Main content

Enkele weken geleden was ik op een crisisafdeling psychiatrie van een algemeen ziekenhuis (PAAZ) als begeleider van, laten we zeggen, Laurens. Een jaar of 30 geleden ben ik als begeleider ook een aantal keer op een crisisafdeling van een PAAZ geweest. Wat mij toen en ook nu weer opviel, was de rust op deze afdeling.

Heel vergelijkbaar met de spoedeisende hulp waar ik twee jaar geleden belandde met, naar later bleek, een gebroken enkel. In de wachtkamer zaten een aantal andere mensen die  ook een reden hadden om naar de spoedeisende hulp te gaan. Bij sommige zag het er niet fris uit, anderen hadden net als ik veel pijn. En bij weer anderen zag je aan de buitenkant helemaal niets. Een heel divers palet patiënten, waarvan slechts een enkeling linea recta doorging naar de operatiekamer of naar de Intensive Care. Sommige werden opgenomen ter observatie en anderen gingen uiteindelijk diezelfde dag of een paar dagen later weer naar huis.

Ondanks de spoed was het rustig op de afdeling en ook uit de behandelkamers kwam weinig rumoer

Zo rustig was het nu en 20 jaar geleden ook op de crisisafdeling psychiatrie. Mensen die met spoed hulp nodig hebben, gaan kennelijk in de meeste gevallen niet uit hun dak, niet op de somatische afdeling en ook niet op een crisisafdeling psychiatrie. Het palet aan patiënten is op beide plekken net zo gevarieerd. Sommige gaan de ‘intensive care’ op, andere blijven ter observatie en weer anderen keren terug naar huis.
Op de spoedeisende hulp kreeg ik na een kort onderzoekje van mijn enkel al snel een paar pilletjes om de pijn te dempen. En een lieve empathische verpleegkundige die ook een grapje maakte (‘Nou mevrouw, dat ‘valt’ niet mee, hè’). Dat was fijn. Even rust, even ontspanning. Daarna door voor verder onderzoek op de röntgenafdeling en in mijn geval de gipskamer. Op de crisisafdeling psychiatrie ging dat net zo: even een pilletje om de pijn te dempen. En ook een lieve verpleger die een grapje maakte. Even rust, even ontspanning. Later door voor verder onderzoek en behandeling. Fijn.

De spoedeisende hulp en de crisisafdeling psychiatrie lijken enorm veel op elkaar en ook de patiënten verschillen niet wezenlijk

Het enige verschil is dat op de spoedeisende hulp de lichamelijke klachten met spoed aandacht vragen en op de crisisafdeling psychiatrie het de geestelijke klachten zijn die dat doen.
Wat tot mijn verbazing totaal van elkaar kan verschillen, is de reactie van de omgeving en met name van collega’s na een bezoek aan de spoedeisende hulp of na een bezoek aan een crisisafdeling. Toen ik twee jaar geleden mijn enkel had gebroken, stroomden de bloemen de volgende dag al binnen en heel veel collega’s vroegen of ze iets voor me konden doen of iets van mij moesten overnemen. Lieve wenskaarten kwamen de dagen daarna binnen. Echt hartverwarmend.

Mijn secretaresse had uit voorzorg de afspraken voor de volgende twee dagen afgezegd en dat was goed. Kon ik even op adem komen en zelf uitvinden wat wel en niet ging en waar ik mee geholpen zou zijn. Aan bezoek had ik bijvoorbeeld weinig behoefte, alleen al de deur opendoen was een kwelling, maar aan vervoer des te meer. Als daar een oplossing voor kon worden gevonden, kon ik het grootste deel van mijn werk na twee dagen al weer oppakken. En ik hou van mijn werk dus wilde ook graag weer aan de slag. Vervoer was dus mijn voornaamste hulpvraag en binnen een dag was er een haal- en brengschema en reden collega’s af en aan. Dat was heel geestig zo’n auto met chauffeur, en ook bijzonder: in de auto hadden we andere gesprekken dan op kantoor. Mooie gesprekken die de onderlinge band verstevigde. Ik zou iedereen dan ook van harte een gebroken enkel gunnen als het niet zo pijnlijk en onhandig was.

Hoe anders zag ik mensen reageren op Laurens.

Helemaal geen bloemen van collega’s en geen wenskaartjes de dagen daarna. En bovenal helemaal geen hulpaanbod

Er werden direct maatregelen getroffen zonder overleg met Laurens. Niet alleen voor de twee dagen erna, maar meteen voor maar liefst een maand werden de afspraken uit de agenda van Laurens gehaald. En wellicht nog het meest schrijnend: er werd een nieuwe app-groep aangemaakt waar iedereen in zat behalve, jawel, Laurens. Konden ze even onder elkaar de dingen bespreken, zonder dat Laurens daarvan op tilt zou gaan.

Kortom: Laurens werd letterlijk en figuurlijk binnen één dag door zijn collega’s met wie hij een hechte band had, in de isoleer gedumpt. Extra pijnlijk was dat de intentie van de collega’s van Laurens goed was. De intentie om rust te creëren voor Laurens: door allemaal een flinke tand bij te zetten was het binnen een dag gelukt (!) om Laurens een maand rust te geven. Een groot gebaar. Alleen, Laurens was niets gevraagd, ook niet twee dagen later.

Het laatste waar Laurens behoefte aan had, was een maand lang afgesloten te worden van werk en collega’s

Wat naast deze goede intenties ook speelde maar niet gezegd mocht worden, was angst. De angst voor iemand met psychische klachten. De angst dat Laurens op ieder moment volledig uit zijn dak zou kunnen gaan zonder enige aanleiding. Want dat doen mensen met psychische klachten, denkt men. Doodeng. En in dat geval helpt isoleren wel: het geeft de omgeving een veilig gevoel.
Niet Laurens. Integendeel, onveiliger kun je het niet hebben in een groep, maar wel voor alle anderen.

De waanideeën van over het algemeen ‘gezonde’ mensen over mensen met psychische klachten zijn krachtig en ‘gezonde’ mensen zoeken naar bevestiging daarvan. Dus toen Laurens boos werd dat er zonder enig overleg over hem was besloten dat hij een maand lang niet zou werken en dat hij uitgesloten was van de communicatie, was dat het bewijs dat er goed gehandeld was. Als Laurens niet had geprotesteerd, was uiteraard dezelfde conclusie getrokken.  En zo creëerde de collega’s onbedoeld voor Laurens een echte Catch22 situatie: Laurens was trapped.

Wat dit met Laurens en de eens zo hechte groep deed, laat zich raden

Tot ik dit van zo dichtbij meemaakte, dacht ik dat een landelijk programma als Samen Sterk zonder Stigma langzamerhand toch wat achterhaald was. Maar niets is minder waar, weet ik nu.
Bij deze bied ik dan ook alle mensen die hulp hebben gezocht vanwege psychische klachten en vergelijkbare ervaringen hebben als Laurens mijn excuus aan. Ik had beter naar hen moeten luisteren, met hen in gesprek moeten gaan. Om te begrijpen wat zij iedere dag weer opnieuw ervaren. En waar zij behoefte aan hebben.

In de psychiatrie is isoleren uit den boze: het maakt het alleen maar erger en het praat zo lastig. In het dagelijks leven gaan we er vrolijk mee door. Ik denk vaak onbewust en met goede bedoelingen. Des te meer reden om tegen elkaar te zeggen: ‘Doe effe normaal!’


Marleen van Amersfoort

 

Marleen van Amersfoort

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *