Main content

De autorit valt mee maar ik lever al aardig wat zelfvertrouwen in op de wegen die ik niet ken. Ze maken me enigszins onzeker en gespannen. Net op tijd arriveer ik op de plek waar ik moet zijn. Vóór de ingang van het gebouw staat een groepje mensen te roken. Mijn baken van vandaag staat erbij.

Vastklampen geblazen, ook al rook ik zelf niet eens. Glimlachen, handen schudden, namen horen en direct weer vergeten. Een ijsbreker vliegt door de conversatie. Iedereen lacht, ik lach mee hoewel ik de clou niet snap. En de humor ook niet.

Bijna ongemerkt schakel ik over op mijn sociaal-wenselijke automatische piloot

Een versie van mezelf die ik nogal irritant vind en die het heel af en toe nog weleens overneemt als ik overvallen word door oude gevoelens van minderwaardig mens-zijn. Gevoelens die ontstonden in een slechte start van mijn leven en op latere leeftijd een prima voedingsbodem vonden binnen de psychiatrie. Om tot volle wasdom te komen door de overtuiging dat ik heel erg ziek was in mijn hoofd…. of in de volksmond: gek.

Er wordt gerookt en gelachen. De automatische piloot lacht mee, doet haar best om uit te stralen dat het ‘heel gezellig’ is onderling. Ondertussen probeer ik uit alle macht om niet weg te rennen, wat ik het liefste zou doen als de sigaretten op zijn en de rest van de middag op ons wacht. Onbekende ruimte, grote hal, geroezemoes uit de zaal waar de onvermijdelijke hangtafels klaarstaan. Drukte, kleuren, geuren, bewegingen…

Ze komen allemaal tegelijk op me afgestormd als een kudde olifanten die mijn laatste restje zelfvertrouwen onder de voet loopt.

Verbinding met mezelf verbroken

Ze gaan te snel, de conversaties! Ik kijk naar de zinnen als toeschouwer bij een tenniswedstrijd. Er worden pogingen gedaan me in gesprekken te betrekken maar verder dan een schaapachtige glimlach kom ik niet. Ik heb al mijn energie nodig om de automatische piloot zijn werk te laten doen en ervoor te zorgen dat we het samen volhouden tot aan het eind van de middag.

Dan is er opeens iemand die écht contact met me maakt

Me geruststellend toeknikt en een vraag stelt die oprecht klinkt. De automatische piloot wordt even naar de achtergrond geduwd. Ik vertel de vriendelijke man dat ik nog moet leren om mijn platform te pakken. Dat ik gehospitaliseerd achter de geraniums heb gezeten in de jaren dat de overige aanwezigen zich bekwaamden in hun vak. Dat ik daarin een achterstand heb.

Ik probeer uit te leggen wat het betekent als je meer dan tien jaar de boodschap krijgt dat wat jij te zeggen hebt, er niet toe doet. Omdat je een ziekte in je hoofd hebt die ongeneeslijk is en alleen maar onderdrukt kan worden met medicatie. Wat het betekent als je dat zelf gaat geloven. Als je je ermee identificeert en de overtuiging toelaat dat je als mens ongeschikt bent.

Dat is gif dat je eruit moet spoelen!‘ zegt hij verontwaardigd. Het klinkt lief, het is gemeend. Maar het kan niet.

Ik kom er niet vanaf met een mentale klisma, daarvoor is het te zeer verankerd met wie ik ben

De overtuiging heeft zich gedurende vele zwarte jaren een weg in mijn ziel gewoekerd en zit vastgehegd als wortels van een klimop. De klimop is gelukkig afgestorven dankzij heel veel kleur in de jaren daarná. Hij groeit niet meer verder maar de dode stam zit er nog steeds. Elke dag peuter ik een klein stukje verder los maar dat is een proces van jaren, misschien ben ik daar wel mee bezig tot ik doodga.

Er wordt weleens gezegd dat ik mezelf tekort doe als ik hardop uitspreek dat mijn jaren als patiënt in de psychiatrie, jaren zijn geweest die ik niet had willen meemaken en met liefde en plezier had willen missen. Ik krijg vaak als reactie dat ik dan niet zou kunnen doen wat ik nu doe, niet zou weten wat ik nu weet en dat dat iets is wat heel veel mensen niet weten. Wat ík ze kan vertellen.

Ik begrijp de gedachtengang, het is een vorm van ‘anders labelen’ die je tot een soort expert bombardeert. Expert zijn voelt natuurlijk veel prettiger, waardevoller, betekenisvoller dan patiënt of gek. Inderdaad, ook voor mij heeft het zeker veel goedgemaakt dat die jaren een bron van kennis zijn geworden. Maar de schade die ik erdoor opliep, is er ook. Dat ga ik niet ontkennen of anders labelen.

Alles wat ik heb geleerd vanaf de eerste dag over de drempel van de psychiatrie, had ik veel liever NIET willen weten

Er waren meer dan genoeg andere dingen geweest om te leren, ik was graag expert geworden in iets anders. Ik kom uit een familie van docenten klassieke talen (mijn opa schreef een lesmethode grieks), advocaten, wetenschappers en zelfs psychiaters. Mijn kaarten hadden heel anders geschud kunnen worden en mijn toekomst zag er op mijn achttiende rooskleurig uit met mijn gymnasium-diploma op zak.

Ik had kunnen leren om rechter te worden, directeur van een zorginstelling of staatssecretaris van volksgezondheid. Ik noem maar wat. De kaarten lagen er. Ik ben van nature een betweter dus hoogstwaarschijnlijk zou ik een snob geworden zijn die geen enkele moeite had gehad met het pakken van platform. En hoe erg zou dat zijn geweest?

In plaats daarvan kwam ik uit bij de wachtkamer van de leerroute psychiatrisch patiënt

Waar op een kwaaie dag mijn tien jaar jongere nichtje voorbij liep (schat van een meid hoor, daar gaat het niet om!). Zij was bezig om psychiater te worden en liep co-schappen op de afdeling waar ik behandeling kreeg.

Ik probeer het beeld scherp neer te zetten. Ik had als titel EPA achter mijn naam staan (Ernstig Psychiatrische Aandoening), wat feitelijk zoveel betekende als ‘Voorgoed Mislukt als Mens’. En daar kwam mijn kleine nichtje voorbij die me had ingehaald en op het punt stond om te gaan afstuderen aan de universiteit. Zíj zou Drs. achter haar naam krijgen. Een heel ander perspectief, kan ik u verzekeren.

Ik kreeg een uitnodiging voor haar afstuderen en moet tot mijn schaamte toegeven dat ik niet ben geweest. Ik kon het niet meer opbrengen om mijn eigen verdriet voor de zoveelste keer opzij te zetten en mee te juichen met het geluk van een ander. Ik wilde geen publiek meer zijn bij dat voortdurende schouwspel van zussen, broers, vrienden en vriendinnen die afstudeerden, promotie maakten, huizen en boten kochten, naar het buitenland vertrokken en steeds verder uit het zicht verdwenen.

Terwijl mijn stilstand achteruitgang werd omdat anderen bleven bewegen

Mijn maatschappelijke teloorgang heeft grote, ontwrichtende impact op me gehad maar de kwetsuren daarvan verdwijnen in het niets bij die van een andere rol die ik ben kwijtgeraakt: mijn rol als mama. In een gitzwarte tijd ben ik er namelijk van overtuigd geraakt dat het beter was voor mijn dochter als ze niet opgroeide bij mij. Dat ik niet voor haar kon zorgen. Dat ze beter verdiende dan wat ik haar te bieden had.

Mijn gevoelens van ongeschikt mens-zijn bereikten een hoogtepunt toen ik vrijwillig instemde met haar uithuisplaatsing. Niet eens gedwongen maar uit eigen vrije keuze en bij mijn volle verstand. Omdat ik dacht, ik kan het niet. Omdat ik dacht, het is beter voor mijn kind, ik moet dit doen.

Zij mag niet de dupe worden van wat ik ben, een moeder met een EPA

Geen enkele vorm van anders labelen, nee niets, echt he-le-maal niets goeds van nu kan ooit die pijn verzachten of onze verloren jaren ongedaan maken. Niets kan de schulgevoelens wegnemen van de herinnering aan dat huilende en schreeuwende meisje in de armen van haar opa: “Mama! Mamááá! Niet weggaan! Ik wil met mijn mama mee!!
En dat ik haar de rug toedraaide en van haar wegliep.

Nu alles achteraf onwaar is gebleken, hoe kan ik ooit nog volledig op mijn eigen overtuigingen vertrouwen?

Ziedaar de essentie van leven met de wetenschap dat je de verkeerde werkelijkheid hebt omarmd. Dat is niet goed voor je zelfvertrouwen. Dat maakt je af en toe hartstikke onzeker, verdrietig of boos en dat haal je er helaas niet uit met een stevige spoeling. En daarom blijf ik hardop uitspreken dat ik mijn psychiatrie-expertise met veel plezier door de plee zou willen spoelen als ik daarmee ongedaan kon maken wat is gebeurd.

We hebben het eind van de middag gehaald, mijn automatische piloot en ik. Het duurde dit keer ook maar een kort avondje om de hele ervaring te gaan zien als een leermoment en ik heb mezelf niet dagenlang lopen straffen voor mijn enigszins gênante optreden aldaar. Pure winst, zal ik maar zeggen.

En wie weet, leer ik ooit nog wel om platform te pakken tussen mensen die daar weinig moeite mee lijken te hebben. Zonder een snob te worden. Ik hoop het.


Niki Peters is ervaringswerker bij Zelfregiecentrum Venlo

Ook van Niki:

  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Beste Niki,

    ik moest huilen toen ik dit las, want het is inderdaad precies wat jij zegt, ook ik ervaar die 10 jaren van “behandeling” vanwege een vermeende stoornis als jaren die van mij en mijn kinderen zijn afgenomen en jaren die ervoor gezorgd hebben dat al onze levens er heel anders uit hadden kunnen zien als ik niet behandeld zou zijn geweest op een vreselijk verwoestende manier.Het enige positieve is denk ik wel dat jij op jouw manier probeert met jouw ervaring mensen te helpen.Maar die rot ervaring zullen wij ons hele leven met ons mee blijven slepen want dat is een onderdeel van wat wij zijn.Maar wij zijn veel meer dan die ervaring Niki.En dat moeten wij ons realiseren en voelen.Ik heb ook nog steeds last van schuldgevoelens t.o.v. mijn kinderen ook al zeggen 10 psychologen tegen mij: jij hebt toch niet bedacht om al die pillen te slikken, dat werd je toch geadviseerd? je hebt toch gedaan wat je kon? Niets van dat alles neemt het schuldgevoel weg, omdat ik het mijzelf toch kwalijk neem een lange periode geen goede moeder te zijn geweest.En dat vind ik het aller moeilijkst van die hele kut-periode(neem mij het woord niet kwalijk) Ik wens je het aller-aller beste. Zet hem op meid. groeten van Marja Spaargaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *