Main content

Peter Pijls is al decennia lang geboeid door het werk van twee dichters, Jan Hanlo en Jan Arends. Wellicht omdat zij beiden gestoord waren. “Gelukkig heb ik verder niet zoveel met ze gemeen.”

Het oeuvre van de dichter-schrijvers Jan Hanlo en Jan Arends intrigeert me al decennia. Pas sinds 2008 denk ik te weten waarom. Hanlo en Arends waren beiden gestoord, en vertoefden in klinieken, Arends zelfs veelvuldig en langdurig.

Toen ik in 2008 zelf gaga werd verklaard, viel er een kwartje. Ik begreep dat ik al tientallen jaren iets herkend moest hebben in hun werk. Maar wat?

Want gelukkig heb ik verder niet zoveel met ze gemeen. Hanlo was een godsdienstwaanzinnige praktiserende pedofiel met talent voor psychose. Arends een chronisch depressieve alcoholist, die zich graag door dikke rijke dames als huisknecht liet inhuren om zich te laten vernederen. Zijn masochisme was legendarisch.

Geen mannen dus met een voorbeeldige levenswandel

om het maar eens voorzichtig te stellen. Toch lees en herlees ik hun gedichten en proza. Waarbij ik me steeds afvraag: is dit het werk van een gestoorde, of van een genie?  Of doet die vraag er niet toe? Ik bedoel: de meeste mensen die naar de schilderijen van Van Gogh kijken, realiseren zich niet dat ze het werk bewonderen van een vermoedelijke bipolair. Ik ben toch al niet zo’n fan van hem, maar een van zijn laatste schilderijen, Korenveld met kraaien, vind ik zelfs regelrecht ziek. Hier zien we depressie en een aangekondigde zelfmoord in verf samengebald. Toch is het één van zijn populairste werken.

Van Gogh werd er postuum wereldberoemd mee. Dat konden Hanlo en Arends niet van zichzelf zeggen. Ze waren en bleven marginale dichters en schrijvers, slechts door een kleine groep fijnproevers omhelsd. Aan de literaire kwaliteit van hun werk lag dat niet. Met het autobiografische verhaal Keefman schreef Jan Arends een huiveringwekkende en nog steeds actuele aanklacht tegen de psychiatrie. Als Arends een oeuvre op dat niveau had geschreven, had hij de Nobelprijs voor de Literatuur moeten krijgen, vond schrijver Rudy Kousbroek, die hem ‘de eenzaamste man op aarde’ noemde. Ik ben dat met Kousbroek eens.

Poëzieliefhebbers blijven het werk van Jan Hanlo lezen

Toch brak Hanlo nooit echt door, en ik denk wel te weten waarom: veel van zijn poëzie heeft een overduidelijk pedofiel karakter, en dat schrikt af. Zijn levenswandel hielp ook niet echt. In 1969 speelde Hanlo het klaar een 13-jarig jongenshoertje, Mohamed, uit Marokko mee te nemen naar Nederland. Uiteraard werd dat mannetje al snel door de politie in beslag genomen en teruggestuurd naar Marokko. Twee weken weken later knalde Hanlo met zijn motor tegen een tractor. Volgens sommigen een ongeluk. Anderen vermoedden zelfmoord.

Ik lees de gedichten van Hanlo altijd met een bepaald ongemak, omdat ik weet dat hij van jongetjes hield. Toch heeft zijn liefdespoëzie een soort universele geldigheid. Je vergeet dat het over kinderen gaat, en dat zegt iets over de kwaliteit van zijn werk. Neem dit gedicht:

Zo meen ik dat ook jij bent

zoals de koelte ’s nachts langs lelies

en langs rozen

als wit koraal en parels diep in zee

zoals wat schoon is rustig schuilt

maar straalt wanneer ik schouwen wil

zo meen ik dat ook jij bent

als melk

als leem

en ’t bleke rood van vaal gesteent

of porselein

zoals wat ver is en gering

lang vergeten voor het oud is

zoals een waskaars en een koekoek

en een oud boek en een glimlach

en wat onverwacht en zacht is en het eerste

en wat schuchter is en verlangend en vrijgevig

gaaf maar broos is

zo meen ik dat ook jij bent

Lang geleden nam ik de proef op de som door dit gedicht te vertalen voor een Deens vriendinnetje. Ik vertelde er niet bij dat Hanlo een pedofiel was. Uiteraard was mijn vertaling in het Engels afgrijselijk, maar zij vond het prachtig. Al kan ze dat ook gezegd hebben om mij niet teleur te stellen. Volgens mij vond ze me sowieso een freak, wat ik dan weer gemeen had met Hanlo.

Nog ernstiger is het gesteld met de gedichten van Jan Arends

Hier zien we eenzaamheid en pijn in taal samengebald. Zijn tot het bot uitgeklede verzen kan ik niet te vaak lezen. Ik word er ongemakkelijk van. Het is te erg, en de universele wanhoop die er uit spreekt dreigt altijd op me over te slaan. Ook succes vermocht Arends niet te redden. In 1974, op de dag dat zijn gewaardeerde bundel Lunchpauzegedichten verscheen, sprong hij uit het raam van zijn flat en viel dood.

Lees en huiver:

Ik

Ik

schrijf gedichten

als dunne bomen.

Wie

kan zo mager

praten

met de taal

als ik?

Misschien

is mijn vader

gierig geweest

met het zaad.

Ik heb

hem nooit gekend

die man.

Ik heb

nooit

een echt woord gehoord

of het deed pijn.

Om pijn

te schrijven

heb je

weinig

woorden nodig.

Nu herhaal ik mijn beginvraag

wat herken ik in het werk van deze dichters? Ik hoop niet al te veel, maar dat is een laffe uitvlucht. Misschien kom ik er nooit achter. Wellicht is dat het geheim van echt goede poëzie: het lijkt over jezelf te gaan, maar niet heus, al kan je niet precies zeggen waarom.

Zegt het iets over mij dat ik altijd in de lach schiet om deze regels van Jan Arends?: ‘Misschien kom ik morgen bij u met een bijl. Maar schrikt u niet want ik ben god.’


Peter Pijls is bipolair en herstellend alcoholist.

De blogs van Peter Pijls zijn hier te vinden

Meer (over) gedichten

Photo by Clark Young on Unsplash
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Ik ken beide dichters niet goed, maar ben nu heel nieuwgierig geworden naar meer van hun werk. Bedankt voor het dit inspirerende blog.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.