voel ik de paniek zakken en kan ik weer achter mijn tweet gaan staan.

Want het is wel waar: in alle jaren waarin ik als psycholoog heb gewerkt was ik er even niet helemaal bij als het ging over DSM-diagnoses. Het viel nooit op omdat er altijd collega’s in de buurt waren die daar geen last van leken te hebben.
Ik weet ook waarom dit gebeurt. DSM-diagnoses triggeren mijn herinneringen aan gebeurtenissen tijdens mijn opname in 1985. Bijvoorbeeld toen mijn gedrag door hulpverleners werd besproken in mijn bijzijn. Onbegrijpelijke woorden werden uitgesproken over mij. Het was voor mij een boodschap dat ik behoorde tot een andere soort.

De eenzaamheid en vervreemding die ik toen voelde, zit nog in een hoekje van mijn geest

Nu – dertig jaar later – kan ik er prima mee omgaan. Het zijn nog maar heel korte momenten dat ik tijdens vergaderingen even afdwaal maar daar ben ik aan gewend. Dat komt ook doordat we in ons factteam steeds minder praten over DSM-diagnoses, al staan ze nog wel op ons fact-bord. Maar er staan ook kwaliteiten en wensen van clienten op. Daar gaat het gelukkig steeds vaker over. Ik denk niet dat mijn professionaliteit wordt afgemeten aan mijn DSM-vaardigheden, anders kom ik belabberd uit de bus.

In gesprekken met clienten praten we soms over de DSM-diagnose. Dan zegt iemand steun te hebben aan zijn of haar diagnose. Omdat het beschermt tegen een oordeel dat je je zou aanstellen. Of dat het je beschermt tegen het idee dat jij je probleem bent.

Met een diagnose kan je zeggen dat je iets hebt in plaats van dat je iets bent

Maar er zijn ook mensen die juist last hebben van hun diagnose. Omdat ze zich er niet in herkennen, zich erdoor vervreemd voelen. Of ze hebben zoveel verschillende diagnoses gehoord dat ze zich afvragen of er nog iets normaal aan hen is. Weer anderen maken zich zorgen over de gevolgen bij het zoeken van werk, een partner of het afsluiten van een verzekering. Of ze tobben met de sombere voorspelling die er is gedaan toen ze de diagnose hoorden en hebben hun persoonlijke wensen opgegeven.

In gesprek met deze mensen treedt mijn tijdelijke afwezigheid niet op.

In deze gesprekken kan ik psycholoog zijn zoals ik wil zijn en kan ik gebruik maken van mijn eigen ervaringen om beter te begrijpen

Zonder uit het oog te verliezen dat mensen verschillen in hoe ze zich verhouden tot hun diagnose. En hoe divers ook hun herinneringen zijn, aan hoe zij hun diagnose te horen kregen. Ze hebben – net als ik – hun eigen redenen om deze te accepteren, af te wijzen, links te laten liggen of te willen veranderen. Onze psychiater heeft hier oog voor en neemt mensen hierin serieus. Ook heeft zij oog voor het feit dat veel mensen getraumatiseerd zijn maar dat de gevolgen daarvan niet als zodanig zijn begrepen. Als dit alsnog gebeurt en een naam krijgt in de vorm van een diagnose, dan kan dit veel betekenen voor iemand.

Met mijn team hebben we laatst gesproken over psycho-educatie

Bijvoorbeeld: wat hebben we vroeger geleerd over psychoses? Wat vertelden we aan mensen als het ging over schizofrenie? In ons team is het veilig genoeg om dit te delen. Ook de dingen die we toen aan clienten vertelden, waarvan we nu zeggen dat het niet klopt. Zoals bijvoorbeeld dat iedere psychose onherstelbare hersenschade geeft. Dat soort dingen. We hebben afgesproken actiever aan mensen te vragen welke informatie ze hebben gehoord. En welke invloed dit had of nog steeds heeft voor hen.

De meeste mensen die ik als psycholoog spreek, weten dat ik schrijf op SBN en PsychoseNet. Sommigen willen meer weten over de discussie over schizofrenie en de DSM en dan vertel ik erover of wijs ze op blogs die erover gaan. Voor anderen is het onderwerp niet van belang.

Ik weet niet hoe het verder zal gaan met de DSM en met mij. Wij hebben het nooit met elkaar kunnen vinden en het zal wel nooit iets worden. Maar in deze tijd kan ik dat gewoon schrijven en daar ben ik dankbaar voor.


 

Clara Koek-Michels – psycholoog/psychotherapeut in een Fact-team, GGZ-NHN.

Meer blogs van Clara:

Niemand weet dat ik Repelsteeltje heet

Waarom stigma steeds opnieuw doorbroken moet worden

Wat je levensverhaal en psychose met elkaar te maken hebben

Waarom inzetten van lived experience belangrijk is

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. wat leuk nog deze reacties op een hete septemberdag. Ja Miranda, je hebt gelijk, deze aspecten passeerden ook de revue tijdens ons gesprek in Utrecht. Het blijft een terugkerend thema, hoe om te gaan met de DSM als professional maar vooral hoe om te gaan met de ‘eer’ een classificatie in ontvangst te mogen nemen. En vooral met alles wat dat dan teweeg kan brengen. Maar grote winst vind ik de toegenomen openheid hierover . Laatst vertelde een oudere collega nog les te hebben gehad van een psychiater die had verteld aan het begin van zijn lessen: zij(de patiënten) hebben alles wat wij niet hebben. Hilarisch eigenlijk maar ja, zie dan nog maar eens verbinding te leggen, met….marsmannetjes en vrouwtjes? Ondanks die openheid zijn we er nog lang niet. Maar…ik ben geen type voor achter de geraniums, jij ook niet meen ik, dus we gaan gestaag verder…

  2. Hoi Clara, ik lees deze blog nu pas, na ons gesprek. Past er wonderwel bij. Ik vind dat de DSM me zowel goed als kwaad gedaan heeft, want de bijbehorende lithium geeft me steun (en dat heb ik uitgetest, ik heb het eenmaal zonder succes afgebouwd), maar bij de diagnose hoort ook heel veel stereotypering. Daarmee kun je jezelf vrij simpel als diagnose-op-2-benen gaan behandelen cq neerzetten. Een aandachtspunt voor behandelaars, vind ik. Sommige vrienden hebben dit ook gedaan, mij in een hokje stoppen, (wellicht overgenomen van mij??) en dat was idd niet goed voor de vriendschap.
    Voor mijn eigen herstel was het toch belangrijk om die DSM heel wat losser te laten.

  3. Clara, mooie tekst.
    We leggen onze patiënten altijd uit dat niemand zich voor een psychiatrische aandoening hoeft te schamen.
    Dat geldt voor de anderen, niet voor ons.
    Daarmee versterken we het Stigma, in plaats het te bestrijden.

    DSM? Die wordt volkomen verkeerd gebruikt;
    hij is ontworpen voor wetenschappelijk onderzoek en epidemiologie,
    voor het beschrijven van groepen.
    Niet voor diagnostiek, wie hem daarvoor gebruikt heeft het niet begrepen;
    het staat duidelijk in het voorwoord vermeld.
    Patiënten die ‘een criterium voor PTSS te kort komen’,
    en dus niet aan PTSS lijden.
    Malloten………

    groet, we gaan gewoon verder,

    Simon Boerboom, ex-psychiater

  4. Het is toch eigenlijk te gek voor woorden met al die deskundigheid, met onze beschaving, dat wij in GGZ land zoveel moeit hebben afstand te nemen van een DSM clasificatie

  5. Beste Jim en Jacqueline, bedankt voor jullie steun. Het doet mij ook goed dat er allerlei mensen in dit land hard nadenken over alternatieven voor de zorg zoals deze nu werkt. Ik ben het met je eens Jacqueline dat het huidige systeem goede zorg te vaak in de weg zit. Steeds meer mensen geven dat aan en leggen hun vinger op de zere plekken. En komen met hoopgevende plannen om het anders te doen. Jim jij kunt dat als geen ander. We gaan het nog meemaken!

  6. Dank Clara voor deze fantastische bijdrage, hoop dat duizenden het lezen. Sprak net iemand die DSM wilde bestuderen vanuit het perspectief van de ‘fundamental attribution error’ of het ‘attributie effect’ – het gevaar dat je iemand niet meer ziet omdat je met behulp van DSM de persoon al hebt gekaderd. Inderdaad niet bevorderlijk voor vriendschap.

  7. Dag Tom, ik sprak net een jonge vrouw die mijn blogs pas heeft gelezen . Een collega had haar erop geattendeerd. Ze wilde er graag over praten en vroeg mij nog een aantal zaken zoals hoelang ik medicatie ik had gebruikt en over de discussie wel of niet gebruiken van de term schizofrenie. Ze gebruikte zelf psychosegevoeligheid vanwege de negatieve associaties die ze vaak bij anderen heeft opgemerkt. Ik vroeg haar of het lezen van mijn blogs toegevoegde waarde voor haar had. Ze beantwoordde met ja. We konden een aantal gemeenschappelijke ervaringen delen en dat vond ze prettig. En het laat zien dat herstel mogelijk is. Zo heb ik meerdere ervaringen de laatste maanden.
    Ik wil het beter in kaart gaan brengen. Ik heb(waar ik ook wel een beetje bang voor was)nog niet meegemaakt dat mensen het juist negatief vinden.

  8. Mooi om te lezen dat veel van jouw clienten weten dat je deze blogs schrijft.
    Ik ben er van overtuigd dat veel hulpverleners een ggz-behandeling hebben gehad. Maar niemand lijkt dit met zijn clienten te delen. Goed dat jij dat wel durft! Daar kunnen we van leren.
    Heb je het idee dat dit iets veranderde in jullie contact? Zo ja: wat dan?

  9. Héél mooi blog Clara. Goede ontwikkeling in je team ook. Echter…Hoe krijgen we de Zorgverzekeraars zover, de en de zogenaamde specialisten? De machtsverhoudingen lopen nog steeds langs hele klassieke lijnen waar cliënten nog helemaal onderaan bungelen. Echt nieuwe ggz binnen het huidige stelsel lijkt me bijna niet te doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *