Main content

Naasten

Wat kun je doen?

Familieleden en naasten kunnen veel betekenen voor iemand. Zij kunnen bijvoorbeeld een luisterend oor bieden en signalen serieus nemen. Ze kunnen de huisarts om hulp vragen of psychische hulpverlening inschakelen als klachten erger worden.

Fase 1: Vroege fase

Als vroege symptomen lang aanhouden, betekent dat in ieder geval dat iemand niet lekker in zijn vel zit. Daarover praten is belangrijk. Negeer aanhoudende symptomen niet, maar neem ze serieus. Misschien kunnen jullie samen tot een oplossing komen, informatie of hulp zoeken.

In dit stadium is het vooral van belang om in de gaten te houden of iemand echt steeds slechter gaat functioneren. Bijvoorbeeld omdat hij of zij veel meer tijd alleen doorbrengt, vaker ruzie maakt met vrienden en zijn omgeving of extreem gespannen of nerveus is. Is de omgeving vanuit meerdere hoeken (thuis, school, hobby, buurt) bezorgd? Minder eetlust, minder plezier beleven aan dingen en overmatig alcohol- of drugsgebruik zijn allemaal signalen die kunnen duiden op de ontwikkeling van een psychose.

Als je denkt dat iemand psychosegevoelig is:

  • Probeer vertrouwen op te bouwen en bied vooral een luisterend oor.
  • Mensen die in een psychose dreigen te raken, zijn vaak bang om over hun gevoelens en ervaringen te praten. Ze zien een dreigende wereld om zich heen. Ze willen ook niet in een psychiatrisch hokje geplaatst worden. Praten over labels als 'schizofrenie' is niet helpend.
  • Merk ongebruikelijke zaken op. Let vooral op als vroege symptomen toenemen en als ze gevolgen krijgen voor sociale situaties.
  • Probeer onenigheid, ruzie en conflicten te voorkomen. Bekijk de interviews van mensen met ervaring op onze website.Plaats iemand niet in een hokje en trek geen conclusies. Niemand weet hoe een psychose verloopt, dat is voor elk mens verschillend.

Fase 2: Overweldigd zijn door de psychose

Psychose is vaak nog erg beladen en omgeven met vooroordelen en mythes. In de periode van overweldigd zijn door de psychose schrikt de omgeving daarom meestal enorm. Plotseling ontstaan er problemen die ze niet kunnen plaatsen. Als iemand zegt dat hij stemmen hoort, of andere ongewone gedachten heeft, is dat voor anderen soms moeilijk te begrijpen en ontstaat er paniek.

De eerste fase van overweldigd zijn door een psychose gaat vrijwel altijd over. Ook zonder medicatie en professionele hulp kan een psychose overgaan. Maar het risico bestaat dat de psychose terugkeert: bij een tweede psychotische episode kan het langer duren voor je er weer uit komt. Hoe langer je in een psychose blijft hangen, hoe moeilijker die te behandelen is. Steun geven en snel hulp zoeken is daarom erg belangrijk. Zoek hulp als degene die problemen heeft symptomen van psychose, manie of depressie heeft.

 

Fase 3: Worstelen met psychosegevoeligheid

Hoe klein een gebaar ook is: alle beetjes steun geven iemand hoop. Doordat mensen schrikken van de psychose, krijgen ze vaak allerlei negatieve verwachtingen (‘Dit gaat nooit meer over’; ‘Ze zal nooit meer haar studie kunnen afronden’).
Naasten moeten weten dat de fase van overweldigd zijn, hoe overdonderend ook, weer overgaat.
Raak niet in paniek omdat je familielid raar of anders doet. Bijvoorbeeld als zij zich op onlogische wijze tegen je keert. Dat is allemaal onderdeel van de fase van overweldigd zijn door de psychose: haar blijven steunen is de beste therapie.

Ook al kunnen er conflicten ontstaan: ga niet in discussie met je psychotische familielid of naaste. Accepteer dat een psychose zijn eigen logica heeft. Ga vooral in op het feit dat iemand zich angstig, eenzaam en/of bedreigd voelt. Geef troost en steun.

Zorgen voor iemand met psychische problemen kan erg zwaar zijn. Bij familieorganisaties kun je terecht voor steun, advies en lotgenotencontact.

Opname is lang niet altijd nodig en heeft niet de voorkeur

In steeds meer plaatsen bestaan Vroege Interventie Psychose teams (VIP teams) en Functie Assertive Community Treament-teams (FACT teams) die thuis kunnen komen helpen. Mensen kunnen ambulant (buiten een kliniek: thuiswonend of logerend bij vrienden bijvoorbeeld) behandeld worden. Vaak heeft dit, indien mogelijk en haalbaar voor zowel de betrokkene als zijn of haar omgeving, de voorkeur.

Moet iemand toch opgenomen worden, kijk dan eens naar het familiebeleid van de betrokken instelling. Hier kun je in lezen op welke manier jij als familielid bij de behandeling betrokken kan worden.

Contact met ervaringsdeskundigen

Contact met ervaringsdeskundigen kan heel prettig zijn. Mensen met ervaring weten hoe het is om heftige symptomen te hebben en wat de verschillende behandelingen en medicatie kunnen betekenen. Iemand met ervaring gaat heel anders om met iemand die psychotisch is, omdat hij weet hoe het voelt. En omdat ze er zelf uit is gekomen, laat ze zien dat dat kán.

Het is cruciaal om vanaf het allereerste begin van de hulpverlening een perspectief van hoop en toekomst te bieden. Als je iemand in de fase van overweldigd zijn vanuit negatieve verwachtingen benadert, kan dat zijn herstel al in de kiem smoren. Veel mensen die er bovenop zijn gekomen vertellen over één vriend, één hulpverlener, één toevallige gesprekspartner die in hun herstel geloofde. Iemand die hen de moed gaf om door te zetten.

Schaamte en angst

De fase van de verwarring en worstelen met psychosegevoeligheid is heftig, omdat degene die een psychose had beseft dat zijn kwetsbaarheid heeft geleid tot enorme veranderingen. Hij schaamt zich, zij is bang. Zij heeft weinig aan een omgeving die angstig is of die geen steun biedt.

Fase 4: leven met de psychosegevoeligheid

Onjuiste, negatieve verwachtingen (‘Hij heeft een degeneratieve genetische hersenziekte die schizofrenie heet’) en onjuiste stereotyperingen (‘Mensen met psychose zijn gevaarlijk’) helpen evenmin.
Veel mensen vinden het eng om met iemand te praten die een psychose heeft gehad. Maar angst is niet nodig. Degene die een psychose had schaamt zichzelf vaak al meer dan genoeg voor wat hij tijdens de psychose heeft gedaan, gedacht, ervaren. Het advies is daarom: benader iemand niet anders dan anders.

Er kunnen veel veranderingen zijn opgetreden in werk, studie en het sociale leven. Iemand die psychose heeft gehad kan alle hulp gebruiken om bijvoorbeeld woonruimte te zoeken, uit de schulden te komen en het zelfvertrouwen terug te krijgen om weer een netwerk op te bouwen.

Professionele hulp is in deze fase nog steeds van belang

Meestal heeft de omgeving in dit stadium een mantelzorgtaak. Mantelzorg en ggz-zorg moeten goed op elkaar worden afgestemd. Hoe afhankelijk degene die een psychose had ook lijkt, en hoe broos de situatie er ook uitziet, oog voor zijn of haar eigen regie is fundamenteel.

Stimuleer zelfredzaamheid van je naaste met psychose. Respecteer haar eigen keuzes: leren doe je met vallen en opstaan, niet met dwang. Het krijgen van een doel is essentieel om weer te kunnen omgaan met de wereld van alledag. Open en niet-oordelend meedenken over haar visie op de toekomst is daarom in dit stadium extra belangrijk. Een optimistische basishouding helpt.

Contact met lotgenoten: ook voor naasten

Tijdens de verwarring is het contact met lotgenoten van groot belang. Als je anderen ontmoet die een psychose hebben meegemaakt, zie je dat zij er óók bovenop zijn gekomen. Ze hebben hun ervaring verwerkt, hun plek gevonden en nieuwe doelen gehaald. Ervaringsdeskundigen hebben je dus veel te bieden. Als je ze niet tegenkomt op de plek waar jij behandeld wordt, kun je zelf op zoek gaan via de sociale kaart of een vraag stellen in het e-mail spreekuur aan iemand met psychose-ervaring.

Ervaringsdeskundigen kunnen een belangrijke rol spelen in de behandeling

Vanuit hun ervaringen kunnen ze je helpen bij het in kaart brengen van wat er allemaal is gebeurd. Bijvoorbeeld door alleen, of samen met hen, je verhaal op papier te zetten. Dingen toevertrouwen aan het papier helpt: het maakt vaak veel los, het creëert overzicht, het maakt verbanden duidelijk en wijst de weg naar nieuwe doelen.

Onvoorwaardelijke steun is in deze fase cruciaal. Soms leeft je omgeving in de veronderstelling dat alles nu weer hetzelfde zal worden als voorheen, en zijn hun verwachtingen te hoog. Uitleg over herstel, of gezinsbegeleiding, liefst door ervaringsdeskundigen, kunnen in zo’n geval helpen.

Het is fijn als vrienden of familie kunnen helpen bij alle praktische dingen die iemand moet regelen. Vraag hem wat hij moeilijk vindt, dat snap je meestal niet vanzelf. Bied eventueel aan om mee te gaan naar de behandelaar of haal er iemand met ervaring bij, die kan helpen uitleggen.

Dit heeft iemand van zijn of haar omgeving nodig:

  • Een luisterend oor
  • Hulp bij werken aan persoonlijke doelen
  • Acceptatie van beperkingen
  • Begrip dat het nodig is om soms risico’s te nemen, en hulp als iemand struikelt
  • Dat ze trots zijn op wat hij of zij allemaal bereikt
  • Dat ze betrokken zijn bij de behandeling – en zo nodig meegaan
  • Samen nadenken over de toekomst
  • Samen uitzoeken wat het beste is
  • Dat ze niet in paniek raken van ongewone gedachten of hallucinaties
  • Dat ze de regie zo veel mogelijk bij de persoon zelf laten over het eigen leven
De omgeving moet, wanneer dit mogelijk is, iemand de regie weer helemaal teruggeven. Laat je dierbaren zelf de verantwoordelijkheid nemen voor zijn gezondheid.

Vrienden en familie moeten weten dat het oppakken van je leven niet betekent dat alles weer van een leien dakje gaat. Rekening houden met een kwetsbaarheid blijft nodig.

Het helpt enorm als er gewoon open gepraat kan worden. Als je mag delen hoe je je voelt en als je samen met je dierbaren kunt terugkijken op wat er gebeurd is. Zonder veroordeling en zonder overbezorgdheid.