Main content

Ik heb net een psychose achter de rug en ik loop door de stad. Daar kom ik een vriend tegen. We maken even een praatje en hij vraagt of ik zin heb om een smartshop in te gaan. ‘Waarom niet,’ zeg ik. In de winkel zien we enkele soorten paddestoelen liggen. Aan de verkoper vragen we welke het beste zijn en hij adviseert ons de Mexicaanse.

Ik heb veel over paddo’s gehoord maar heb ze nog nooit geprobeerd

Er is midden jaren 90 nog niet veel bekend over de nadelige gevolgen die deze drugs kan hebben, wanneer je gevoelig voor psychose bent.

We lopen naar de huurkamer van mijn vriend en we gaan op de bank zitten. We eten de paddo’s allemaal in een keer op. Ze smaken bitter en het is nou niet bepaald een delicatesse.
 Na een halfuur zie ik het plafond in grote golven op een neer gaan. Ik vraag of mijn vriend het ook ziet, maar hij merkt nog niets. Nu zie ik de vloer ook op en neer golven. Het wordt steeds erger. Ik heb het gevoel dat ik in een schuit op zee zit met zware storm. Ik ben misselijk en krijg het erg warm.

Ik zeg hem dat ik naar buiten wil om een frisse neus te halen

Buiten schijnt de zon fel. Fietsers komen langs en ze roepen mijn naam. Ik wil niet meer terug naar de benauwde kamer van mijn vriend. Ik ga lopen. De passagiers van de voorbijrijdende stadsbussen zwaaien en maken gebaren naar me. Ze willen me iets duidelijk maken. Ik begin sneller te lopen en word erg nerveus. De gebouwen krommen omlaag naar de stoep. Aan de vensters staan overal mensen me aandachtig te bekijken.

Nu word ik erg angstig en loop snel een smal zijstraatje in. Aan het eind komt een vrouwtje met wandelstok en een hond mijn kant aanlopen. Ze ziet er uit als een monstertje met een enorme grote hond. Zijn hoektanden staan uit zijn bek te glimmen, hij gromt agressief. Met mijn hoofd omlaag passeer ik ze vluchtig. Nu kom ik bij een drukke winkelstraat, ik hoor steeds weer mijn naam vallen.

Voorbijgangers lachen mij uit, het zweet breek me uit

Ik loop bloednerveus een winkel in en koop er een blikje frisdrank. Zoetigheid schijnt de werking van paddo’s te verminderen. Ik ben erg angstig en wil zo snel mogelijk veilig thuis zijn. Vanwege de spanning ben ik erg stijf in mijn benen en het lopen gaat moeilijk. Het is nog maar een kwartiertje lopen naar huis, maar het lijkt of het een voetreis naar het andere eind van een onbekende stad wordt. Mijn vriend ben ik al lang vergeten.

De stadsbussen, fietsers, wandelaars, de mensen binnen in huis, iedereen bemoeit zich met me en wil iets van me.
Snelwandelend, met mijn hoofd omlaag kom ik eindelijk thuis. Mijn moeder hoort me binnenkomen en roept mijn naam. Ik schrik me rot en ren de trap op naar mijn kamer. Nu krijg ik allemaal enge gedachtes in mijn hoofd: mijn broers en zus, familie en vrienden zijn allemaal met mij bezig en praten nu over mij. Ik haal herinneringen terug van vroeger en maak hier angstige, niet op waarheid beruste verhalen van. Ik durf mijn kamer niet meer uit.

Mijn moeder staat voor mijn deur en ze vraagt of ze binnen mag komen. Ik houd de deur op slot en roep dat ik ziek ben en in bed blijf liggen. Doodnormale prikkels zoals het geluid van een blaffende hond, de telefoon en de voordeur die opengaat, komen fel binnen.

Ik schrik steeds heftig; mijn hersen filteren niks meer

Misschien word ik rustiger van muziek, dus ik zet de radio aan. Dit helpt niet: de radio-dj praat ook al over mij!
Ik maak de deur weer open en laat hem op een kiertje staan, om te luisteren wat zich allemaal beneden afspeelt. De voordeur gaat open en mijn zus komt thuis van school.

Enige tijd later staat moeder weer aan de andere kant van de deur en zegt dat ze even met mijn zus naar de stad gaat.
Dit lucht me enigszins op en ik ren de trap af naar de keuken om iets zoets te eten. In het vriesvak zie ik een bak ijs liggen. Ik neem die mee naar mijn kamer en eet het ijs op. Ik bedenk me dat ik nog kalmeringstabletjes over heb, van in de tijd dat ik psychotisch was. Snel slik ik er drie. Na een halfuur beginnen ze te werken en val ik met mijn kleren aan, op bed in slaap. Ik slaap bijna 12 uur.
 De volgende ochtend is de paranoia verdwenen. Ik voel me nog wel enigszins angstig. Mijn moeder zegt me dat ze me gisteravond niet wakker kreeg en vraagt wat er allemaal gebeurt is. Ze vraagt of ik drugs heb gebruikt en ik zeg nee.

Na deze angstige ervaring, waarin ik bijna in een psychose ben beland, heb ik nooit meer paddo’s gebruikt.


 

Christof Zuidenberg (pseudoniem) is ervaringsdeskundige. Hij heeft in het verleden enkele zware pscyhoses en enkele minder zware psychoses doorgemaakt, met aanverwante depressies. Hij werkt voor de Universiteit Maastricht.

photo credit: pexels
  • Deel deze pagina:

Reacties:

  1. Wat Jimmie zegt vind ik heel herkenbaar. Ook zonder drugs en met een onderhoudsdosering heb ik ernstige psychoses gehad.
    Ook werd ik geconfronteerd met mijn ego. Ik keek in een spiegel en zag al mijn slechte eigenschappen. Het besef was dat ik moest veranderen. Ik wilde alleen meteen in een keer veranderen.
    Nu besef ik dat veranderen tijd nodig heeft en gaat het steeds beter met me. Wel hou ik er rekening mee dat de psychose elk moment weer toe kan slaan in alle hevigheid en heb daar vrede mee. Omdat dit het moment is om weer veel over mijzelf te leren.

  2. Daar heb ik dus helemaal geen paddestoelen voor nodig. Je komt er wel goed van af als je bedenkt dat ik de volgende morgen na mijn fatale trip weg was, na een te pijnlijke zelf-confrontatie gedissocieerd van mijn ego dat simpelweg teveel pijn deed. Mijn voormalige persoonlijkheid inclusief diens herinneringen. Jarenlange depersonalisatie. Bovendien was voor het eerst mijn psychotische gevoeligheid aan het licht gekomen, voor de spiegel nog wel, en erg illustratief voor de situatie. Ook dat bleef me jarenlang achtervolgen. Ik had geen flauw benul wat psychose was, kom me niet meer herinneren wat er precies fout was gelopen, gezien het probleem verdrongen was geworden, het enige wat ik nog deed was blowen, en wel zoveel mogelijk. Dat hield ik zo’n 6 jaar vol. Ondertussen maakte ik wel nog deel uit van een traumatiserende thuissituatie. uiteindelijk leidde mijn ‘dysmorfofobie’ tot de groeiende paranoia dat anderen het ook zagen, en ik werd meer en meer depressief. Zelfs blowen kon ik nu niet meer verdragen. Niet veel later begon ik positief te dissociëren, als het ware, dit wil zeggen dat mijn eerste zwaar psychotische episode op begon te komen, en het waren allesbehalve ervaringen om over naar huis te schrijven. Met antipsychotica werd mijn psychose een eerste keer stilgelegd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *