Main content

S. is psychiatrisch verpleegkundige maar ziet nu ineens haar broer die psychisch ontregeld raakt. Ze vertelt hoe ze hem ontmoet in de separeerkamer. “Ik voel een brok in mijn keel en voel de tranen, maar houd die net in”.

Tijdens het werk word ik gebeld door de begeleiders van mijn broer, ze vertellen mij dat mijn broer (nog steeds!) in de separeercel zit en dat hij zelden eet. Een bezoek van een familielid zou hem goed. Ik mag hem bezoeken, dan zou ik met hem in de voorruimte voor de separeerkamer kunnen zitten. Ze vragen mij of ik eten voor hem kan brengen, misschien dat hij dan wel eet. Wegens de Covid-19 mag dat eigenlijk niet, maar ze willen voor hem wel een uitzondering maken. Dat waardeer ik enorm!

Aarzelend zeg ik dat ik hem kom bezoeken

Twee tegenstrijdige innerlijke stemmen hoor ik:

”Waarom ga je? Dat gaat echt pijn doen! Je bent uitgeput, hoe lang ga je door?”

”Maar hij is zo eenzaam en hij heeft het erger dan dat jij hebt! Jij zit niet in de separeerkamer dus je heb helemaal niets te klagen! Je hebt je autonomie en hij niet.”

Na het werk vertrek ik gelijk naar hem, ik heb eigenlijk niet zoveel geld meer om voor hem eten te halen. De laatste tijd heb ik zoveel voor hem gehaald, dus haal ik een broodje kibbeling. Dat vindt hij altijd lekker. Ik heb zelfs nog niet gegeten…

Als ik eenmaal op de afdeling ben praat eerst een verpleegster met mij

Ze zegt dat het niet zo goed met hem gaat. Ik bereid mezelf mentaal voor en schakel al mijn emoties uit. Samen met 3 hulpverleners gaan we eerst naar de voorruimte en als eenmaal de separeerruimte opengaat zie ik mijn broer daar liggen op een matras op de grond. De muur en de vloer is van een donkere kleur. Ze proberen hem wakker te maken, maar dat gaat zo moeizaam. Hij heeft de kleding van de separeerruimte aan en hij kan moeilijk lopen, hij is zo erg gesedeerd! Wat voor medicatie krijgt hij?! Ik voel een brok in mijn keel en voel de tranen, maar houd die net in. Ik vind het al heftig genoeg om de patiënten op mijn afdeling in de separeerkamer te zien en nu ligt mijn broer daar… Het naarste moment waar ik later zelfs EMDR voor heb moeten doen.

En daar zitten we tegenover elkaar..

het enige wat ik zie is mijn broer die niet eens rechtop kan zitten. Hij valt in slaap en zijn speeksel komt uit zijn mond. Hij kan bijna niet slikken, ben zelfs bang dat hij zich verslikt. Dus het broodje wordt hem niet meer… Ik probeer met hem te praten, maar ik versta helemaal niet wat hij zegt. Is dit mijn broer? Ik herken hem niet meer. Vervolgens zie ik een van de verpleegkundige hem lorazepam geven! Ik kijk haar verbaasd aan en vraag haar waarom zij dat geeft. Ze geeft op dat moment geen antwoord, ik vraag me af of ze mij wel gehoord heeft.

Ik laat het toch maar gaan, als hulpverleenster weet ik hoe geïrriteerd mijn collega’s worden wanneer familieleden zich ermee bemoeien en dat dit zelfs impact heeft op hoe zij met de patiënt omgaan! Wanneer ze bellen nemen mijn collega’s soms niet op, ”Het is weer die en die…”.

Wanneer het tijd is om te gaan vraagt hij mij somber of hij met mij mee kan gaan

Hij zegt dat hij eenzaam is. Ik probeer mijn tranen in te houden. Hoe moet ik hierop beantwoorden?
Ik vraag hem of hij het veilig vindt als hij thuiskomt? Wat dom van mij, hoe kan ik zoiets vragen? Vervolgens zeg ik dat het beter voor hem hier is, omdat hij hier 24/7 zorg krijgt.

Eigenlijk wil ik gewoon zeggen ook als het mogelijk zou zijn dat ik thuis hem niet meer aan kan. Ik kan niet meer voor hem zorgen en het is genoeg geweest, maar dat houd ik voor mezelf…

Werken in de psychiatrie maakt nare momenten niet minder naar!

Één van de verplegers begeleidt mij naar de deur en ze gaat even met mij zitten om te vragen wat ik ervan vond? Ik voel de tranen en ik kan niet praten… Ze geeft mij wat emotionele erkenning en het doet mij goed dat ze de tijd voor mij neemt. Maar ze zegt tegelijkertijd dat ik ook op zo’n afdeling werk en weet hoe het gaat. Maar dat is toch niet hetzelfde?! Of moet dat de situatie minder zwaar maken?! Van binnen word ik boos, maar heb geen energie om dit te uiten en wil eigenlijk de professionele relatie die er momenteel is niet verpesten. Ze vertelt mij waarom ze hem lorazepam heeft gegeven, maar ik hoor niets meer…

Als ik eenmaal buiten ben laat ik voor het eerst mijn emoties vrij. Ik zit huilend op een bank in het donker voor me uit te staren en ik denk dat ik minimaal een half uur heb gezeten…


S. doet de opleiding HBO-V in haar laatste jaar en loopt stage in de psychiatrie en verslaving. Haar passie voor de psychiatrie en verslaving is groeiende.

Meer lezen over de zorg voor familie die psychisch ontregeld raakt?

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.